Italiaanse pantserdivisie in de ‘guerra di rapido corso’

Door: Kolonel Hans van Dalen, regimentscommandant Huzaren van Boreel

De Italiaanse pantserstrijdkrachten in WO II hebben een slechte naam. Bij het bespreken van diverse veldslagen in Noord Afrika gaat de lof van historici zonder uitzondering uit naar de twee krachtige Duitse pantserdivisies (15e en 21e Pantserdivisie) en wordt de inzet van de Italiaanse gemechaniseerde eenheden vaak afgedaan als een bijzaak. Toch is dit niet helemaal terecht. De Italiaanse gemechaniseerde eenheden hebben wel degelijk een fundamentele bijdrage aan de strijd in Noord Afrika geleverd. Zonder deze Italiaanse eenheden had Rommel nooit zijn Engelse tegenstanders de stuipen op het lijf kunnen jagen en bijna Caïro kunnen bereiken. Tijd om de Italiaanse gemechaniseerde eenheden en dan met name de pantserdivisies uit de ‘schaduw des tijds’ te halen en in ‘i riflettori’ te zetten.
Ik begin met een korte inleiding waarin ik de ontstaansgeschiedenis van de Italiaanse gemechaniseerde eenheden behandel en de door de Italiaanse legerleiding gemaakte formeringskeuzes. Vervolgens komen de belangrijkste tankversies voorbij met hun voor- en nadelen. In dit gedeelte ga ik ook kort in op hun inzet in de twee vooroorlogse conflicten, de strijd om Ethiopië en de Spaanse burgeroorlog. Daarna stap ik snel door naar de strijd in Noord Afrika en de prestaties van de Italiaanse gemechaniseerde eenheden. Hierbij ga ik het diepst in de drie belangrijkste slagen in Noord Afrika, de slag bij Sollum, slag bij de Gazala linie en de gevechten bij El Alamein. Ik ga voorbij aan de inzet in Tunesië en kom vanwege plaatsgebrek ook niet toe aan de inzet van Italiaanse gemechaniseerde eenheden in Albanië, Griekenland, Balkan, Rusland of na de val van het Mussolini bewind, onder strakke Duitse controle bij in Italië zelf.

Het begin

Italië behoorde tot de winnaars van WO I, maar voelde zich ernstig benadeeld. Haar ambities waren niet vervuld, economisch ging het slecht en samen met de perceptie van gebrek aan Afrikaanse koloniën was er veel onvrede onder de bevolking. Van deze onvrede maakte de fascistische leider Benito Mussolini gebruik om aan de macht te komen. Hij zette economisch herstel in, waarbij de bewapeningsindustrie niet werd vergeten. De zware industrie sector was in Italië in vergelijking met Duitsland, Engeland en Frankrijk klein en het land had te weinig grondstoffen. Mussolini liet veel militaire zaken over aan zijn bevelhebbers. Hoewel Italiaanse generaals wel volop de lessen van WO I bestudeerden was er geen Italiaanse ‘tank’-expert, zoals de Duitse Guderian of de Engelse Fuller.[1] 1Aan het einde van WO I had het Italiaanse leger enkele Franse Renault R17 en Fiat 3000 tanks. Deze laatste werd aan het einde van de oorlog in licentie gebouwd en was daarom de basis voor latere eigen Italiaanse tankontwerpen. Aan het einde van WO I werd er een ‘Battaria autonoma carri d’assalto’ gevormd. Deze werd in 1927 uitgebouwd tot een ‘Reggimento Carri Armati.’ In 1933 ging het Italiaanse leger een stap verder. Generaal Ottavio Zoppi (infanterie) vormde het ‘Celeri’ (=snelheid) concept. Het ‘Celeri’– concept combineerde gemotoriseerde ‘Bersaglieri’-eenheden (elite infanterie) met tankeenheden. Er werd dan ook een ‘Divisioni Celeri’ gevormd.

De eerste Italiaanse lichte L3/33 tank

Voor dit nieuwe concept waren nieuwe tanks nodig. De eerste tank die Italië in 1933 produceerde was de ‘Carro Veloce CV33’, later ombenoemd in ‘Carro Amato L3/33’. Hoewel nog maar bewapend met 8-mm mitrailleurs, vast in de boeg, werden er toch 2.500 van gebouwd. De ‘Celeri’ eenheden werden met de CV33 volop ingezet bij de oorlog in Ethiopië. Dit was geen doorslaand succes. Op 15 december 1935 werd een Italiaanse eenheid bij een uitbraak poging uit een geïsoleerde post bij de nauwe Dembeguina Pas omsingeld door Ethiopische troepen. Die elimineerden eerst de begeleidende Italiaanse infanterie om daarna de Italiaanse tanks te immobiliseren. Eén voor één werden ze vervolgens uitgeschakeld waarbij de tanks van achteren werden benaderd. Een te hulp schietende Italiaanse tankcolonne werd met rotsblokken tegengehouden waarna de eerdere tactieken werden herhaald. De Italianen leerden wel hiervan. De doctrine werd aangescherpt en Italiaanse tanks werden met koepels uitgerust. Ze vormden een nieuwe eenheid, namelijk de ‘Reggimento Misto Motorizzato’ (gemengd gemotoriseerd regiment) door er gemotoriseerde mitrailleur eenheden en motorrijder eenheden aan toe te voegen. Van nu af aan werd ook in combinatie met elkaar getraind.

In 1936 stuurde Mussolini op verzoek van de Spaanse leider Franco, Italiaanse gemechaniseerde eenheden naar Spanje, waar ze in het Italiaanse ‘Corpo Truppe Voluntarie’ (CTV) werden geconcentreerd. Een eerste geconcentreerde inzet met gemotoriseerde colonnes naar Malaga was een groot succes, maar een tweede offensief noord van Madrid om Guadalajara te bereiken liep, na aanvankelijk succes, vast en werd teruggeslagen door de Republikeinse eenheden. Eén van de betrokken Italiaanse eenheden was de gemotoriseerde ‘Littorio’ Divisie, waar we nog meer van zullen horen. Latere inzet in Noord Spanje had overigens weer meer succes. De bijdrage van de Italiaanse CTV-eenheden aan de Spaanse fascistische overwinning was significant te noemen.

De Spaanse ervaringen waren aanleiding voor de Italianen om een nieuwe, zwaardere tank te ontwikkelen. Dit werd in 1939 de ‘Carro Armato M11/39’, later gevolgd door een verbeterde versie de ‘Carro Armato M13/40’. Dit was een medium tank met een 47-mm kanon met betere doorborende prestaties als haar Duitse tegenhanger, het 37-mm kanon of de Engelse 2-pounder. Het aanvankelijk goede kanon werd echter na het uitbreken van de oorlog ingehaald door de betere Duitse 75-mm en 88-mm kanonnen. De M13/40 kwam pas in 1941 in grotere getale ter beschikking. De tank is door historici vaak als waardeloos omschreven, maar dit is niet juist. De tank viel in de woestijn weliswaar vaak uit door mechanische problemen, maar dat gold ook voor de meeste Britse tanks. Ze, had daarentegen in tegenstelling tot haar Britse tegenhangers, het voordeel dat ze zowel anti-tank als brisant granaten kon afvuren. Vanzelfsprekend deed de ‘medium tank’ M13/40 wel onder voor de latere zwaardere Duitse en Britse tanks. De Italiaanse industrie had wel een zware tank ontworpen. Dit was de ’Carro Armato P40.’ Dit was een 26-tons tank met een 75-mm kanon. Deze tank kon de vergelijking met de Duitse Panzer IV doorstaan, maar kwam helaas pas in productie in 1943, toen het te laat was.

Article content
Italiaanse M13/40 van de Ariete Divisie

De praktijk ervaring in Spanje had de Italianen geleerd dat inzet in kleine groepjes tanks en infanterie weinig doorslaggevend was. Het streven was dus vanaf nu naar massa en geconcentreerde inzet, aangevuld met gemotoriseerde artillerie en ondersteund door luchtmacht. Een ambitieus plan werd gelanceerd om een ‘Corpo d’Armata Corazzatto‘ (gepantserd korps) van twee pantserdivisies aan te vullen met een ‘Corpo d’Armata Celere’ (gemotoriseerd korps) van de drie al bestaande Celeri divisies. Ondanks twijfels of de Italiaanse industrie dit wel aankon, werd dit plan doorgezet. In 1939 werden twee pantserdivisies gevormd. Als eerste de 132e ‘Ariete’ (= Ram) Pantserdivisie en als tweede de 131e ‘Centauro’ Pantserdivisie. Alle twee divisies bestonden uit een tankregiment, een ‘Bersaglieri’ regiment en een artillerie regiment. In 1940 werd een derde pantserdivisie[2]2 gevormd door de ‘Littorio’ Gemotoriseerde Divisie[3]3 om te bouwen tot 133e Pantserdivisie.[4]4

De divisies hadden twee grote nadelen ten opzichte van hun Duitse en Engelse tegenhangers. Ten eerste was het een twee-regimenten eenheid (één tank- en één infanterieregiment), terwijl de Duitse en Engelse divisies drie-regimenten of drie-brigades eenheden waren. [5] 5Ook stonden er maar twee artillerieafdelingen ter beschikking met in totaal slechts 24 stukken geschut. De Italiaanse pantserdivisie hadden dus eigenlijk maar de gevechtskracht van een versterkte brigade. Het tweede nadeel was het gebrek aan medium M13/40 tanks, zodat het tankregiment aan het begin van de oorlog vaak voor het merendeel uit de (veel te lichte en slechts met mitrailleurs bewapende) L3/35 tanks bestond. Later in de oorlog kwamen meer M13/40 tanks ter beschikking, werd een batterij van 90-mm luchtverdedigingskanonnen toegevoegd (voor gebruik tegen tanks) en een batterij ‘Semovente da 75/18’ (gemechaniseerd antitank geschut) toegevoegd. Aan het begin van de oorlog was de ‘Centauro’ Pantserdivisie in Albanië gestationeerd, de ‘Littorio’ Pantserdivisie werd vanuit de Po vlakte naar de aanval op Frankrijk gestuurd, maar dit draaide op een mislukking uit. In 1941 werd deze divisie met meer succes ingezet bij de aanval op Joegoslavië. De ‘Ariete’ Pantserdivisie werd in januari 1941 vanuit de Po vlakte naar Noord Afrika gestuurd. In 1942 werd ook de ‘Littorio’ Pantserdivisie in Libië ontplooid gevolgd door de ‘Trieste’ Gemotoriseerde Divisie. Eind 1942, vlak voor het einde, werd ook nog de ‘Centauro’ Pantserdivisie naar Libië ontplooid. Tijd om naar dit strijdtoneel te kijken.

Article content
Italiaanse gemechaniseerd geschut: Semovente da 75/18

Inzet in Noord Afrika

Enkele weken na de Duitse inval in Frankrijk en de Lage Landen, stapte ook Italië de oorlog in. Terwijl ze een unieke kans hadden om met een overmacht het door Engeland bezette Egypte aan te vallen, maakte de Italianen de fout hun oorlogsinspanningen te verdelen over secundaire oorlogstonelen, zoals Griekenland en de Balkan. Pas nadat Engeland de Duitse invasiedreiging had afgeslagen door de ‘Battle of Britain’ te winnen werd op 13 september een offensief gestart richting Caïro. Bij dit offensief verzuimde de Italiaanse legerleiding om grootschalig gemechaniseerde eenheden in te zetten, met het desastreuze gevolg dat de Italiaanse invasiemacht totaal verslagen werd door de sneller en daadkrachtiger opererende Britse gemotoriseerde en gemechaniseerde eenheden. Slechts de aankomst van de eerste Duitse gepantserde eenheden ( o.l.v. generaal Rommel in de winter van 1940/1941 voorkwam het verlies van de Italiaanse Libische koloniën. Een tweede, meestal vergeten invloedsfactor, was echter de ontplooiing van de Italiaanse ‘Ariete’ Pantserdivisie naar Libië. Hoewel niet zo krachtig als haar Duitse en Engelse tegenhangers had de komst van de ‘Ariete’ divisie wel degelijk grote invloed op het verloop van de strijd. Rommel mengde aanvankelijk zijn Duitse en Italiaanse eenheden tot kleinere gevechtseenheden om hiermee de Engelse tegenstander te kunnen uitmanoeuvreren. Ook onderscheidde de ‘Ariete’ Pantserdivisie zich bij de slag om Mechili, waar ze de Indiase 3e Gemotoriseerde Brigade versloeg en voor Rommel de weg naar Tobroek opende. De verrassingsaanval van de ‘Ariete’ Pantserdivisie op Tobroek mislukte echter doordat Rommel de ondersteunende Italiaanse infanterie en artillerie op andere plaatsen had ingezet. Overigens lukte het hun Duitse collega’s ook niet om Tobroek op dat moment te veroveren. In maart 1941 was intussen ook een gemotoriseerde divisie gearriveerd, de Italiaanse 102e ‘Trento’ Gemotoriseerde Divisie. ‘Die werd met de infanteriedivisies ‘Pavia’, ‘Bologna’ en ‘Brescia’ opgenomen in het Italiaanse 21e Korps.

De slag bij Sollum

In november 1941 werd de ‘Ariete’ Pantserdivisie weer op volle oorlogssterkte gebracht. Op tijd om deel te nemen aan het Britse tegenoffensief om Tobroek te bevrijden. Dit offensief, Operatie CRUSADER, voorzag in een centrale binding van de Duitse eenheden bij de Halfaya pas, Sollum en Bardia om vervolgens via een zuidelijke omtrekkende beweging via Bir el Gubi bij Sidi Rezegh Tobroek te kunnen ontzetten. Op de as van deze zuidelijke omtrekkende beweging was de ‘Ariete’ Pantserdivisie geloceerd, met verder in de diepte de twee Duitse pantserdivisies van het Afrikakorps (15e en 21e Pantserdivisie). De Duitsers en Italianen waren vooraf gewaarschuwd door geïntercepteerd radioverkeer. De ‘Ariete’ Pantserdivisie vocht voor wat ze waard was en bracht de eerste Britse eenheid, de 22e Tank Brigade, een nederlaag toe bij Bir el Gubi. Dit gooide het Britse plan danig overhoop. De twee Duitse pantserdivisies vernietigden vervolgens verder terug de diepte de 5e Zuid Afrikaanse Brigade, terwijl de ‘Ariete’ Pantserdivisie hun rug vrijhield tegenover het volgende Britse echelon: de 1e Zuid Afrikaanse Brigade en de 4e Britse Tank Brigade. Terwijl ‘Ariete’ en het Duitse Afrikakorps bezig waren deze geallieerde eenheden te vernietigen was op de noordelijke aanvalsas de 2e Nieuw Zeelandse divisie dichter bij geslopen en stond op het punt Sidi Rezegh te veroveren en daarmee contact te maken met uitbrekende geallieerde eenheden uit Tobroek. Een snel verplaatsende ‘Ariete’ Pantserdivisie wist door het veroveren en bezet houden van een belangrijk hoogtegebied de contactmaking tussen aanvallende en uitbrekende geallieerde troepen te voorkomen en ondersteunde hiermee twee fanatiek zich verdedigende Italiaanse infanterie divisies.[6]6 Het Duitse Afrikakorps was intussen een snelle opmars naar het achtergebied van de geallieerden begonnen (richting Sollum bij de oude Libisch-Egyptische grens[7]7) en daarna weer naar het noorden in te draaien om de Nieuw Zeelanders in de rug aan te vallen. Terwijl dit plaatsvond werd de ‘Ariete’ Pantserdivisie weer naar de zuidflank van het Afrikakorps gedirigeerd om deze flank veilig te houden tegenover het nog niet vernietigde Britse tweede echelon. Deze taak vervulde ‘Ariete’ goed, maar de Italianen konden hierdoor de Duitse snelle verplaatsingen niet bijhouden. ‘Ariete’ besloot daarna de ‘binnenbocht’ te nemen om het gat met de Duitse eenheden te verkleinen. Hoewel de geallieerden grote verliezen waren toegebracht, waren de Duitse en Italiaanse verliezen dusdanig groot dat de As-strijdkrachten het beleg van Tobroek moesten opgeven en zich terug trokken naar El Agheila.

Article content
M13/40 eenheid in de aanval

Slag bij de Gazala linie

In de lente van 1942 werd de ‘Ariete’ Pantserdivisie weer opgebouwd en kreeg nieuw materiaal. Onder andere werden meer anti-tank wapens ter beschikking gesteld, waaronder de al genoemd ‘Semovente da 75/18’. Nog belangrijker was dat er een tweede Italiaanse gemotoriseerde eenheid in Libië werd ontplooid, namelijk de ‘Trieste’ Gemotoriseerde Divisie.[8]8 Beide divisies namen deel aan de slag om de Gazala linie begin juni 1942. Dit was Operatie VENEZIA. Deze slag voorzag in een frontale binding van de Engelse verdedigingslinie bij Gazala door Duitse en Italiaanse infanteriedivisies, terwijl de Duitse 15e en 21e Pantserdivisies en de ‘Ariete’ en ‘Trieste’ divisies met een grote zuidelijke omtrekkende beweging de Britse verdedigende eenheden in de rug aanvielen. De Italiaanse eenheden maakten de binnenste beweging en de Duitse eenheden de grotere buitenste beweging. Beveiliging van deze draaibeweging was in handen van de gecombineerde en zeer mobiele Duitse verkenningsbataljons.

De ‘Ariete’ Pantserdivisie vernietigde na de omtrekkende beweging de 3e Indiase Gemotoriseerde Brigade maar liep zich daarna vast op de zich hardnekkig verdedigende 1e Vrije Franse Brigade op het zuidelijkste puntje van Britse verdedigingslinie. De ‘Trieste’ Gemotoriseerde Divisie ploegde zich een weg door een mijnenveld en kon pas later invloed uitoefenen op de strijd. De Italiaanse inzet was wel van doorslaggevende betekenis omdat hierdoor de twee Duitse pantserdivisies zich op de Britse tankreserves in de diepte konden storten, bestaande uit vijf brigades van de 1e Britse Tankdivisie en Britse Garde Tankdivisie). Na vernietiging of verdrijving van deze Britse eenheden, draaiden de Duitse divisies terug naar het westen in de rug van de nog altijd standhoudende Britse infanterie-eenheden in de Gazala linie. Vooral de strijd om een zwaar versterkte brigade opstelling (de ‘cauldron’) was hevig. Ook de beide Italiaanse divisies werden voor deze strijd aangetrokken. ‘Ariete’ vanuit het zuiden en ‘Trieste’ meer frontaal vanuit het westen. Hierbij onderscheidde de ‘Ariete’ zich door de 150e Britse Infanterie Brigade te vernietigen, een Britse tegenaanval van een gepantserde brigade en twee infanteriebrigades af te slaan en deel te nemen aan een Duitse tegenaanval die weer twee Britse brigades vernietigde. Als kers op de taart nam de ‘Ariete’ Pantserdivisie ook deel aan de hierop volgende aanval op Tobroek wat op 20 juni werd veroverd. De ‘Ariete’ divisie trad hierbij zelfstandig op zonder Duitse steun. Tussen de slag om de Gazala linie en de inname van Tobroek was ook een derde Italiaanse gemechaniseerde eenheid gearriveerd: de ‘Littorio’ Pantserdivisie.

Article content
De nieuwe Littorio divisie verplaatst naar het front

Eerste gevechten bij El Alamein

Alle drie de Italiaanse gemechaniseerde eenheden namen deel aan de achtervolging van de Britse troepen naar Egypte. Maar ze waren nog maar een schaduw van hun oorspronkelijke sterkte. ‘Ariete’ had zware verliezen geleden en ‘Littorio’ werd gekannibaliseerd om de gevechtskracht van ‘Ariete’ enigszins op peil te houden. De drie Italiaanse divisies werden nu geconcentreerd in een nieuw Italiaanse legerkorps, het 20e Korps. Dit korps stond dus naast het Duitse Afrikakorps en rukte op naar Egypte. Op 26 juni 1942 viel Rommel Mersa Matruh aan, een belangrijke plaats op weg naar El Alamein. Hoewel de Italiaanse korpsleiding door een luchtaanval werd uitgeschakeld ondersteunden de Italiaanse eenheden de Duitse aanval. De ‘Littorio’ Pantserdivisie omsingelde samen met de Duitse 90e Lichte Divisie Mersa Matruh, terwijl de beide andere Italiaanse divisies de flankbeveiliging leverden voor het Duitse Afrikakorps wat meer zuidelijk Britse reserve eenheden verdreef. Dit ging echter opnieuw gepaard met de nodige verliezen. Om een beeld te geven: het hele 20e Italiaanse Korps had nog 30 tanks, 45 stukken geschut en 3000 man infanterie over. Bij de Duitsers was het niet veel beter. Ook aan brandstof en munitie was een ernstig gebrek. De Britten trokken zich echter verder terug om hierna bij El Alamein een steviger verdediging in te richten.

Ondanks alle (logistieke) problemen lanceerde Rommel op 2 juli een nieuw offensief. Dit maal viel het Afrikakorps het Britse centrum aan terwijl de Italiaanse eenheden beveiligingsaanvallen uitvoerden meer naar het zuiden. ‘Ariete’ stootte ook stevig haar neus toen ze door Nieuw Zeelandse troepen werd gestopt. Rommel bekritiseerde de Italianen heftig, maar hij vergat dat eerder de Duitse 90e Lichte Divisie hetzelfde was overkomen. De Britse inzet van veel artillerie en luchtsteun leidde vrijwel tot de vernietiging van de ‘Ariete’ Pantserdivisie die aan het einde van de strijd nog vijftien tanks en twee stukken geschut over had. ‘Trieste’ en ‘Littorio’ stonden er iets beter voor. ‘Littorio’ onderscheidde zich tijdens deze acties nog met afslaan van Nieuw Zeelandse tegenaanvallen. Maar aan de andere kant gaven enkele Italiaanse bataljons zich uitgeput te snel over aan de Britten. Rommel moest zijn offensief opgeven en gaf de schuld aan de Italiaanse eenheden.

Article content
Italiaanse Bersaglieri gemechaniseerde infanterie. Hier met antitank geschut

Eind augustus probeerde Rommel het nog een keer en lanceerde nog een laatste offensief. Nu probeerde hij geen frontale aanval, maar weer een omtrekkende beweging via het zuiden, net zoals eerder bij de Gazala linie. De gehele omtrekkende beweging werd gemaakt met het Italiaanse 20e Korps op de binnenas en het Duitse Afrikakorps op de buitenas. De Duitse 90e Lichte divisie vormde aan de binnenkant het draaipunt. De gevechtskracht van het Italiaanse 20e Korps was weer enigszins toegenomen en stond op 250 tanks. De Britten waren echter gewaarschuwd voor het Duitse offensief doordat ze Duitse codes hadden gekraakt. In de diepte van het gevechtsveld hadden ze op de Alam Halfa hoogterand twee divisies gepositioneerd en verder in het zuiden (op de flank van de Duitse aanvalsrichting) nog de ervaren Britse 7e Tank Divisie. Zodra Duitse en Italiaanse eenheden hun verzamelgebieden verlieten werden ze waargenomen door Britse vliegtuigen en werden ze doelwit van zware luchtaanvallen. Het Italiaanse 20e Korps dwaalde af van haar aanvalsas en bewoog teveel naar het noorden, waardoor ze vastliep in een mijnenveld en tegelijkertijd in het vak van haar noordelijke buurman, de Duitse 90e Lichte Divisie, terechtkwam. Alleen de ‘Littorio’ Pantserdivisie slaagde erin tijdig haar startlijn te bereiken maar wel met significante verliezen door Brits artillerievuur en luchtaanvallen. Rommel besefte dat verrassing uitgesloten was en besloten nu de Britse eenheden op de heuvelrug Alam Halfa frontaal aan te vallen. De verandering van plannen bracht verwarring met zich mee en de tankeenheden van de Italiaanse ‘Littorio’ Pantserdivisie en de Duitse 21e Pantserdivisie raakten in elkaar verstrikt, mede door toedoen van een opstekende zandstorm Pas aan het einde van de middag waren de eenheden ontward en ook de andere eenheden van het Italiaanse 20e Korps aangesloten. Ondermeer vanwege gebrek aan brandstof en uitputting van zijn eenheden door de continue luchtaanvallen, besloot Rommel de aanval uit te stellen tot de volgende dag. In de nacht van 30 augustus op 1 september gingen de luchtaanvallen continue door. Op 1 augustus vielen de Italiaanse pantserdivisies de verdedigende stelling van de Nieuw Zeelanders in de rug aan, terwijl de Duitse 21e en 15e Pantserdivisie probeerden de Britten van de heuvelrug Alam Halfa te verdrijven. Tevergeefs en na twee dagen van zware gevechten, moest Rommel zich terugtrekken. De Italianen en Duitsers hadden door het continue artilleriebeschietingen, antitankvuur en luchtaanvallen zware verliezen geleden. Ook de terugtocht was niet zonder chaotische momenten en opnieuw werden verliezen geleden bij verkeersopstoppingen door Brits artillerievuur. De Italiaanse ‘Ariete’ en ‘Littorio’ Pantserdivisies hadden opdracht om de terugtocht van de drie Duitse divisies te dekken. Deze opdracht vervulden beide divisies met glans. Enkele te ver opgerukte Britse eenheden werden vernietigd of teruggeslagen. Er werd zelfs een complete Maori compagnie van de Nieuw Zeelanders gevangen genomen.

Article content
Italiaanse pantserdivisie met M13/40 tanks in de aanval

Tweede slag bij El Alamein

In de volgende maanden bouwden de Duitsers en Italianen met veel bevoorradingsproblemen langzaam de sterkte van hun eenheden weer op. Eind oktober had het Italiaanse 20e Korps weer 278 tanks.[9] 9De ‘Trieste’ Gemotoriseerde Divisie had een verdedigende positie samen met de Duitse 90e Lichte Divisie in het noorden. De Italiaanse pantserdivisies werden gekoppeld aan een Duitse pantserdivisie en achter de verdediging gestationeerd in tegenaanvalsmachten. De ‘Littorio’ Pantserdivisie was gekoppeld aan de 15e Pantserdivisie, de gezamenlijk drie ‘Kampfgruppen’ vormden, bestaande uit tankbataljons, gemechaniseerde infanteriebataljons en artillerie en antitank eenheden. Van deze eenheden zouden de middelste en zuidelijke Kampfgruppen het zwaartepunt van het komende Britse offensief krijgen te verduren. Nog verder naar het zuiden waren ook de ‘Ariete’ Pantserdivisie en de 21e Pantserdivisie aan elkaar gekoppeld in eveneens drie ‘Kampfgruppen.’ Ze lagen buiten het komende zwaartepunt. Rommel zou het begin van het offensief niet meemaken. Hij was vanwege fysieke en mentale uitputting een paar weken naar huis gegaan. Generaal Stumme had zijn taak overgenomen. Hij kreeg echter een hartaanval aan het begin van het Britse offensief. Dit offensief begon in de nacht van 23 oktober met zware artillerieaanvallen (Operatie LIGHTFOOT). Terwijl de noordelijke aanval vastliep, slaagde de middelste en zuidelijke aanvalsas wel om de Duits/Italiaanse verdediging binnen te dringen. Spontaan gelanceerde tegenaanvallen van de middelste en zuidelijkste ‘Kampfgruppen’ van de ‘Littorio’ Pantserdivisie en 15e Pantserdivisie hadden initieel succes, maar leden zware verliezen door Britse antitankschermen. Wel slaagden ze erin de inbraken af te grendelen. Op 25 oktober lanceerden de Britten hun eerste tankeenheden om van de inbraak een doorbraak te maken. Hevige tegenaanvallen van de Duitse en Italiaanse tankeenheden vertraagden de Britten, maar die bleven voorwaarts gaan. De ‘Littorio’ Pantserdivisie had van haar 115 tanks er nog maar 60 over.

Intussen was Rommel weer teruggekeerd van ziekteverlof en nam het bevel over. Hij coördineerde massalere tegenaanvallen en zette hiervoor ook de meer noordelijke ‘Trieste’ Gemotoriseerde Divisie en de 90e Lichte Divisie in. Niet alleen de Duitsers, maar ook de Italiaanse eenheden beten flink van zich af, maar de massale inzet van Britse tankeenheden, artillerievuur en (meer in de diepte) luchtaanvallen, verhinderden succes. De Britse opmars ging traag maar gestaag door. Op 26 oktober besloot Rommel ook zijn meest zuidelijke eenheden in te zetten. Vreemd genoeg alleen de Duitse 21e Pantserdivisie en niet eveneens de ervaren Italiaanse ‘Ariete’ Pantserdivisie. Deze hield hij in het zuiden, omdat hij daar ook Britse aanvallen verwachtte. Geruchten over een Britse concentratie noord van de Quattara depressie (helemaal zuid) liet hem zelfs de geplande tegenaanval 21e Pantserdivisie vertragen. Op 30 oktober waren de Duitse 15e Pantserdivisie (nog 39 tanks) en de Italiaanse ‘Littorio’ Pantserdivisie (nog 23 M14’s) min of meer in de frontlinie gezogen. Evenals de Italiaanse ‘Trieste’ Gemotoriseerde Divisie (nog 27 tanks) en Duitse 90e Lichte Divisie in het noorden, waar de Australiërs een belangrijke positie hadden veroverd en dreigden door te breken. De enige reserve in het noorden was dus de Duitse 21e Pantserdivisie. Op 2 november kwam het tot een hoogtepunt toen de Britten een deel van hun operationele reserve, de Britse 1e Tank Divisie, lanceerden. Hevige Duitse en Italiaanse tegenaanvallen van de uitgeputte resterende 100 tanks namen het op tegen 300 verse Britse tanks die veelal op afstand bleven. Het lange afstandsvuur nam een belangrijk Italiaanse voordeel weg. Op korte afstand konden hun tankkanonnen namelijk wel het Britse pantser doorboren, maar op korte afstand niet. Aan het einde van de dag waren er nog maar 35 Duitse en 20 Italiaanse tanks over. Die moesten het opnemen tegen het tweede deel van de Britse operationele reserve, de Britse 7e Tank Divisie, die nu werd ingezet. Rommel gaf het op en gaf orders voor de terugtocht.

De nog ongebonden ‘Ariete’ Pantserdivisie moest de terugtocht dekken van de Duitse en Italiaanse eenheden. Helaas bracht een verbod van Hitler om terug te trekken een bevelschaos met zich mee, waardoor niet alleen ‘Ariete’ maar vooral Italiaanse te voet marcherende infanterie eenheden het slachtoffer waren.  Ze maakten zich te laat los van de vijand en werden op de kustweg lopend afgesneden door gemotoriseerde Britse eenheden die door de woestijn manoeuvreerden. De order van Hitler om stand te houden, volbracht ‘Ariete’ op 4 november met ere langs de zogenaamde ‘Rahman’ track, een kleine tien kilometer achter de El Alamein linie. Een dag vol zware gevechten in vrijwel dekkingsloos terrein eindigde met de vrijwel complete vernietiging van de ‘Ariete’ Pantserdivisie door de nog verse Britse 7e Tank Divisie. Ook de ‘Trento’ Gemotoriseerde Divisie werd in deze fase van de strijd meer naar het noorden compleet vernietigd. Rommel legde het standhouden-bevel van Hitler naast zich neer en gaf (weer) bevel tot de terugtocht. Hij erkende de eervolle opoffering van ‘Ariete’: “Mit Ariete wir verlieren unsere älteste Italienische Kameraden.” Wat volgde was een trieste, maar wel georganiseerde terugtocht naar Tunesië waar intussen op 8 november de geallieerden ook in Marokko en Frans Algerije waren geland. De Italianen bleven zware verliezen leiden, onder meer op 6 november toen een gepantserde colonne werd verrast door de Britse 8e Tankbrigade en in een gevecht van een uur, maar liefst 29 M14’s en 1400 man infanterie verloor. Het Italiaanse 20e Korps bestond ook nauwelijks meer, er waren nog maar 10 M14 tanks inzetbaar. Eind november arriveerde nog wel een derde Italiaanse pantserdivisie: ‘Centauro’. Maar deze onervaren eenheid had geen kans tegen de Britse overmacht en smolt snel weg. Ze werd bovendien in januari 1943 naar Tunesië gezonden om daar samen met nieuwe Duitse eenheden (o.a. 10e Duitse Pantserdivisie) een verdedigingsbastion in te richten. Hier had ze nog een kort succes bij de Slag om de Kasserine pas. De Italiaanse en Duitse eenheden trokken zich via Benghazi en Tripoli terug naar het Tunesië bastion. Ze legden de eerste 1000 km in achttien dagen af. De totale afstand was meer dan 2500 kilometer. De Italiaanse pantser- en gemotoriseerde divisie bestonden feitelijk niet meer. Hun restelementen werden teruggetrokken naar Italië en benut om de sterkte van de ‘Centauro’ Pantserdivisie en (deels) gemotoriseerde ‘Giovani Fascisti’ Divisie op peil te houden. De ‘Littorio’ Pantserdivisies werd nooit meer opgebouwd en verdween uit de Italiaanse slagorde. Er werd kortstondig in april 1943 in Italië wel een tweede ‘Ariete’ divisie gebouwd: de 135e Divisione di Cavalleria Corazzata ‘Ariete II’. Deze werd ingezet na de val van het Mussolini regime bij de verdediging van Rome, maar ontbonden nadat de Duitsers Rome hadden veroverd.[10]10 ‘Trieste’ werd weer een normale infanteriedivisie en ‘Trento’ werd nooit weer opgebouwd. De val van het Mussolini regime betekende het uiteindelijke einde van de Italiaanse pantserdivisies.

Article content
De zwaardere Italiaanse M14/41 tank in depot in Noord Afrika

Nabeschouwing

Italiaanse pantserdivisies hebben nooit doorslaggevende betekenis gehad op het Noord Afrikaanse strijdtoneel. Daarvoor waren ze te zwak. Maar ze hebben wel een veel grotere bijdrage aan de strijd geleverd dan over het algemeen bekend. Ze deden mee aan alle grote veldslagen en veel operaties waren gezamenlijke Duits-Italiaanse operaties. Ze vochten samen, ze rukten samen op, ze trokken samen terug, overwonnen samen en stierven samen.

Italianen maakten wel fouten. Zo was hun industriële complex niet op orde toen ze de oorlog begonnen (Duitsland produceerde in WO II  67.500 tanks en gemechaniseerd geschut tegenover Italië slechts ongeveer 3.400), ze spreiden hun oorlogsinspanning over teveel oorlogstonelen en verzuimden gepantserde en gemechaniseerde eenheden in te zetten bij de initiële opmars naar Caïro. Ook waren de ondersteunende capaciteiten in hun gepantserde eenheden veel minder goed georganiseerd dan bij de Duitsers. De Italiaanse pantserdivisies waren beter uitgerust en getraind dan de Italiaanse infanterie divisies. Ze hadden significante gevechtswaarde, zeker na de invoering van nieuw anti-tank geschut en een batterij gemechaniseerd geschut. Desondanks waren ze nooit zo sterk als hun Duitse tegenhangers en Britse tegenstanders. Het twee regimenten systeem, inferieure tanktypes, tekort aan artillerie en gebrek aan luchtverdedigingsmiddelen maakte dat ze zowel kwalitatief als kwantitatief te kort kwamen. Zo was de kruissnelheid van een Duitse tankcolonne 20 km per uur, terwijl Italiaanse tankeenheden een kruissnelheid van 7 of 8 kilometer per uur hadden. Een ander belangrijk nadeel was het gebrek aan mobiele bergings-en reparatieploegen. De Duitsers hadden dit veel beter georganiseerd en konden over het algemeen veel van hun beschadigde tanks weghalen van het gevechtsveld en repareren. Bij de Italianen daarentegen was een uitgevallen tank veelal een verloren tank.

Article content
M14/41 en Semoventi da 75/18 in open formatie

Veel werd goedgemaakt door de Italiaanse tankbemanningen met korte snelle manoeuvres (om dichterbij te komen en vijandelijke artillerie te ontlopen) en met Italiaanse heldenmoed, niet alleen van de tankbemanningen, maar ook van de ‘Bersaglieri’ infanterie. Heldenmoed bezaten de tankbemanningen, zeker als ze goed werden geleid. Dit laatste was zeker niet altijd het geval. Uitzonderingen daargelaten, waren Italiaanse generaals terughoudender en voorzichtiger dan hun Duitse collega’s. Heldenmoed moesten de Italiaanse ‘carristi’ bovendien zeker wel hebben om in zwakker gepantserde ‘ijzeren doodskisten’ met inferieure kanonnen Britse superieure tanks tegemoet te stormen. Hun motto was niet voor niets ‘Ferrea Mole, Ferreo Cuore’ (ijzeren gevaartes, ijzeren harten).

Verder lezen:

–        Mit Rommel in der Wüste, Kamp fund Untergang des Deutschen Afrika-Korps, 1941-1943, Volkmar Kühn

–        Mussolini’s War, Fascist Italy from triumph to collapse, 1935-1943, John Googh

–        Iron Hulls, Iron Hearts, Mussolini’s elite Armoured Divisions in North Africa, Ian. W. Walker

–        Die Wüstenfüchse, Paul Carell

–        Die 5.(lei)/21.Panzer-Division in Nordafrika, 1941-1943, Heinz Dietrich Aberger

–        Panzerregiment 8 (15.Panzer-Division), Kevin Fish.

Verwijzingen:

  1. Er was natuurlijk wel de Italiaanse luchtexpert Giulio Douhet. ↩︎
  2. Er is zelfs geprobeerd om een Celeri divisie om te bouwen tot pantserdivisie. De 2e Celeri Divisie zou de 134e Freccia (= pijl) Divisie moeten worden, maar door de vele tankverliezen in Noord Afrika en gebrek aan tank-productiecapaciteit heeft dit plan nooit de tekentafel verlaten. ↩︎
  3. Naam komt van ‘lictoren’. Dit waren Romeinse ambtenaren die de bekende ‘fasces’ droegen, waar de term ‘fascisme’ weer vandaan komt. ↩︎
  4. De Ariete divisie werd geleid door generaal Vecchiarelli, de Centauro divisie door generaal Magli en de Littorio divisie door generaal Bitossi. ↩︎
  5. divisione ternaria versus divisione binaria. De voorstanders van de divisione binaria hadden de discussie gewonnen om de kleinere divisie heel wendbaar was gebleken in Spanje en snel(ler) van opmars route had kunnen wisselen. ↩︎
  6. Dit waren de Pavia en Bologna Infanteriedivisies. Begin 1942 hadden de Italianen hun drie infanteriedivisies in Noord Afrika naar vijf opgehoogd (Pavia, Trento en Sabratha in het 21e Korps en Bologna en Brescia in het 10e Korps). ↩︎
  7. Dit wordt in de literatuur ‘The Dash to the Wire’ genoemd. De race naar het prikkeldraad wat de grens markeerde tussen Libië en Egypte.’ ↩︎
  8. Gemotoriseerd zouden we tegenwoordig gemechaniseerd noemen. ↩︎
  9. Het 20e Korps stond onder leiding van Generaal De Stefanis. Ariete had 129 M14 tanks, Littorio 115 M14 en 20 L6 tanks, Trieste had 34 M14 tanks. ↩︎
  10. Na de Tweede Wereldoorlog is er overigens wel weer een Italiaanse ‘Ariete’ Tank Brigade opgericht. ↩︎

Plaats een reactie

error: Hey Verkenners en Boreelfans, deze inhoud is tegen onbevoegd opslaan beveiligd!