4e Eskadron Pantserwagens

Opgericht:                                 15-07-1946  te Amersfoort                 

Vertrek Engeland:                   15-01-1947 a/b “Kota Agoeng”              

Vertrek Indië:                           24-02-1947 a/b “Kota Inten”               

Aankomst Indië:                      26-03-1947 Batavia                        

Toegevoegd aan:                    T.T.C. West-Java, T.T.C. Midden-Java        

Ingedeeld bij:                           V-Brigade                               

Actiegebied(en):                     Bandoeng, Tjisoeroe, Solo, Wonogiri       

Commandant:                          Ritm. M.W.C. de Jonge 15-07-1946/15-01-1947 

Gerepatrieerd:                         05-02-1950 a/b “Atlantis”                 
                                                 07-03-1950 aankomst Nederland             

Omgekomen:                            12 man      

Het eskadron was één van de zogeheten “Calmeyer” eenheden, samengesteld uit OVW’ers en dienstplichtigen. Via Engeland waar het eskadron werd voorzien van de noodzakelijke uitrusting en het een aanvullende training kreeg vertrok het naar Indië. Na aankomst te Batavia werd het gelegerd op het Koningsplein. In mei 1947 werden twee pelotons gelegerd in Bandoeng. Eind juni volgde de rest. 

 Tijdens de 1e politionele actie trok het eskadron op 22 juli 1947 op naar de brug bij Soemedang welke de volgende dag werd bezet. Eén peloton bleef achter. De rest zette de opmars in naar Cheribon. Op 24 en 26 juli werden achtereenvolgens de brug bij Losari en  Tegal bezet. Versterkt met infanterie trok het eskadron op 29 juli als spits over de Slamet op naar het zuiden.

Via Poerbolinggo en Banjoemas bereikte het eskadron op 31 juli de brug bij Rawalo. Op 4 augustus werd samen met Inf.V.KNIL Gombong bezet. Na de 1e politionele actie werden de pelotons gedetacheerd bij de infanterie en o.a. gelegerd te Tjisoeroe en Tjipari, ter ondersteuning van de zuiveringsacties. Door aanvulling van verse troepen kon nu ook het 5e peloton gevormd worden.

In februari 1948 werd het idee geopperd om een gepantserd Jeeppeloton te formeren zodat ook op de smallere wegen gepatrouilleerd kon worden. In oktober werd dit peloton operationeel. 

 Na de 2e politionele actie begon een zware strijd om de konvooiwegen te beveiligen en open te houden. In februari werd het 5e peloton opgeheven en verdeeld. Het Jeeppeloton werd ingezet ten zuiden van Solo. Op 6 juli werd het jeeppeloton teruggenomen op Solo en ingezet bij de stadsbeveiliging. Na het ‘cease fire’, op 10 augustus, brak er een rustiger tijd aan. In november werd Solo ontruimd. Via Poerwokerto kwam het eskadron aan in Pekalongan waar het tot aan de repatriëring verbleef.

bron: https://www.indie-1945-1950.nl/

Deze eskadrons zijn  in 1948 afgelost door 4 KL eskadrons. 
Genummerd 5e t/m 8e eskadron.

Het 1e KNIL werd 5e KL  het 2e KNIL werd 6e KL  het 3e KNIL werd 7e KL 
en het 4e KNIL werd 8e KL. Deze KL eskadrons behoorden tot het 
Regiment Huzaren van Boreel en droegen (deels) een eigen  mouwembleem.

Dit in tegenstelling tot de informatie die vooralsnog als waar werd aangenomen, dat dit embleem het Ie t/m IXe Eskadrons Vechtwagens betrof. Dankzij verkregen informatie van de Adjudant der Cavalerie b.d. A. Oostveen (zelf gediend als wachtmeester bij 7e Esk Vechtwagens), kunnen we dit bij deze corrigeren.

Tussen  september 1946 en maart 47 vertrokken 6 Pantserwagen eskadrons (1e t/m 6e Eskadron Paw)  naar Ned-Indiё. In 1947 ook nog het 1e Verkenningsregiment en tenslotte, in de laatste periode, nog 3 zelfstandige eskadrons Paw. In 1948 vertrokken ook nog 4 zelfstandige tank eskadrons (5e t/m 8e Esk.Vew.) Zij vertrokken zonder materieel omdat zij bestemd waren de 4  eskadrons Vechtwagens KNIL af te lossen

Het KNIL begon in 1948 met recuperatieverlof maar had helaas niet voldoende personeel om dat verlof te overbruggen. Het recuperatieverlof  was een 4-maands verlof voor al die militairen van het KNIL die sinds  het begin van de Pacific oorlog (december 1941), niet alleen onafgebroken dienst hadden gedaan en in Japanse krijgsgevangenschap waren geraakt, maar ook weer aanstonds na de bevrijding 2 ½ jaar lang voortgediend hadden. (Een wel laat gegund verlof om even op adem te komen, na 6 ½ jaar) Dit verlof werd mogelijk omdat de KL inmiddels in grote getalen in Indiё was aangekomen.

Voor de aflossing van de KNIL eskadrons vechtwagens moest nu een militaire kunstgreep plaatsvinden: de inzet van de eerste KL-tankeskadrons. Nederlandse huzaren namen de KNIL eskadrons over! Een aantal Stuart tanks was in Nederland aangekocht en naar Amersfoort (Bernhardkazerne) gedirigeerd.
De tankopleiding van de onderofficieren (deze werden tankcommandant) en Kornetten (werden pelotons commandant) geschiedde door een instructiegroep van ervaren KNIL officieren en onderofficieren die vanuit Nederlands-Indiё naar Nederland waren gezonden. Zodra de KL eskadrons geformeerd waren vertrokken zij naar Indiё (maart 1948). De tankbestuurders gingen na aankomst in Batavia voor een rijopleiding naar het Depot Pantsertroepen (KNIL) in Bandung.

Het gros van de eskadrons reisde rechtstreeks naar de tactische locaties van de KNIL eskadrons 1, 2, 3 en 4 te weten naar Batavia, Poerwokerto (Midden Java) Salatiga (Midden Java) en Porong (Oost Java). Daar werd het materieel overgenomen. De periode van een dubbel-eskadron, behorende tot twee verschillende Nederlandse legers was een unicum. 

De tank eskadrons van de Huzaren van Boreel hadden elk een nummer dat 4 cijfers hoger lag dan die van de afgeloste KNIL-eskadrons. En, alweer een unicum, de Huzaren eskadrons werden, evenals de oude KNIL eskadrons aangeduid met de naam “eskadron vechtwagens”
Het 5e eskadron vechtwagens is vrij spoedig van Java naar Sumatra vertrokken en omgevormd tot een pantserwagen eskadron. (Reden was dat de materiaal-toestand van de  oude Stuart tanks zodanis werd dat er tenslotte slechts drie eskadrons voorzien konden worden.)
De Huzaren namen 4 eskadrons vechtwagens over van het KNIL. Zoals vermeld, ging het 5e esk. over op pantserwagens er waren toen dus nog maar 3 eskadons tanks. Er zouden nieuwe tank eskadrons en pantserauto eskadrons in het KNIL worden geformeerd. (is dus nooit gebeurd). De militaire toestand na de 2e Politionele Actie was niet in alle opzichten rooskleurig.

Het was ook niet bekend welke structuur het nieuwe leger in deze gewesten zou krijgen. Men dacht aan een Federaal leger van het nieuwe Indonesiё dat nu wel spoedig onafhankelijk zou worden.
Op Java en Sumatra begon de guerrilla enorme vormen aan te nemen en de tegenstander werd met de dag sterker en bekwamer in zijn militaire optreden. De verliescijfers namen aan beide kanten toe. Mede door deze toestand werd het op Java al in de maand december 1948 nodig geacht om toch nog een vierde tank eskadron in het veld te brengen. Vanuit het Depot Pantsertroepen werd toen het 9e Eskadron Vechtwagens KNIL opgericht en ingezet in de landstreek van Kediri in Oost Java. Het eskadron dat gedurende zijn korte bestaan tot medio 1949 zijn zaken goed volbracht, bestond voornamelijk uit instructeurs en jongere KNIL-militairen. Het heeft onder commando gestaan van de kapiteins D. de Jong en J.H.W. Nix.

voertuigen van 4 eskadron PAW in Bandoen 1947
een jeep verlaat het terrein van 4e EskPAW

Dit onderdeel was geadopteerd door de Vereniging tot Vrijwillige Oefening in den Wapenhandel‘Pro Patria’  van het Leidse studentencorps. Op 3 december 1946 ontving de commandant, ritmeester De Jonge, een fraai smeedwerk als adoptiegeschenk, de twee gekruisde sleutels van het stadswapen.  Dit symbool werd vervolgens het eskadronsembleem

In het geweldige boekwerk ‘Mijn ruiters’ van Jhr mr M.W.C. de Jonge, wordt beschreven hoe het eskadron haar embleem verkreeg. De Jonge beschrijft echter alleen het feit dat het embleem vervolgens in rood op wit op de pantserwagens werd aangebracht. Er bestaan twijfels of dit embleem dan ook daadwerkelijk is gedragen als mouwembleem,  wellicht zou het uitsluitend op voertuigen zijn geschilderd. 

Hierboven echter een stoffen exemplaar, er zouden zelfs twee varianten van bekend zijn.
Op bladzijde 23 van ‘Belevenissen van een stormpionier van het 4e Eskadron Pantserwagens‘ van Gerard van de Laak is ook een huzaar zichtbaar met een stoffen mouwembleem dat sterke gelijkenis vertoond met het bovenstaande embleem.

Bij het 4e Eskadron gepantserde voertuigen, dat in de omgeving van Solo gelegerd is werd het Bronzen Kruis uitgereikt aan Korporaal Saliki. De Ritmeester de Jonghe, Ctd. van Saliki speldt deze de decoratie op.
Op 10 maart 1948 werd de grote rubberfabriek van de onderneming Tjiseroe te Tjipari (70km. nw van Tjilatjap) weer in bedrijf gesteld. [Het 4e Eskadron Pantserwagens Huzaren van Boreel staat aangetreden]
Verblijf en optreden van het 8e (4e) Bataljon Regiment Stoottroepen in Nederlands-Indië. Parade ter gelegenheid van de geboorte van prinses Marijke, 1948. 3e Eskadron Pantserwagens.

Aanbevolen literatuur:
– Belevenissen van een stormpionier van het 4e Eskadron Pantserwagens, door G. van de Laak
– Mijn ruiters, door M.W.C. de Jonge, Den Haag 2008 (ISBN 978-90-813542-1-9)

Plaats een reactie