Tankslag bij Hannut

door: Kolonel Hans van Dalen, Regimentscommandant Huzaren van Boreel

In de meidagen van 1940 gaat terecht veel aandacht uit naar de Duitse doorbraak van het XIX Pantserkorps van generaal Guderian (1 PzDiv, 2 PzDiv en 10 PzDiv) bij Sedan. Ook is er aandacht, zei het minder, voor de overgang bij Dinant van het XVe Pantserkorps van Hoth (5 PzDiv en 7 PzDiv). Deze pantserkorpsen behoorden, samen met met het XXXVI Pantserkorps (6 PzDiv, 8 PzDiv en 2 InfDiv) tot Heeresgruppe A die de zuidelijke tangbeweging uitvoerde. Er is echter nauwelijks aandacht voor de even zo belangrijke aanval van het XVI Pantserkorps van generaal Hoepner. Dit pantserkorps bestond uit de 3 PzDiv en 4 PzDiv en vormde de voorhoede van Heeresgruppe B die de noordelijke tangbeweging vormde. Hun taak was het lokken en vervolgens binden van de belangrijkste Franse en Engelse eenheden in België. Deze geallieerde eenheden moesten immers weggehouden worden van het Duitse zwaartepunt in het zuiden, zodat de doorbraak naar het Kanaal in de rug van de geallieerde troepen uitgevoerd kon worden. Kortom van het succes van de XVI Pantserkorps van Hoepner hing ondermeer het welslagen van de Duitse strategie af. Daarom is het tijd om deze operatie in noord België eens nader te beschouwen, temeer omdat hier een grote tankslag werd uitgevochten.

De wederzijdse plannen (internet)

Inleiding: de twee partijen

De 3 en 4 PzDiv behoorden tot de eerste gevormde pantserdivisies en hadden beiden al gevechtservaring in Polen opgedaan. De 3 PzDiv stond onder leiding van generaal-majoor Horst Stumpf en de 4 PzDiv onder leiding van generaal-majoor Johan Joachim Stever. De divisies bestonden beide uit een ‘Panzerbrigade’ met twee tankregimenten van elk twee tankbataljons en daarnaast normaal gesproken een ‘Schützenbrigade’ met twee infanterieregimenten met elk weer twee infanteriebataljons. In totaal dus 4 tankbataljons en 4 infanteriebataljons. Dit was inderdaad zo bij 4 PzDiv, maar 3 PzDiv bezat echter maar één infanterieregiment, met (als compensatie) drie infanteriebataljons. Daarnaast bezat elke divisie een verkenningsbataljon, geniebataljon en artillerieregiment. Verder vanzelfsprekend de nodige ondersteunende en logistieke eenheden. De tankbataljons waren samengesteld uit veel lichte tanks (PzKpfw II en III) en slechts enkele zware tanks (PzKpfw IV). De infanterie was volledig gemotoriseerd. Slechts een beperkt aantal compagnieën was uitgerust met pantserwagens. Het verkenningsbataljon was eveneens compleet gemotoriseerd en bezat deels 4-wiel en 8-wiel gepantserde verkenningsvoertuigen. De totale sterkte van het XVI  PzKorps was 618 tanks, namelijk 252 PzKpfw I, 234 PzKpfw II, 82 PzKpfw III en 50 PzKpfw IV. Verder waren er nog enkele commandotanks (met alleen mitrailleurs) en had elke divisie nog 56 gepantserde gevechtsvoertuigen.

Franse tanks rukken België binnen. (internet)

Het zogenaamde ‘Dijle-Breda’-plan van de geallieerden voorzag in het sturen van Franse troepen naar België en het inrichten van een verdediging langs de rivier de Dijle.  Het 1e Franse leger van generaal Blanchard moest deze zone tussen Waver en Namen dekken. Tussen de riviertjes de Dijle en de Maas lag echter een gat, dus zonder grote waterhindernis. Dit werd de ‘Opening van Gembloers’ (Frans: Gembloux) genoemd. Als dekkingstroepen hiervoor stuurde generaal Blanchard zijn cavaleriekorps naar voren. Dit cavaleriekorps uit twee lichte gemechaniseerde divisies, namelijk 2 en 3 DLM (divisions légères mécaniques)[1] onder leiding van generaal Rene Prioux. Met als extra versterking twee bataljons gemotoriseerde mitrailleurs werd het korps naar de omgeving van het Belgische stadje Hannut (Frans: Hannuit) gestuurd. Dit stadje lag  halverwege tussen Maastricht en Namen en een kilometer of 30 voor de beoogde Dijle-linie. Niettegenstaande hun betiteling waren dit de zwaarst bewapende Franse divisies. 2 DLM stond onder leiding van kolonel Gabriel Bougrain en 3 DLM onder leiding van kolonel Jean Langlois. Beiden bestonden uit twee lichte gemechaniseerd brigades, waarvan er één twee tankregimenten had met elk twee tankbataljons (een bataljon met 44 Somua S35 tanks en een bataljon met 43 Hotchkiss H35 tanks). De andere gemechaniseerd brigade bestond uit een gemechaniseerd infanterieregiment ( 126 Laffly S20TL vrachtwagens), een verkenningsregiment (44 Panhard gepantserde verkenningsvoertuigen, verdeeld over twee eskadrons) en drie zelfstandige verkenningseskadrons met elk 22 lichte tanks uitgerust met mitrailleurs. Elke divisie had ook een artillerieregiment. De twee DLM divisies waren dus min of meer hetzelfde georganiseerd als de twee Duitse PzDivs. Elke DLM bezat dus een organieke sterkte van 260 tanks en 44 Panhards. Het hele korps telde ongeveer 520 tanks. Ook de kwalitatieve verschillen in uitrusting waren gering. De Franse Somua S35 tank was opgewassen tegen de Duitse PzKpw III, maar wel benadeeld omdat ze uitgerust was met een éénmans toren.

De verschillen bij de artillerie en luchtmacht waren groter. De Duitsers bezaten een licht voordeel bij de artillerie, maar het verschil bij de ondersteunende luchtmacht was aanzienlijk en bij bepaalde fasen in de strijd zelfs doorslaggevend.

10 mei – de opmars van de beide partijen

In de avond van 9 mei werden de Duitse eenheden om 21.00 uur gealarmeerd met het codewoord ‘Danzig’ en begon de West Veldtocht. In de vroege ochtend van 10 mei begon startte 4 PzDiv haar opmars, een dag later gevolgd door 3 PzDiv. Duitse ‘Fallschirmjäger’[2] en ‘Sonderkommando’s’[3] hadden bruggen over het Albertkanaal en Juliana-kanaal veroverd en ook de verovering van het Belgische fort Eben-Emaël door Fallschirmjäger[4] vergemakkelijkte de opmars aanzienlijk. Er werd over twee routes opgerukt. Nederlandse grenstellingen werden gemakkelijk terzijde geschoven en op 10 mei om 08.30 werd de Maas bereikt. Onder dekking van tankeenheden stak infanterie met rubberboten de Maas over om vervolgens op te rukken naar de bruggen over het Albertkanaal bij Veldwezelt en Vroenhoven, die in de vroege ochtend door Duitse parachutisten waren veroverd.[5] Terwijl de genie pontveren bouwde over de Maas om voertuigen te laten oversteken werden de bruggenhoofden uitgebouwd. De pontveren waren rond het middaguur in gebruik, maar intussen was er wel een fikse verkeerschaos ontstaan op de wegen naar Maastricht. Een 16-tons verkeersbrug over de Maas was pas in de nacht van 10 op 11 mei gereed. De 3 PzDiv sloot op achter de 4 PzDiv maar bevond zich op deze dag met het gros van haar eenheden nog op Duits grondgebied.

Kriegsbrücke zuid van Maastricht. Blik richting oost. (archief 3 PzDiv)

Het Nederlandse verzet in Zuid Limburg was een combinatie van grensversperringen, mijnenversperringen en opgeblazen bruggen. Dit had de Duitse opmars met ongeveer een halve dag vertraagd. Achter het Albertkanaal lag de Belgische 7 Div in de verdediging. Hun eerdere tegenaanvallen op Duitse parachutisten in de bruggenhoofden bij Veldwezelt en Vroenhoven waren vastgelopen door Duitse luchtaanvallen. Met artillerievuur trachtten men de uitbouw van de Duitse bruggenhoofden te voorkomen. Op 10 mei om 06.30 waren intussen de Fransen gealarmeerd en vervolgens snel België binnengerukt met voorop het Cavalerie korps van Prioux. Zodra de opsluitende infanterie-eenheden (15 Mot Inf Div en 1 Marokkaanse Div) de Dijle stelling bereikt zouden hebben, zou dit korps met 2 en 3 DLM doortrekken naar de lijn Huy-Hannut en Tirlemont om de Duitse opmars te vertragen en tijd te winnen.
De Franse legercommandant Billotte wilde eigenlijk dat Prioux zijn DLM divisie verder naar het oosten liet oprukken om de Belgen bij het Albert kanaal te steunen. Prioux dacht daar anders over. Dat terreingedeelte was in zijn ogen te open waardoor zijn tanks een prooi zouden worden voor de Duitse Luftwaffe. Hij wilde zijn tanks liever als tegenaanvalsmacht achter een linie van sterke punten positioneren. Billotte accepteerde het besluit van Prioux en gaf hem opdracht de Duitsers tot de ochtend van 14 maart te vertragen. Eerder mochten ze de linie van Gembloers dus niet bereiken. De Franse luchtmacht werd vooral ingezet voor aanvallen in de diepte, bijv op de Duitse bruggenhoofden. Er bleef maar weinig Franse luchtsteun over voor de beide DLM divisies.

4 PzDiv bij Hannut. (Bundesarchiv)

Franse verkenningseenheden werden in front van de DLM divisie ontplooid. Deze melden de naderende Duitse tanks. 2 DLM werd ontplooid in een lijn van Huy (aan de Maas) er vervolgens langs de Mehaigne beek. 3 DLM lag in positie van Crehen naar Orp en dan noord langs de Petite Gette beek naar nabij Tirlemont. Deze weerstandslijn was een plateau met veel wegen, hier en daar bossen en een paar eenzame boerderijen. Belangrijkste gebied van een hoogterand van Hannut via Crehen naar Merdorp. Noord van deze waterscheiding stroomde de Petite Gette naar de Schelde en zuid ervan de Mehaigne naar de Maas. 3 DLM had haar verkenningseenheid op de noordflank gezet. De lichtere Hotchkiss tanks stonden in front, terwijl Somua tank eenheden meestal in tweede lijn stonden of reserve-eenheden vormden. Artillerie en anti-tank geschut stond verder naar achteren in directe steun aan de tankbataljons. 2 DLM had haar eenheden ongeveer hetzelfde gepositioneerd.

11 mei – de eerste gevechten

Zodra de 16-tons brug ten zuiden van Maastricht gereed was begonnen de gepantserde eenheden van 4 PzDiv de oversteek vervolgens door te steken naar de beide bruggenhoofden over het Albertkanaal.  Meervoudige Franse en Engelse luchtaanvallen op de brugslag en de bruggen over het Albertkanaal werden afgeslagen. Om 07.00 begon de uitbraak door infanterie-eenheden die al snel Mopertingen en de hoogte rond Rosmeer en Herderen bereikten. Rond 13.00 uur werd Tongeren veroverd. De Belgische weerstand was gering, maar nabij Tongeren waren er wel schotenwisseling met verkenningselementen en Duits voorhoedes. Hoewel er nauwelijks vijandweerstand voor de 4 PzDiv was, besloot de Duitse korpscommandant Hoepner om de divisie te laten halthouden, zodat de 3 PzDiv kon opsluiten en haar posities kon innemen noord van 4 PzDiv.

11 mei. Opmars van 4 PzDiv.(kaart van Dalen)

In de middag kwam echter het bericht dat Belgische eenheden zich terugtrokken uit Luik en via twee wegen naar St. Trond oprukten. De 4 PzDiv kreeg bevel om twee gevechtseenheden vooruit te werpen om deze Belgische bewegingen te blokkeren. De PzBrig bezette vervolgens in de late middag Grandville en de SchützenBrig beveiligde de zuidflank door een stelling bij Freeren in te nemen. Deze acties werden zonder al te veel problemen uitgevoerd. De dag had de divisie echter wel 32 doden en 110 gewonden gekost. De 3 PzDiv was intussen opgerukt en had met haar voorste elementen de brug bij Veldwezelt overschreden. Haar verkennings-bataljon en motorrijdersbataljon (zogenaamde ‘kradschützen’) waren al in Bilsen in gevechtscontact met Belgische soldaten. Terwijl de rest van de divisie in de nacht opsloot nam deze voorste delen van 3 PzDiv noord van Tongeren stelling. Logistiek elementen van beide pantserdivisies bevonden zich nog oost van de Maas of zelfs in Duitsland.
De Duitsers konden tevreden zijn. De Belgische 7 Div was verslagen en beide pantserdivisies hadden de Maas en Albertkanaal zonder al te grote problemen overschreden. Intussen bereikte het Franse cavaleriekorps Gembloux met de twee lichte gemechaniseerde divisies in opmars richting Hannut. 3 DLM noord en 2 DLM zuid.

12 mei – de eenheden komen met elkaar in gevechtscontact

PzRgt 35 tijdens de initiële aanval op Hannut op 12 mei (archief 4 PzDiv)

Het korpsbevel voor voortzetting van de aanval werd om 01.50 uitgeven, gevolgd door de divisiebevelen tussen 04.00 en 05.00 uur. De aanval werd vervolgens al bij dag aanbreken om 05.30 ingezet. De 4 PzDiv viel richting zuidoost van Hannut aan en bezette Waremme en Villers Peublier. Via twee aanvalsassen gingen de twee tankregimenten voorop gevolgd door twee infanterieregimenten. De 3 PzDiv, die de hele nacht gebruikt had om haar eenheden te laten opsluiten, zette de aanval vanuit de beweging in en probeerde noord van de 4 PzDiv te komen. PzRgt 35 van de 4 PzDiv veroverde intussen in de vroege ochtend Hannut zelf, hoewel dat dorp in het aanvalsgebied van de 3 PzDiv lag. Tegen lichte Franse weerstand werden de oorden Avesnes en Braives bereikt aan het riviertje de Mehagine. Bij Avesnes werd zelfs een klein bruggenhoofd gevormd. De 4 PzDiv zette haar verkenningsbataljon ter beveiliging van de zuidflank in. Toen een Duits infanteriebataljon rond 09.30 uur probeerde uit te breken uit Hannut werd ze echter bij Crehen teruggeslagen door een Frans tankbataljon van 3 DLM, bestaande uit 21 Hotchkiss tanks ondersteund met artillerie. De Duitsers trokken tanks aan en de eerste tankgevechten begonnen. De snellere Duitse tanks wisten de Franse tanks uit te manoeuvreren en terug te dringen. Elf Frans Hotchkiss tanks werden vernietigd, waarvoor echter wel de inzet van de (schaarse) PzKpfw III nodig was. Deze beschoten de Franse posities, terwijl de lichtere PzKpfw I en II de Franse tanks probeerden te omtrekken. Aan Duitse zijde vielen 5 tanks uit, met 5 doden en 11 gewonden. Crehen kon niet worden veroverd, maar Hannut bleef wel in Duitse handen.

Bij het vallen van de avond werden Duitse tanks op weg naar Merdorp in Thisnes nog een keer door twee pelotons Franse Somua S-35-tanks aangevallen. Thisnes wordt ‘s avonds door de Duitsers ingenomen, maar het volgende dorp, Wansin, niet meer. De noordelijke flank van 4 PzDiv lag open, door het achterblijven van 3 PzDiv. Ook de zuidelijke flank lag ongedekt door het achterblijven van het zuidelijk aanleunende Duitse XXVI infanteriekorps. Ten noorden van 3 PzDiv was IV infanteriekorps wel aardig bijgetrokken, iets van generaal Prioux ernstig verontruste.

4 PzDiv in de aanval bij Hannut. (Bundesarchiv)

4 PzDiv kreeg te maken met brandstofgebrek maar in de middag werd door de Luftwaffe brandstof afgeworpen. 2 DLM lanceerde een tegenaanval om de Franse tanks van 3 DLM uit Crehen te bevrijden. Deze tegenaanval werd uitgevoerd aan beide zijde van Avesnes met Somua S35 tanks en slaagde in haar opzet, maar wel met zware tankverliezen aan Franse zijde. 3 DLM liet hierop het dorp los en trok ze zich terug in de richting van Jandrain-Jandrenouille en Merdorp.

Om 19.00 uur hervatte 4 PzDiv haar aanval met een ‘Vorausabteilung’, bestaande uit een tankbataljon, infanteriebataljon en twee artillerieafdelingen. De nog lopende Franse tegenaanval bij Crehen werd genegeerd. In en bij Thisnes werd echter al op vijand gestuit, waarop het tweede zware tankgevecht van die dag ontbrandde. Flankerende beweging werden bemoeilijkt door slecht zicht en zwaar Frans vuur vanuit Wansin. Ook hier lanceerde de Franse een tegenaanval met tanks die zelfs de tanks van de regimentscommandant vernietigde. Beide partijen trokken zich bij het vallen van de duisternis terug. In de nacht probeerde de Duitse infanterie de Franse posities te overmeesteren. Dit lukte bij Wansin, waar de Fransen zich in de vroege ochtend van 13 mei terug trokken.

12 mei. De 4 PzDiv houdt halt en de 3 PzDiv sluit ten noorden aan. (kaart van Dalen)

De 3 PzDiv zelf bereikte pas rond 18.00 met haar tankeenheden en eerste infanterie-eenheid Hannut. In de nacht van 12 op 13 mei maakte deze divisie haar eerste krijgsgevangen van 3 DLM.[6] In het zuiden had 2 DLM nauwelijks gevechtscontact met de Duitsers gehad, op de boven vermeldde ontzettingsaanval na. De reden hiervoor was dat de 4 PzDiv haar zwaartepunt naar het noorden had verlegd, waardoor vooral rond Hannut een grote concentratie van Duitse eenheden ontstond. De Franse infanterie-eenheden in de Dijle stelling waren intussen druk bezig met de verdedigingsvoorbereidingen. Ze konden tevreden zijn. Het front van 3 DLM was nog steeds intact, met posities bij Tienen, Jandrenouille en Merdorp. Ook 2 DLM zat nog in haar oorspronkelijke lijn. Omdat ook de Duitsers enige terreinwinst hadden geboekt op de grens van de twee divisies had deze dag dus geen duidelijke winnaar opgeleverd. In de lucht ging het minder goed. De geallieerde luchtmacht probeerde wat terug te doen, maar de meeste vliegtuigen werden neergeschoten. Aan het einde van de dag werd bovendien het geallieerde luchtzwaartepunt naar het bedreigde gebied rond Sedan verlegd. De Franse generaal Prioux had geen luchtsteun meer.

Opmars van 3 PzDiv gaat voorbij aan Belgische gevangenen. (archief 3 PzDiv)

13 mei – de tankslag brandt los

In de ochtend voerde de Franse 2 DLM met een dertigtal Somua-tanks een aanval op Thisnes uit, om de druk op 3 DLM te verminderen. Onderweg vernielen ze enkele Duitse voertuigen, maar bij Crehen villen ze in een hinderlaag van anti-tank kanonnen van de 4 PzDiv. De Franse tanks leden verliezen en werden gestopt. In de late ochtend hinderden (met geforceerde marsen aangevoerde) infanterie eenheden van de Duitse 35, 61 en 269 Inf Divs verder actie van 2 DLM ten zuiden van de Mehaigne beek, zodat generaal Hoepner zijn twee pantserdivisies uitsluitend tegen 3 DLM ten westen van Hannut kon concentreren. Vreemd genoeg wees de commandant van 2 DLM, generaal Bougrain, in zijn noordelijke sector een aanbod van terugtrekkende Belgische eenheden af om zijn weerstandslijn te komen versterken. Dit had immers zijn tankeenheden vrijgemaakt om verder naar het noorden 3 DLM te hulp te kunnen schieten. 3 DLM zou dus onder zware druk komen te staan.
De Duitse generaal Hoepner concentreerde zijn troepen in 12 km, met 3 PzDiv tegenover Marilles en Orp en 4 PzDiv tegenover Thisnes en Merdorp. Om 12.30 uur startte 3 PzDiv haar aanval, met de twee tankregimenten in front. 5 PzRgt (kolonel Funck) bij Trognée (noord) en 6 PzRgt (kolonel van Lewinski) bij Montenaeken (zuid). Elk hadden ze een infanteriebataljon achter zich. Om 12.30 begon de aanval met een Stuka-aanval en om 13.00 uur werd het hogere gebied oost van het beekje ‘de Gette’ bereikt.

3 PzDiv valt aan bij het beekje ‘Gette’. (archief 3 PzDiv)

Een tankbataljon van PzRgt 6 viel Orp-le-Grand aan, terwijl het andere tankbataljon Grenville naderde. Een houten bruggetje over de Gette bood een overgangsmogelijkheid en om 15.15 was het beekje overwonnen door 6 PzRgt. 5 PzRgt vond om 14.30 ook een overgangsmogelijkheid en bevocht onder zware Franse weerstand een overgang over het beekje, waarna genisten snel een noodbrug begonnen te bouwen.  Na het overschrijden van de Gette zette 6 PzRgt haar aanval voort richting Jaudrain. Hier werd de aanval gestopt door Frans antitankgeschut wat met Duits artillerievuur werd onderdrukt. De aanval ging verder, maar de Fransen lanceerden een tankaanval met 36 SOMUA S-35 tanks vanuit zuidelijke richting op de open flank van 6 PzRgt. Deze eerste aanval werd met moeite afgeslagen, ondermeer door het snel aantrekken van het anti-tankbataljon (Panzer Jäger Abteilung 39). De Fransen gaven niet op en lanceerden zwaardere tankaanvallen uit de richting van Jauche en Genville. 3 PzDiv was gedwongen om een tankbataljon van PzRgt 5 naar PzRgt 6 te sturen. Bovendien moesten ze de lichte PzKpw II en III naar achter halen en de zwaardere PzKpw IV aantrekken en inzetten om de zware Franse Somua S35 tanks uit te schakelen. De Duitsers rapporteerden dat 22 Somua tanks hadden vernietigd.

13 mei. 3 en 4 PzDiv vallen frontaal vooral 3 DLM aan. Zware tankgevechten gedurende de hele dag. 3 DLM trekt zich vechtend terug. 2 DLM schiet niet te hulp. (kaart van Dalen)

Ten noorden van dit gevecht werden de overgangen bij Le Grand-Orp verdiept door inzet van Duitse infanterie-eenheden. Het overgebleven tankbataljon van PzRgt 5 werd aan het einde van middag hier eveneens aangevallen door een Frans tankbataljon met Hotchkiss H35 tanks dat vanuit het noordwesten naar het zuiden oprukte. Langzaam werden de Franse tanks echter teruggedrukt door betere gevechtstactieken van de Duitse tanks. Na afslaan van de zuidelijke Franse tegenaanval bij Jauche rukten de Duitse tankbataljons verder op naar het westen. PzRgt 6 overschreed rond 20.00 de spoorlijn bij Jauche en vanwege het invallen van de duisternis werd even ten westen van Jauche haltgehouden. PzRgt 5 was ook ten noorden hiervan opgerukt, nadat het eerder aan PzRgt 6 afgestane tankbataljon was teruggehaald. Ze bereikte min of meer dezelfde linie als PzRgt 6. De volgende infanterie had intussen de dorpen bij ‘de Gette’ gezuiverd en eveneens aangesloten. Het was 3 DLM dus niet gelukt om de Duitsers tegen te houden. 3 DLM was door de Duitse tankaanvallen naar het westen teruggedrukt en had op deze dag 30 van haar 80 Somua tanks en 75 van haar 140 Hotchkiss tanks verloren. Haar infanterieregiment bezat nog slechts de sterkte van een bataljon.

Chaos in de straten van Jauche na de strijd. (archief 3 PzDiv)

De 4 PzDiv had, conform bevel, dus op het aansluiten van 3 PzDiv gewacht en zette eveneens de aanval rond het middaguur in. Haar aanvalsdoel was het dorp Perwez. In de ochtend waren de eenheden omgegroepeerd en was dus het zwaartepunt naar het noord verlegd. De open zuidflank langs de Mehaignes riviertje werd gedekt door de gevechtsgroep Lüttwitz, bestaande uit het verkenningsbataljon, mitrailleurbataljon en een anti-tankcompagnie. In de ochtend werden lichte Franse tegenaanvallen bij Avesnes en Braives tegen gehouden. Ook hier begon de aanval om 12.00 met Stuka-inzet en geconcentreerd Duits artillerievuur , waarna de Schützenbrigade ten noorden van Hannut oprukte richting Wansin en Grehen. Ten zuiden hiervan viel de Panzerbrigade vanuit Lens-St.Remy aan richting het verder weggelegen Merdorp. De aanval verliep aanvankelijk voorspoedig en Merdorp werd om 14.00 uur door een infanteriebataljon van de Schützenbrigade bereikt. Het dorp was bezet door Franse tank- en infanterie-eenheden en werd zwaar verdedigd. Franse tanks voerden kleine onsamenhangende tegenaanvallen uit. De Duitse lichte tanks bleken hierbij niet opgewassen tegen hun beter gepantserde en bewapende Franse tegenhangers. Sommige Franse tanks braken zelfs door, maar werden onschadelijk gemaakt door meegevoerd Duits anti-tankgeschut. Pas om 17.00 uur werd het dorp door 4 PzDiv veroverd, waarbij tankbataljons het dorp eerder ten noorden en zuiden hadden omtrokken richting Branchon en Franse tanks in Merdorp dus van achter aanvielen. De Franse tanks, die Merdorp verdedigen, werden na een gecombineerde actie van antitank kanonnen en Duitse infanterie teruggeworpen op Jandrenouille. Duitse tankbataljons bereikten om 17.30 dit dorp. Ook dit dorp werd zwaar verdedigd en deels omtrokken. Om 18.00 uur bereikte Duitse gemotoriseerde infanterie het hierachter gelegen dorp Ramillies-Offus, waarbij ze dus de Duitse tankbataljons hadden ingehaald. Resterend daglicht ging verloren met het zuiveren van de achterwaarts gelegen dorpen. Het aanvalsdoel Perwez was dus door 4 PzDiv niet gehaald, maar 2 DLM had eveneens niet de kans gegrepen om de zuidflank van 4 PzDiv aan te vallen. Ten zuiden en noorden van de twee Duitse pantserdivisies waren intussen Duitse infanteriedivisies redelijk opgesloten, waardoor beveiligende flankstellingen losgelaten konden worden en deze troepen weer aangetrokken. De 4 PzDiv had op deze dag 36 doden, 104 gewonden en 13 vermisten te betreuren.

Orp Le Grand na de strijd. (archief 3 PzDiv)

Zwaar op de proef gesteld door de Duitse aanval had 3 DLM om ongeveer 15.30 opdracht gekregen om 15.30 zich terug te trekken naar Perwez. 2 DLM, minder hard getroffen, trok pas de volgende ochtend terug naar de lijn ten zuiden van Perwez. Op 14 mei voerde ze achterhoedegevechten in de sector van Grand-Leez.

14 en 15 mei – vervolging, de Duitsers stuitten op de Dijle linie

In de late avond van 13 mei kwam het Korpsbevel binnen. De aanval moest op 14 mei worden hervat, waarbij 4 PzDiv haar aanval niet hoefde af te stemmen op die van 3 PzDiv. Het aanvalsdoel van 4 PzDiv was het relatief open terrein ten noorden van Gembloers. De divisie rekende echter op een tussengelegen Franse opstelling bij het oord Perwez. Om 08.00 begon de Panzerbrigade haar aanval, een half uur later gevolgd door de Schützenbrigade. Franse gevechtsopstellingen in de rand van Perwez werden met artillerievuur onderdrukt. De zuidelijke linkerflank werd weer door de gevechtsgroep Lüttwitz gedekt. Om 09.45 werd een tankhindernis bij Perwez bereikt, maar omdat die niet verdedigd werd, kon hij met geniesteun snel worden overwonnen. Om 10.00 komt zowel PzRgt 35 bij Bois du Buis als PzRgt 36 bij Bois de Grand Leez in gevecht met Franse tanks. Beide bossen liggen nog voor de eigenlijke Dijle stelling. De tankgevechten duurden langere tijd, maar uiteindelijk wist PzRgt 36 haar tegenstander te omtrekken en het oord Sauveniére te bereiken. De 5 PzBrig liet vervolgens PzRgt 35 het gevecht afbreken en tussen de beide bossen door achter PzRgt 36 aantrekken. De volgende infanterie-eenheden van de Schützenbrigade stootte nu op de Franse tegenstand bij Bois de Grand Leez, maar weten die uiteindelijk met een flankaanval van een gemechaniseerde infanteriecompagnie te overwinnen. De Fransen trokken zich terug uit Bois de Grand Leez. De compagniescommandant (Hauptmann Hoffmann) ontving voor deze actie later het Ridderkruis.

Franse Somua tanks in de tegenaanval bij Hannut. (internet)

Om 12.00 probeerde de Panzerbrigade van 4 PzDiv een aanval vanuit de beweging op het oord Ernage. De lager in de omgeving van de spoorlijn liggende Franse opstelling waren echter slecht te erkennen en te bestrijden. De aanval werd met verliezen afgebroken en de tankeenheden werden teruggetrokken naar een omgeving zuidwest van Baudecet. 4 PzDiv plande vervolgens een nieuwe tankaanval met infanterieondersteuning om zuid van Ernage door te breken, maar dit plan werd afgewezen. Er werd een beter plan gemaakt, namelijk een aanval door de infanterie van de Schützenbrigade die uitgevoerd zou worden, zodra 3 PzDiv noord aangesloten was. Het korps stuurt per radio het aanvalstijdstip, maar dit tijdstip werd telkens uitgesteld. Een ergere tegenslag was zwaar Frans artillerievuur op Baudecet, waar de beide brigades hun commandoposten hadden ingericht. Een tweetal bataljonscommandanten sneuvelden, een complete staf van een infanteriebataljon werd buiten gevecht gesteld en ook de staf van een artillerieafdeling werd zwaar getroffen. Geur van Franse artilleriegranaatinslagen bewerkstelligde een gasalarm, wat enige paniek deed ontstaan en pas na een uur herroepen werd. Het korps besloot om de aanval af te blazen en het aanvalstijdstip naar 15 mei 09.00 te verschuiven.

14 mei. 3 en 4 PzDiv zetten opmars voort met tankbataljons in front, gevolgd door infanterie. Fransen voeren kleine tegenaanvallen uit. De Duitse aanval vanuit de beweging op de Dijle stelling mislukt door gebrek aan infanterie. (kaart van Dalen)

Bij de 3 PzDiv ging het beter. Deze divisie begon ook om 09.00 haar aanval  in de algemene richting van Nijvel (Frans: Nivelles). Voorop gingen de tanks van PzRgt 5 en PzRgt 6 elk gevolgd door een infanteriebataljon. Het verkenningsbataljon dekte de noordflank bij Pomal en Thorembais-les-Beguines. De Fransen boden niet veel weerstand en als snel werd de weg Leuven-Eghezée overschreden en even later de weg Wavre-Eghezée. Walhain-St.Pol werd bereikt, waar PzRgt 6 de eerste Somua S35 tank van die dag afschoot. De luitenant van het spitspeloton schakelde in het hierna ontwikkelende gevecht nog eens 7 Franse tanks uit. Omdat de Dijle stelling was bereikt, nam de Franse weerstand toe. Vooral bij Ernage werd dusdanig weerstand geleverd, dat de Duitse tankeenheden zich rond 18.30 terug moesten trekken. Hierbij gingen 5 Duitse tanks verloren. Duitse infanterie groef zich vervolgens in. Ook bij 3 PzDiv was dus een aanval vanuit de beweging niet mogelijk.

15 mei – doorbraak door de Dijle stelling

Op 15 mei lukte het de 4 PzDiv niet zelfstandig de Dijle stelling te doorbreken. De door de divisie ingezette drie infanteriebataljons (één was in reserve) waren te zwak om de Franse stellingen te doorbreken. Tanks waren niet in staat geweest de Franse hindernissen te doorschrijden. Aanvankelijk werd de Duitse aanval zelfs afgebroken, vanwege zeer zwaar Frans artillerievuur. Stuka-inzet moest er aan te pas komen. In de late middag en vroege avond begonnen Franse eenheden zich echter terug te trekken.

De reden van de Franse terugtocht waren de gebeurtenissen in het aanvalsvak van 3 PzDiv. Bij 3 PzDiv begon de aanval niet op tijd. De aanval begon met twee infanteriebataljons en het derde in reserve. Door kaartleesfouten lag echter één van de infanteriebataljon niet in de juiste uitgangsstelling. Dit moest eerst worden gecorrigeerd. Het andere infanteriebataljon ging wel op tijd voorwaarts, maar ging te snel. Hierdoor werd bijna in het eigen artillerievuur gelopen. De artilleriewaarnemer kon het vuur net op tijd stoppen. Ook hier trof het Franse infanterievuur de aanvallende Duitse infanterie zwaar en lukte het niet de Franse stellingen te doorbreken. Van één infanteriebataljon sneuvelen bijvoorbeeld alle vaandrigs. Aan het einde van de middag werd het dorp Perbais veroverd op haar Marokkaanse verdedigers. Het (aanvankelijk reserve) derde infanteriebataljon werd door het vak van 4 PzDiv gestuurd om Ernage vanuit het zuiden aan te vallen. Dit lukte aan het begin van de avond na zware gevechten. Franse tegenaanvallen werden ingezet, maar de aangetrokken Duitse tanks van PzRgt 6 arriveerden net op tijd. Ook Franse tegenaanvallen met tanks mislukten. De Duitsers zetten de aanval door en het gebied rond Ernage werd uitgebreid met de verovering van de dorpen Chastre, Cortil-Noirmont en Villeroix. De divisie haalde te ver oprukte infanterie terug en beval ingraven. 3 PzDiv had dus in tegenstelling tot 4 PzDiv wel de Dijle stelling doorbroken. Dit was reden voor de Fransen om de Dijle stelling los te laten en terug te trekken. Een pelotonscommandant van een tankpeloton en een bataljonscommandant van de infanterie kregen voor hun inzet later het Ridderkruis.


15 mei. De aanval na voorbereiding van de 4 PzDiv mislukt, maar de infanterie van de 3 PzDiv weet de Dijle stelling noord van Gembloers te doorbreken. De Fransen trekken zich terug ingegeven door Duitse doorbraak situatie bij Sedan. (kaart van Dalen)

In avond van 15 mei loste de Duitse 35 Inf Div de infanterie-eenheden van 3 PzDiv af, zodat de divisie de opmars kon voortzetten. De Duitsers waren niet in staat om direct tot achtervolging over te gaan. Er moest worden gerust, bevoorraad en gereorganiseerd. Duitse verliezen waren bovendien zwaar. 4 PzDiv 105 doden, 413 gewonden en 29 vermisten. 32 tanks waren verloren gegaan, waaronder 8 waardevolle Pzkpw IV. De verliezen van 3 PzDiv waren ook aanzienlijk. 49 doden, (waarvan 6 luitenants) en 149 gewonden. Pas op 16 mei kon de opmars voorzichtig worden voortgezet, maar echt tempo werd pas weer op 17 mei gemaakt.

Vernietigde Franse Somua tank in de Dijle linie. (internet)

Beschouwing

Paradoxaal konden beide partijen tevreden zijn. Beide partijen hadden immers hun opdracht succesvol uitgevoerd. Dankzij de actie van de twee DLM’s kon het 1ste Franse Leger van generaal Blanchard namelijk een stelling in de ‘Opening van Gembloers’ innemen. De slag bij Hannut was dus een tactisch succes voor het Franse cavaleriekorps, dat zijn opdracht had kunnen volbrengen én daarbij de Duitsers zware verliezen had weten toe te brengen. Het 1ste Franse leger was zelfs nog relatief ongeschonden en kon later, door zichzelf in de gevechten bij Lille op te offeren, Duitse opmarcherende eenheden vertraging opleggen en hierdoor het Engelse leger in staat stellen bij Duinkerken te evacueren. De Fransen hadden wel kansen laten liggen om de Duitsers nog meer verliezen toe te brengen. Opvallend was dat 2 DLM bijvoorbeeld niet op 13 mei een zware aanval richting noord uitvoerde in de flank van het zwaartepunt van 4 PzDiv. De beide Franse divisies mochten echter geen beslissend gevecht aangaf en slechts vertragen. Anderzijds blijft dit vreemd. 2 DLM was de betere van de twee divisies, omdat 3 DLM pas sinds februari 1940 bestond en vooral reservisten bevatte. Haar gevechtswaarde was geringer dan 2 DLM of 1 DLM, maar ze kreeg het tijdens deze slag het zwaarst voor de kiezen. Hulp van de meer ervaren 2 DLM was meer dan welkom en zelfs logisch geweest.
Aan Duitse zijde werd beseft dat er fouten waren gemaakt. Vooral het laten halthouden van 4 PzDiv om 3 PzDiv in staat te stellen op te sluiten, werd naderhand bekritiseerd. Het had immers 2 en 3 DLM in staat gesteld posities in te nemen rond Hannut. De korpscommandant Hoepner dacht hier anders over. De opmars werd weliswaar hierdoor vertraagd, maar hierdoor kon wel in gesloten formatie met twee PzDivs worden aangevallen. Bovendien was de opdracht om de Franse eenheden te lokken en te binden en niet om (nu al) te verslaan. Een te groot succes zou immers de overkoepelende strategie in gevaar kunnen brengen. Daarom waren ook de Duitsers succesvol. Ze hadden weliswaar de Fransen niet weten te vernietigen, maar wel conform hun taak de beste Franse eenheden naar het centrum van België weten te lokken, zodat hun zuidelijke tangbeweging succesvol kon verlopen. Bovendien hadden we ondanks kwalitatief mindere tanks toch door tactisch en technisch goed te manoeuvreren de zwaardere Franse tanks terug weten te drijven en bovendien een gat in de Dijle linie geslagen. Dat zowel 3 PzDiv als 4 PzDiv hier aanzienlijke verliezen voor hadden geleden was in hun ogen minder relevant, temeer omdat veel beschadigde tanks naderhand konden worden gerepareerd omdat ze het slagveld zelf in bezit hadden.
De Duitse PzKpfw III en IV waren de enige tanks geweest die het hadden kunnen opnemen tegen de Franse Somua S35, wat in die tijd als één van de beste tanks werd beschouwd. Drie redenen hadden de Duitsers echter in staat gesteld de Somua tank te overwinnen. Ten eerste snelheid. De lichte Duitse tanks waren wendbaarder en sneller en konden dus gemakkelijk(er) op de flanken van de Somua tanks manoeuvreren om ze van hieruit uit te schakelen. Ten tweede leidbaarheid. De Somua tank had een éénmans toren, waarbij de commandant zowel schutter als voertuigcommandant moest zijn en verband houden met de rest van de eenheid. De Duitse tanks hadden tweemans toren en deze taken verdeeld. Als laatste de radio. Duitse tanks hadden allemaal radio waardoor het eenheidsverband bewaard kon blijven en eenheidscommandanten konden manoeuvreren met complete tankeenheden. Franse tanks hadden geen radio’s, waardoor aan Franse zijde tankgevechten vaak uitdraaiende op acties van individuele tanks, die door groepsgewijs optreden van Duitse tanks uitgemanoeuvreerd konden worden.

Franse Somua tanks tijdens een oefening. Er werd gewerkt met vlagsignalen. (internet)

De Duitsers trokken lering uit deze tankgevechten en reorganiseerden in de winter van ‘40-‘41 hun tankeenheden. De PzKpfw-I en II waren te licht. Het 2 cm kanon van de PzKpfw was ronduit nutteloos. De PzKpfw I werd vrijwel onmiddellijk verwijderd uit de slagorde en ook de PzKpfw-II kreeg slechts nog verkenningstaken toebedeeld om in de winter van ‘41-‘42 totaal te verdwijnen. De PzKpfw kreeg een zwaarder kanon, terwijl de productie van de PzKpfw werd opgevoerd en de ontwikkeling van zwaardere tanktypes werd versneld. De PzDiv werden gereorganiseerd. Elke PzDiv moest een PzRgt inleveren (en dus ook haar overbodig geworden PzBrig, waarmee nieuwe PzDivs werden gevormd. De infanterie bleef min of meer op dezelfde sterkte, maar verloor wel het commando-element Schützenbrigade. Door het verwijderen van deze bevelslaag werden de PzDiv wendbaarder geworden.

Rest ons nog de tankverliezen. De Duitsers verloren 49 tanks. Rond de 200 andere waren beschadigd, en tijdelijk niet inzetbaar maar vele hiervan konden weer inzetbaar worden gemaakt. Die cijfers van de 4 PzDiv zijn exact bekend. Van de 354 tanks waren er 29 totaal vernietigd. Daarnaast waren er 161 beschadigd, waarvan er echter 70 in twee dagen weer waren hersteld. De Fransen verloren 121 tanks.

[1] Het Cavaleriekorps bestond eerder uit 1 en 2 DLM. 1 DLM had echter op 26 maart 1940 de nieuwe taak gekregen om bij Breda aansluiting te zoeken bij het Nederlandse leger en was daarom uit de slagorde van het Cavaleriekorps gehaald. 3 DLM nam daarna de plaats van 1 DLM in. 3 DLM bestond pas sinds februari 1940 en bestond vooral uit reservisten. Haar gevechtswaarde was geringer.

[2] Sturmabteilung van Hauptmann Koch, behorende tot de 7e Fliegerdivision

[3] Btl.zbV.100 = bataljon Duitse genisten in Nederlandse marechaussee uniformen op fietsen die via sluipwegen in Zuid Limburg de bruggen probeerden te vermeesteren !

[4] o.l.v. luitenant Witzig

[5] Ondermeer omdat de officier die het commando voor het springen van de bruggen moest geven, bij de eerste luchtaanval al werd gedood.

[6] Interessant hieraan is dat 3 DLM uit Parijs komt en 3 PzDiv uit Berlijn. Troepen uit de beide hoofdsteden stonden dus tegenover elkaar.

Plaats een reactie

error: Hey Verkenners en Boreelfans, deze inhoud is tegen onbevoegd opslaan beveiligd!