Door: kolonel Hans van Dalen, Commandant Regiment Huzaren van Boreel

Aan informatie zitten vele voordelen. Veel menselijke interactie en menselijke handelingen zijn veel gemakkelijker geworden met internet, smartphone technologie en de vele apps. Informatie is dus een ‘zegen’. Maar we mogen onze ogen niet sluiten voor de negatieve aspecten van informatie. Informatie is namelijk tegelijkertijd een ‘vloek’ en heeft een ‘donkere, duistere’ zijde. Veel organisaties zijn zich hier onvoldoende van bewust.
Ten eerste verstoort informatie.
Het maakt ongemerkt menselijke interacties en vooral besluitvorming vaak langzamer. De toegenomen transparantie van ons handelen en de enorme hoeveelheid beschikbare informatie weerhoudt er ons in toenemende mate van om snelle en tijdige beslissingen te nemen. Vooral als deze risicovol zijn. We vrezen namelijk het oordeel van het meekijkend publiek en beoordelende rechterlijke macht. Meer en meer moeten zijn we geneigd rekening te houden met alle mogelijk aspecten, ongeacht hun importantie, en verlopen beslissingsprocedures trager en trager. De toegenomen, soms excessieve drang naar fysieke en sociale veiligheid en ‘politieke-correct’ gedrag, zijn hier uitwassen van. Meer en meer gaan we bij vergaderingen uiteen, zonder besluit maar met de opdracht om nog meer informatie te verzamelen.
En het verstoort ook onze basisvaardigheden. Overal bestaat software en apps voor die onze keuzes bepalen (wat we kijken, wat we leuk vinden, wie we moeten liefhebben, wie we moeten trouwen, op wie we moeten stemmen, wat we moeten betalen) en onze vaardigheden overnemen (auto rijden, koken, huishouden, fietsen). Zelfs in de militaire wereld is dit gaande. Maar dit is een gevaarlijk fenomeen. Algoritmes bedreigen onze menselijke vrijheden. AI dreigt dus op een bepaalde manier de menselijkheid uit de mens te halen. Want het is met onze menselijke vaardigheden hetzelfde als met menselijke spieren: als je ze lange tijd niet gebruikt, slinken ze.
Ten tweede vervlakt informatie.
De als maar toenemende informatie hoeveelheid leidt tot informatiechaos in ons hoofd, tot information-overload.[1] We nemen informatie hierdoor vluchtig tot ons en hebben geen tijd of energie meer om diepteonderzoek te doen, misinformatie op te sporen, tegenargumenten tot ons te nemen of wetenschappelijke studies raad te plegen. De ‘openheid van het debat’ en ‘angst voor media- of publieke veroordeling’ dreigt de scherpe kanten van onze politieke discussie te halen en drijft ons naar ‘politiek correcte’ antwoorden en standpunten.[2] We zoeken niet meer naar antwoorden. AI bepaalt onze antwoorden. De algoritmes baseren hun berekeningen op onze clicks, waardoor we automatisch meer van onze interesses voorgeschoteld krijgen. Hierdoor wordt ons denken afgevlakt en eenzijdiger. Niet alleen dat van onszelf, maar ook van onze leiders. Die meer en meer reageren op percepties en vluchtige publieke opinies. Al hun handelen is immers transparant geworden. We dreigen dus langzamerhand het menselijke vermogen te verliezen om complexe problemen op te lossen.
Ten derde verdeelt informatie ons.
Doordat AI bepaalt wat voor soort nieuws we consumeren blijven in onze ‘echo-chambers’ en ‘silos-of-belief’ hangen, die een zelfversterkend effect hebben omdat we alleen maar ons-beeld-bevestigende informatie voorgeschoteld krijgen. En dit is paradoxaal. Terwijl internet en social media ons juist meer zouden moeten verbinden, verdelen ze ons meer en meer in online data-groepen, waardoor we uiteen worden gedreven en standpunten verharden. Sommige mensen kunnen de snelle digitale ontwikkelingen niet meer bijbenen en komen buiten de maatschappij te staan. Er is sprake van een digital divide[3]. We dreigen terug in het stammentijdperk te zakken en digital tribes te worden. En dit alles wordt steeds erger doordat informatie-platforms elkaar opkopen en zich concentreren. The infosphere is not universal, but is becoming fragmented. En dit is geen goede ontwikkeling.
En als vierde het ergste aspect: informatie beschadigt vertrouwen.
Vertrouwen in instituties en vertrouwen in informatie zelf. Objectieve waarheid bestaat niet meer. We leven in een post-truth age en onze nieuwe waarheden worden door zoekmachines bepaalt. De lijst met de bovenste tien resultaten van Google is onze nieuwe waarheid. Erger nog: we zijn helemaal niet meer geïnteresseerd in waarheid. We zijn op zoek naar aandacht, naar sensatie. Om aandacht, in plaats van waarheid (en vertrouwen) draait het bij de nieuwe media. Zoals een onderzoeker stelde: “The narrative that wins is not the one than can draw the line of best fit to the truth, but the one that is inside the blanket that comforts the listener”[4]. ‘Sensationeel nieuws, dat niets kost – in ruil voor je aandacht’ is het verdienmodel. Wie betaalt er tegenwoordig nog voor kwaliteits-journalistiek? Bovendien is ‘liegen’ of ‘waarheidsverdraaien’ het nieuwe ‘normaal’ geworden. Sommige nepnieuws duurt eeuwig, omdat de perceptie al in de hoofden van de mensen is gepland en er nauwelijks uit te krijgen is. En met herhaling bedekken we alles: “een leugen die eenmaal is verteld is een leugen, maar een leugen die duizendmaal is verteld wordt de waarheid”, zei Churchill al eens. En sinds we weten dat digitale informatie zeer vluchtig is, gemakkelijk kan worden gemanipuleerd of veranderd, vertrouwen we de informatie zelf ook niet meer[5]. We worden bang van informatie, lopen er met een boog omheen, stoppen met lezen en kijken in toenemende mate liever naar (vluchtige maar wel verslavende) beelden en filmpjes. We luisteren en kijken liever naar ‘influencers’. Hun oppervlakkige denkbeelden, gebaseerd op persoonlijke emoties, bepaalt vaak onze ‘ethiek’ die hierdoor dus een ‘trolling’ karakter krijgt en erg veranderlijk en vergankelijk dreigt te worden. En dat terwijl ethiek toch altijd één van de bindweefsels van onze westerse samenleving was.
De nieuwe disruptieve golf van informatietechnologie beschadigt dan ook het vertrouwen in bestaande politieke, financiële, economische, juridische en zelfs maatschappelijk instituties. Het idee van ‘vadertje-staat’ die het beste met ons voorheeft is verdwenen, want we vertrouwen onze leiders niet meer. En dit verschijnsel valt duidelijk te zien in onze Westerse wereld. Ons vertrouwen in gevestigde instituties is beschadigd door de Snowden-onthullingen, Wikileaks-publicaties, gevallen van kreukbare, corrupte en kwetsbare politici en misschien zelfs door de problemen rond de aanpak van de Corona-crisis. En dit heeft publiek verzet tot gevolg, zoals gele hesjes beweging, civiel onrust en opkomst van populisme. Ons sociaal kapitaal is gecorrodeerd. We zijn in toenemende mate gepolariseerd en dit wordt erger en erger. We hebben een vertrouwenscrisis in het Westen. We zijn ‘losgeslagen op een zee van informatie.’
En vele belangengroeperingen, industrieën en politici hebben dit intussen ontdekt. Ze beseffen dat om hun doelstellingen te bereiken ze het beste hun activiteiten kunnen richten op het vertrouwen van de doelgroepen. Soms willen ze het vertrouwen in bestaande zienswijzen beschermen, maar soms willen ze die veranderen. En dat openlijk tegenspreken vaak niet de beste methode, maar twijfel zaaien over bestaande zienswijze wel. En dit zien we gebeuren met twijfel zaaiende belangengroeperingen over wel of niet schadelijke effecten van roken, van suiker, van alcohol en van schietwapens.[6] En twijfel over het nut van ’vergroening van onze energievoorziening’. Twijfel over de menselijke aspecten van vluchtelingenopvang, armoede. Twijfel over de regering, twijfel over de doodstraf. Twijfel over alles.
Maar deze groeiende twijfel raakt de mensheid in de kern. Onze vermogen om in grote groepen na te denken stelde ons immers in staat om voor de meest complexe problemen (honger, armoede, ziekte) oplossingen te bedenken. En terwijl internet dit nu juist zou moeten verbeteren, dreigt het groeiend gebrek aan vertrouwen en de groeiende ‘twijfelmuren’ dit nu te verstoren. En dit terwijl er toch grote problemen op de mensheid afkomen, zoals overbevolking, ecologische veranderingen, immigratie en grondstoffen management. En we zien dit in de internationale arena ontstaan. Er wordt internationaal steeds minder samengewerkt en internationale instellingen (Wereldbank, Internationaal Monetair Fonds, Verenigde Naties, Europese Unie) verliezen allemaal terrein. Steeds meer landen keren in zichzelf en bouwen muren in plaats van bruggen. Wat ook bij de strijd tegen het Corona-virus merkbaar is. In de literatuur worden dan ook steeds meer beangstigende benamingen gebruikt, zoals global libertarianism, progressive localism, national protectionism of national developmentalism. We hebben een vertrouwenscrisis in het Westen en misschien zelfs in de gehele wereld.
Laten we zeker ons voordeel doen met de nieuwe informatietechnologie. Die biedt immers vele voordelen in ons werk en in ons privé-leven. Maar als we niet tegelijkertijd een wakend oog houden voor de Dark Side of Information corrumpeert informatie ons ongemerkt en gaan we een hoogst onzekere en zelfs chaotische periode tegemoet. Iets wat we niet moeten willen.
[1] Zie hiertoe: The Dark Side of Information: overload, anxiety and other paradoxes an pathologies, David Bawden & Lyn Robinson, City University of Londen, 2008. Dit document introduceert een aantal information pathologies (vreemde manieren om met de disruptieve informatie technologie om te gaan) zoals information overload, information anxiety, information obisitas en satisficing.
[2] IWar – War and Peace in the Information Age:, How the US can beat China, Russia, Iran, North Korea and Islamic Terrorits on the Digital Battlefield, Bill Gertz, Threshold Editing, 2017, pag 7
[3] The Dark Side of Information: overload, anxiety and other paradoxes an pathologies, David Bawden & Lyn Robinson, City University of Londen, 2008, pag 3
[4] Social media expert Shelly Palmer. Gequote in IWar – War and Peace in the Information Age:, How the US can beat China, Russia, Iran, North Korea and Islamic Terrorits on the Digital Battlefield, Bill Gertz, Threshold Editing, 2017, pag 29.
[5] Zie hiertoe: The Dark Side of Information: overload, anxiety and other paradoxes an pathologies, David Bawden & Lyn Robinson, City University of Londen, 2008, pag 7. Hier worden de begrippen impermance of information en shallow noveltygeïntroduceerd. De ‘vluchtigheid en ‘veranderbaarheid’ van digitale informatie vermindert de wetenschappelijke waarde ervan.
[6] Zie hiertoe: Merchants of Doubt, Naomi Oreskes & Eric M. Conway, Bloomsbury Publishing, 2012
[dit artikel is eerder ook geplaatst op LinkedIn]