Door: Kolonel Hans van Dalen – Regimentscommandant Huzaren van Boreel

Al langere tijd waren de fronten verstard tussen Blauwland en Roodland. Zowel Blauwe als Rode militaire eenheden aan weerzijden van de frontline lagen verspreid in bossen en bebouwing en bestreden elkaar met drones en artillerie- en mortiervuur. Incidenteel werden er ook ‘snipers’ ingezet, hoewel de onderlinge afstand vaak te groot was voor effectief snipervuur. Er was weliswaar enkele malen geprobeerd plaatselijke doorbraken te forceren, maar de combinatie van infanterie- en pantservoertuigen aanvallen liep vrijwel altijd vast in vroegtijdige detectie door drones en conditionering van het terrein door loopgraven, prikkeldraad en mijnenvelden in combinatie met droneaanvallen en artillerievuur die de aanvallende troepen vertraagden en decimeerden. Tijd dus voor een andere aanpak.
Net zoals in WO I toen manoeuvre gestopt werd door vuuroverwicht en pas manoeuvre pas weer mogelijk werd toen vuuroverwicht teniet gedaan werd door pantsering (tanks) koos nu Blauwland voor een creatievere aanpak, namelijk de inzet van dronebataljons als manoeuvre middel. Elke gevechts-, gevechtssteunende en gevechtslogistieke eenheid was uitgerust met ondersteunende dronecapaciteiten, maar innovatief was dat er daarnaast per brigade een dronebataljon was opgericht die als gevechtseenheid kon worden ingezet. Per divisie was er daarnaast een complete drone-brigade opgericht, die enerzijds zwaartepunt kon leggen door vooreenheden te versterken of speciale drone-taken kon uitvoeren, zoals counterdrone of lange afstandsdoelbestrijding.
Het dronebataljon van de brigade had een aanzienlijke grootte. Het bestond uit drie aanvalscompagnieën van elk ongeveer 200 operateurs en twee ondersteuningscompagnieën van elk 150 operateurs. Eén ondersteuningscompagnie had counter-counterdrone capaciteiten en kon de counterdrone capaciteiten van de vijand ongedaan maken. De andere ondersteuningscompagnie was gespecialiseerd in terreinmobiliteit en terrein contramobiliteit met drones. Verder was er één logistieke compagnie van ongeveer 180 man, verantwoordelijk voor geneeskundige ondersteuning, bevoorrading, reparatie van grondmobiliteitsmiddelen en administratie. Speciale (en ultra geheim) was de aanvalscompagnie met luchtbeweeglijke ‘jetsuit’ operateurs die 160 man telde. De ‘jetsuit’ operateurs konden gevechtstaken uitvoeren maar ook dronelanceerplaatsen verder in de diepte inrichten. Het hoofdkwartier van het bataljon was gespecialiseerd in inlichtingenverwerking en airspace management. Het aantal drones was het dronebataljon ter beschikking had kende grootte variatie. Ook waren de voorraden drones aanzienlijk (tienduizenden) en bezat de eenheid grondmobiliteit om de operateurs en hun drones te verplaatsen.
Voorbereiding
Al maanden was er gewerkt aan de voorbereiding van de gepland operatie, die een operationele doorbraak moest bewerkstelligen en hopelijk een wending in de oorlog teweeg zou brengen. Net zoals eerder de Operatie Kaiserslacht, Operatie Overlord, Operatie Bagration, Operatie Storm en Operatie Desert Storm. Ook dit waren immers innovatieve operaties die beslissende wendingen in oorlogen met zich meebrachten. Blauwland had een relatief zware sector als aanvalssector uitgekozen, met veel bebouwing, bossen en reliëf. Dit was met opzet gedaan omdat dit gebied goed digitaal in kaart was gebracht in de eigen systemen (waardoor planning en vooroefening eenvoudig waren) en omdat hierdoor het effect van tegenmaatregelen van Roodland beperkt qua reikwijdte waren. Daarnaast was in het geheim met simulatiesystemen in klein en groot verband geoefend onder meervoudige gesimuleerde weersomstandigheden. Verder was civiele hulp ingeroepen voor speciale drone effecten en meervoudige vlieg- en kruippatronen. De reacties van Roodland waren intussen in andere sectoren getest met kleinere droneaanvallen in combinatie met grondaanvallen en artillerievuur. Periodiek werd er in de sector artillerievuur afgegeven op de stellingen van Roodland om gewenning te bewerkstelligen. Ook op doelen in de diepte.

Aanval
De aanval kwam voor Roodland totaal onverwacht. De aanval werd niet ingezet door zwaar artillerievuur met hierna chargerende infanterie of pantservoertuigen, maar door meerdere dronebataljons van de aanvallende brigades, versterkt met drone eenheden van de dronebrigade van het hoger niveau. Als eerste werden counter-counter drones gelanceerd. Die waren geprogrammeerd om op stoorzenders van Roodland af te vliegen en deze uit te schakelen. Dit waren geavanceerde drones die ook geleerd hadden om te gaan met de switch-technieken van vijandelijke stoorzender-eenheden. De counter-counterdrone vlogen op meerdere hoogtes en in meerdere lagen, zodat ook verder weg gelegen stoorzenders werden geraakt. Maar niet alleen stoorzenders werden getarget, maar ook radars en fysieke luchtverdedigingsmiddelen. Hiervoor werden lokdrones ingezet, die zodra beschoten, doelgegevens doorgaven aan grotere kamikaze-drones die zich vervolgens op deze doelen storten.
Vervolgens werden tienduizenden kruipende drones werden gelanceerd die geprogrammeerd waren op menselijke warmte. Ze slaagden er in om tientallen verspreid liggende gevechtsopstellingen te bereiken en de soldaten hierin te verwonden of te doden. Niet allen bereikten hun doel. Sommigen hadden onvoldoende elektrische energie of werden tijdig ontdekt en onschadelijk gemaakt door troepen van Roodland. In paniek geraakte vluchtende Roodlandse soldaten werden vervolgens geraakt door vliegende (first person view) drones die alle bewegende personen. Zwermen Blauwlandse drones verduisterden de lucht. Roodlandse eenheden met elektronische tegenmaatregelen proberen de drones te verstoren, maar de zwerm schakelt razendsnel tussen frequenties en past vluchtpatronen aan. Roodlandse schutters met machinegeweren en jachtgeweren proberen hier en daar de drones neer te halen, maar de grote aantallen en hoge snelheid maken dit moeilijk. Roodlandse soldaten proberen te vluchten en zich te hergroeperen, maar sommige Blauwlandse drones zijn uitgerust met gezichtsherkenning (gericht op Roodlandse commandanten) en hittecamera’s om individuen te detecteren. Sommige drones werpen rookgranaten en thermobarische wapens af om chaos te vergroten en zuurstofarme zones te creëren. De kruipende drones werden overigens niet alleen in front ingezet, maar met moederschipdrones ook in de buurt van achterwaarts gelegen eenheden, commandoposten en logistieke installaties afgezet. De paniek onder Roodlandse troepen was hier mogelijk nog groter dan aan het front.
Terwijl Roodlandse troepen de voorste opstellingen verlieten of werden gedood, verspreidde de chaos zich verder naar achteren. De Roodlandse leiding voelde zich door de vele, tegelijk optredende problemen, overweldigd en wist eigenlijk niet wat te doen. De Blauwlandse fronteenheden begonnen langzaam op te rukken achter en onder de aanvallende drone eenheden. Achter de langzaam oprukkende eenheden, reden Blauwlandse droneoperateurs mee in hun voertuigen, terwijl ze drones bedienen of nieuwe drones lanceerden.
Draadversperringen, loopgraven, mijnenvelden en andere hindernissen werden door de ondersteuning compagnieën van de dronebataljons verontzijdigd, door doorgangen te maken, zijwanden op te blazen, mijnen op te blazen door gericht gewichten te laten vallen, overschrijdingsbalken door de lucht aan te voeren en blaasbalgen in riviertjes te plaatsen en op te blazen.
Ook in de diepte van het slagveld krioelde het van Blauwlandse drones op de grond en in de lucht. Sommige van de drones opereerden automatisch terwijl sommigen door operateurs werden bediend. Tegenmaatregelen werden belemmerd door Blauwlandse counter-counter drone activiteiten. De schaal van inzet overweldigde de Roodlandse leiding die slechts één tegenmaatregel wist, namelijk de lancering van eigen drones in combinatie met een tegenaanval een gemechaniseerde eenheid. De Roodlandse drones op lage en middelbare hoogte werden echter snel uitgeschakeld door een nieuw innovatief wapensysteem, namelijk automatische krachtige laser-wapens die gemonteerd waren op de pantservoertuigen. Dit systeem heette Tryzub (= Oekraïns voor Trident).
Enkele Blauwlandse drones opereerden op grotere hoogte verder in de diepte en waren één op één gekoppeld aan HIMARS inzet. Op basis van algemene prioriteitsstelling van de Blauwlandse legerleiding waren deze drones met geavanceerde sensortechniek op zoek naar speciale strategische doelen, zoals Roodlandse dronefabrieken, dronelanceerinstallaties, commandoposten, lange afstandsartillerie posities, vitale infrastructuur en sensitieve burgerdoelen.
Tegenaanval en doorbraak
De Roodlandse tegenaanval kwam laat op gang. Te laat zelfs. Blauwlandse drone eenheden hadden al een groot gat geslagen in diverse verdedigingslinies en grondeenheden waren al een tiental kilometers opgerukt. De Roodlandse tegenaanval werd op de doorbraak sector gelanceerd om te proberen de Blauwlandse doorgebroken troepen af te snijden en te isoleren. Dit was echter één van de scenario’s die Blauwland had geanticipeerd en voorgeoefend in simulatieapparatuur. Blauwlandse tegenmaatregelen waren daarom snel en effectief. Beweeglijke drone-eenheden storten zich op de Roodlandse tanks- en pantservoertuigen terwijl de drone van de gevechtsondersteuningscompagnie hindernissen op wierpen voor de voertuigen. Weer andere drone-eenheden vochten luchtduels uit met Roodlandse drones. Enkele drones zijn uitgerust met signaaljammers en schakelen radio- en GPS-signalen uit, waardoor de coördinatie binnen de tegenaanvalsmacht wordt verstoord. Een eerste golf van explosieve drones duikt omlaag en vernietigt de leidende voertuigen op de opmarscolonnes, waardoor een blokkades ontstaat en de ontplooiing wordt vertraagd. Meerdere kamikazedrones richten zich op kwetsbare voertuigen zoals brandstoftrucks en de mobiele commandopost. Terwijl de Roodlandse verliezen opliepen vertraagde de tegenaanval zodat Blauwlandse grondeenheden te tijd krijgen om een tijdelijk flankverdediging in te richten. Een gespecialiseerde Roodlandse eenheid met laserafweersystemen en krachtige elektromagnetische pulsen (EMP’s) arriveert als versterking en een EMP-puls schakelt een gedeelte van de Blauwlandse drones uit. Enkele overlevende AI-drones schakelen echter over op een autonome modus en voeren hun aanval voort. De Roodlandse tegenaanval kwam nooit goed tot ontplooiing. Ook de Roodlandse artillerie (voor zover ze nog in staat waren tot vuren) vonden nauwelijks lonende doelen, omdat de meeste Blauwlandse eenheden in de lucht vochten.
Terwijl de Roodlandse tegenaanval zich probeerde te ontwikkelen bleef het zwaartepunt van de Blauwlandse eenheden gericht op de doorbraak sector. Hier werden het gros van de eenheden ingezet. Doorslaggevend was de inzet van de ‘jetsuit’ compagnieën, die laag- en individueel vliegend zich op een afgesproken tijdstip concentreerden op vitale infrastructuur, zoals bruggen, defilé of een industrieel complex. Deze werden dus vanuit de lucht veroverd, maar wel op een dusdanig tijdstip dat link-up met grondeenheden na 4 uur was verzekerd. De ‘jetsuit’ eenheden werden vanzelfsprekend door drones vanuit de lucht ondersteund en beschermd. Enkel ‘jetsuit’ operateurs activeerden moederschipdrones die door vrachtdrones waren gebracht. Hierdoor waren de jetsuit operateurs in staat een samenhangende tijdelijke verdediging te organiseren rondom de door hen veroverde vitale punten.

Uitbraak
De uitbraak kwam nadat de dronebrigades werden ingezet. De werden met voertuigen in de doorbraaksector naar voren gebracht waarna de drones de diepte in werden gelanceerd op vijandelijke reserve-eenheden, maar vooral voorraden en artillerie opstellingen. Hoofdaanvalsdoelen waren echter vijandelijke drone-eenheden, drone-lanceerplaatsen, drone trainingscentra en dronefabrieken. Opnieuw veroorzaakten zwermen Blauwlandse drones, die deels met AI autonoom opereerden, chaos en verwarring in het Roodlandse achtergebied. Ook de lokale bevolking werd betrokken bij de strijd doordat drones pamfletten uitstrooiden, lokale social media beïnvloeden en spontane hotspots opzetten die waardoor automatisch GSM’s van lokale bewoners verbonden werden met Blauwlandse providers en afgesloten werden van Roodlandse beïnvloedingsmethodes
De Blauwlandse grondtroepen hadden het relatief gemakkelijk en konden kilometers diep in vijandelijk gebied oprukken. Hier en daar lagen we duizenden Blauwlandse drones vernietigd of met lege batterijen op het slagveld. Hoewel ze niet meer inzetbaar te krijgen waren, werden ze wel verzameld voor hun vitale onderdelen, die mogelijk hergebruikt konden worden. Tussen de Blauwlandse drones lagen ook veel lijken van Roodlandse soldaten met verwondingen aan bovenlichaam of hoofd, vernietigde opstellingen met droneresten erin, geblakerde omhulsels van pantservoertuigen, tanks en kanonnen vrijwel allemaal vernietigd met kamikaze-drones.
Na de strijd werden helden gelouterd, waaronder veel drone-operateurs. Maar de meest gelouterde Blauwlandse militair was hoofd simulatie. Hij had immers gezorgd voor een gedetailleerde weergave van de aanvalsomgeving, waarin drone-operaties konden ontworpen, beproefd en individueel beoefend. Hierdoor was de synchronisatie optimaal en konden drone-operateurs vrijwel blindelings hun opgedragen routes laagvliegend volgen en hun doelen uitschakelen.
Afsluiting: tactisch dilemma
Het aloude tactische dilemma bestaat uit de relatie tussen vuurkracht en beweging. Vuurkracht probeert beweging te voorkomen door vernietiging, terwijl beweging weer nodig is om vernietiging door vuurkracht de ontlopen of te ontwijken. Vaak wint de vuurkracht (longbow, kruisbogen, kanonnen, mitrailleurs), soms de innovatieve beweging door snelheid (paarden, helikopters, vliegtuigen) of bepantsering (ridders, tanks). Dit tactische dilemma speelt ook nu weer op: beweging wordt onmogelijk gemaakt door drones, gekoppeld aan vuurkracht of vuurkracht door drones zelf (kamikaze drones). De vuurkracht is zo groot geworden dat zelfs de zwaarste pantsering of betonnering niet langer volstaat. De enorm toegenomen zwaarte van de pantsering belemmert zelfs de beweging. Tanks van 80 tot 90 ton zijn niet langer in staat om snel genoeg over het slagveld te bewegen. Er is dus weer innovatie nodig om beweging weer mogelijk te maken. Deze innovatie ligt in mijn ogen in de combinatie van robotica en drones met AI, waardoor zwermen lucht- of grondgebonden drones ingezet kunnen worden om vuurkracht te verzadigen, ontwijken of zelfs vuurkracht uit te schakelen. De zelfdenkende en zelfsturende bewegingen van robotica zijn in mijn ogen de kern van de oplossing. De mens is hiervoor te langzaam en te traag denkend. Drone bataljons zijn daarom de oplossing om het tactische dilemma weer in het voordeel van beweging te laten kantelen. Dit vermindert verliezen en verkleint de kans op atritie-oorlogvoering, iets waar de Westerse gemeenschappen baat bij hebben. Bovendien benut dit de voordelen van het Westen, namelijk technische vernuft en innovatief vermogen. Zaken waarin de centraal gestuurde Oosterse samenlevingen minder sterk in zijn.