1572 – 1793
Door: Luitenant-kolonel tit bd. Willem Plinck (overleden), luitenant-kolonel bd. Arie Rens (overleden) en
kolonel Hans van Dalen, commandant Regiment Huzaren van Boreel
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was tussen 1588 en 1795 een confederatie met rekken van een defensieverbond. Het ontstaan van de basis van de republiek was de eerst algemene vergadering van de Staten van Holland in juli 1572. De staten erkenden nog steeds Koning Filips II van Spanje als heerser over de Nederlanden, maar kwamen in opstand tegen het beleid van de Koning om de traditionele vrijheden van de afzonderlijke Staten (en de hogere adel) in perken en om het protestantisme met geweld de kop in te willen drukken. De opstand leidde tot de Unie van Utrecht. De Unie van Utrecht is een op 23 januari 1579 gesloten schriftelijke overeenkomst (traktaat) tussen een aantal Nederlanden gewesten (staten), die gezamenlijk afspraken maakten om de Spanjaarden te verdrijven en waarin een aantal staatkundige zaken werden geregeld op het gebied van belastingen, godsdienst en defensie. Hierdoor wordt het betreffende traktaat ook wel beschouwd als een voorloper van de latere grondwet.

Tussen 1579 en 1588 werd nog gezocht naar een mogelijke kandidaat voor het koningschap over de Nederlanden, maar in 1588 werd besloten de soevereiniteit niet meer aan een vorst te laten, maar aan de Staten-Generaal. Hiermee was de Republiek een feit.
Prinselijke Commissies
De vergadering van de Staten van Holland die van 19 juli tot 23 juli 1572 duurde bestond uit een gezelschap van 27 Hollandse stadbestuurders en enkele edellieden. De vergadering werd gehouden in Dordrecht en staat bekend als de ‘Eerste Vrije Statenvergadering.’ Tijdens deze vergadering werd Willem van Oranje erkend als stadhouder van Holland en als commandant van de troepen, waarvoor hij al eerder zogenaamde ‘commissies’ (formele toestemming/opdracht tot formeren) had verleend. O.a. de commissie die hij op 20 april 1572 verleende aan Diederik Sonoy (edelman uit Kleef) om als gouverneur van West-Friesland en Waterland als chef van de troepen in dit gouvernement op te treden. Deze troepen bestonden over het algemeen uit compagnieën infanterie (150 tot 200 man) gecommandeerd door een kapitein. Ze dienden voorlopig ter verdediging van de steden en versterkten de daar aanwezige schutterijen, die lokale verdedigingsrol hadden. Prins Willem van Oranje gaf op 12 december 1572 een soortgelijke commissie uit aan Wouter van Mathenes, (alias Enckhuysen) voor het formeren van een vaan ruiterij. De datum van 20 april 1572 kan daarom gezien worden als formele oprichtingsdatum van de Nederlandse infanterie en de datum van 12 december 1572 met de oprichting van de Vaan Ruiters van Mathenes Enckhysen als formele oprichtingsdatum van de Nederlandse cavalerie.
De tekst van de commissie aan Wouter Enckhuysen luidde:
Ritmeesterschap over 150 peerden.
Wilhelm etc. Allen de ghenen, etc. De wetene dat wy gesien hebbende de presentatie ons gedaen bij capiteyn Wouter Mathenes alias Enckhuysen, bereyt sijnde ons met sekere getal goede wel uitgeruste peerden te dienen tot bescherminghe ende bewaernisse van dese landen. Soeest dat wy de selve presentatie dirrecterende ende ons vulcomlijken betrouwend tzynder vromichheyt ende neestigheyt int fecyt van oirloghe, hebben wij hem gegeven macht, autoriteyt ende speciael bevel omme van onsen wegen ende tot onsen dienste te lichten totten getale van 150 goede wel geruste schtuze peerden omme daermede hem te begeven onder den wel gebooren onsen vrientlicken lieven neve den Grave van der Marck. Ende aldaer als andere Capiteynen zijn vuyterste debvoir te doen, omme by alle middelen ende manieren hem mogelick synde een viant aen te grypen, te krencken ende te beschadighen ende al te doen dat een goet ende vroem Capiteyn toestaet ende behoort te doen. Hem metten synen interdicerende allen foullen ende ongeregeltheden versscouken daeromme allen ende eenen ingelicken hem Capiteyn Enckhuysen int ghene voorschreven is alle goede voirderinghe, hulpe en assistentie te ooden.
Des fourrouden etc. tot Delft den xiien decembris 1572
Het Staatse Leger
Het Staatse Leger kwam voort uit diverse kleinere geuzenlegers en vormde in het begin geen partij voor het ervaren Spaanse leger in de Nederlanden, waarvan veel eenheden (tercio’s genoemd) vooral in de Italiaanse oorlogen veel gevechtservaring hadden opgedaan. Ook de verstrekking van diverse commissies bracht hierin nauwelijks verbetering omdat veel Nederlandse leiders nauwelijks gevechtservaring hadden. Pas in de tijd van Prins Maurits als stadhouder zou hierin verbetering komen. Desondanks werd al wel beseft dat de formatie en instandhouding van ‘geregelde’ eenheden een grotere staatsinspanning vergde. Op 12 april 1588 werd door de Staten-Generaal een resolutie aangenomen waarin de bevelsverhouding en instandhouding formeel werden geregeld. Het Staatse Leger werd nu formeel op het budget (‘bezorging’) van het College van de Raad van State geplaatst. Ook werd door de Raad van State bepaald dat de geregelde troepen een viervoudige eed van trouw moesten afleggen. Men zou dus kunnen stellen dat het Staatse Leger formeel is ontstaan op 12 april 1588 met als voorgangers de diverse kleine geuzenlegertjes.

Vanen Cavalerie
Er werden vervolgens door middel van commissies meer vanen cavalerie opgericht, namelijk op 22 mei 1573 de Vaan Ruiters van Gaspard van der Noot en vrijwel gelijktijdig de Vaan Ruiters van Michel Caulier. Beide vanen werden ingezet bij de tweede poging om het Spaanse beleg van Haarlem in juli 1573 te doorbreken. Deze Slag bij het Manpad mislukte echter, waarbij de Gaspard van der Noot het leven liet, net zoals een aantal van zijn ruiters. Ook de commandant van de infanterie, de heer Batenburg sneuvelde. De vaan werd vervolgens overgenomen door Jhr Willem Van Dorp en kreeg de naam Vaan Willem van Dorp. De eenheid werd echter op 9 augustus 1577 opgeheven.Restanten gingen vervolgens over naar de Vaan Ruiters van Caulier.

De Vaan Ruiters van Caulier was intussen overgenomen door Tilly (hij was luitenant bij Caulier) en heette sindsdien de Vaan Ruiters van Tilly. Op 8 april 1580 werd dit de Vaan Ruiters van Johan Samson. De eenheid werd in 1580 omgevormd door een vaan pistoliers en in 1582 zelfs tot een compagnie arquebusiers. Tussen 1582 en 1588 werd de vaan vervolgens overgenomen door ritmeester Groeneveld, die echter omstreeks 1589 door zijn luitenant werd vermoord bij een meningsverschil over het verdelen van buit na een veldtocht. Op 23 februari 1593 werd de eenheid opgeheven en verdeeld over de Vanen Dubois, Barchon, d’Espinoy en de l’Espine.
In de periode 1573-1600 werden meer dan honderd vanen ruiters opgericht. De meeste vanen echter maar kort, vaak voor de duur van één veldtocht of één specifieke belegering. Niet al hun namen zijn meer bekend. Voorbeelden van in 1573 opgerichte en in 1574 alweer opgeheven vanen ruiters zijn de Vaan van Erforth van den Eynde, Vaan Assensteyn en Vaan Schenk. Andere voorbeelden zijn de Vaan Ruiters van Nieuwenaar en Meurs (opgericht 22 juli 1585), Vaan Harquebusiers van Marcelis Bacx (17 oktober 1588) en de Vaan Ruiters van de la Salle (1599).

Tijdens de slag bij Turnhout in 1597 versloeg Prins Maurits binnen een half uur met 800 ruiters het leger van Varax, 5.000 man voetvolk en 500 ruiters sterk. In het begin van de Slag bij Nieuwpoort (1600) dreef de Nederlandse ruiterij onder aanvoering van Lodewijk Gunther van Nassau de Spaanse cavalerie terug, 220 paarden sterker dan zijzelf en vervolgde haar tot onder de muren van Nieuwpoort. Toen enige tijd later de Staatse artillerie door de Spanjaarden werd bedreigd, werd deze door een dappere aanval van de Staatse ruiterij onder aanvoering van ritmeester van Balen snel ontzet. Tegen het einde van de veldslag wierp Lodewijk Gunther van Nassau zich met zijn ruiters opnieuw op de Spanjaarden waarbij het aanvankelijk echter werd teruggeslagen. Prins Maurits liet door twee compagnieën ruiterij die in reserve waren gehouden, een tegenaanval uitvoeren. Hierdoor werd voor Lodewijk van Nassau de mogelijkheid geschapen om zijn cavalerie te hergroeperen en zich daarna opnieuw op de chargerende Spaanse ruiterij te werpen en deze uiteen te slaan. Met succes en het Spaanse leger werd uiteengeslagen. Tot diep in de nacht werd het Spaanse leger achtervolgd om het behaalde succes uit te buiten. Onder de ruim 600 gevangenen bevond zich Mendoza, de Spaanse bevelhebber.
In 1600 omvatte de cavalerie 34 vanen. Al naar gelang hun taak en bewapening werden zij ‘ruiters’, ‘kurassiers’, ‘lansiers’ of ‘(h)arquebusiers’ genoemd. In de nadagen van de 16e eeuw werd de arquebus, ook wel ‘roer’ genoemd, gaandeweg vervangen door een moderner wapen, de ‘musket’. Een variant met een kortere loop, speciaal bestemd voor de cavalerie, werd karabijn genoemd en hierdoor werd de naam ‘arquebusiers’ gewijzigd in ‘karabiniers’. De sterkte van een vaan varieerde doorgaans van 75 tot 150 ruiters. Tijdens veldtochten werden meerdere vanen verenigd onder een tijdelijk benoemde kolonel. Karabiniers en kurassiers werden hierdoor af en toe gemengd. In 1623 bracht Prins Maurits enige wijzigingen aan, waardoor karabiniers en kurassiers in afzonderlijke compagnieën werden ondergebracht. Het op 14 januari 1625 opgerichte Vaan Kurassiers van Frederik Maurits de la Tour d’Auvergne, Hertog van Bouillon bestond uitsluitend uit kurassiers. Als ‘ministerie van oorlog’ fungeerde de Raad van State.
Opbouw van de cavalerie, regimenten doen hun intrede
In 1635 telde de cavalerie inmiddels 60 vanen. Daaruit werden op 26 januari 1635 tien blijvende regimenten gevormd, ieder bestaande uit twee eskadrons á drie compagnieën. Van tien vanen werd de ritmeester als kolonel tot regimentscommandant benoemd. Er bleven hierna nog slechts twee zelfstandige vanen over. Eén daarvan was de in 1577 door Pierre de Melun, prins d’Espinoy opgerichte Vaan Lansiers. In 1625 was deze vaan intussen Garde te Paard van Prins Frederik Hendrik geworden. In 1641 werd deze vaan daarna het Regiment Garde te Paard. In 1650, na de dood van Stadhouder Willem II, werd het vervolgens Regiment Gardes van de Staten van Holland. Dat bleef zo tot 1672, toen Willem III stadhouder werd. Omdat het voordien garde van raadspensionaris Johan de Witt was geweest, nam Willem III haar de gardestatus af en maakte er weer een gewoon cavalerieregiment van. Kolonel werd toen Adam baron van der Duyn van ’s Gravenmoer. Willem III liet vervolgens voor zichzelf een nieuw Regiment Gardes te Paardoprichten door Karel Florentijn Rijngraaf van Salm.
Na de vrede van Munster in 1648 werd sterk bezuinigd. Bij de cavalerie werden sommige compagnieën tot 47, andere tot 37 ruiters teruggebracht. De gehele ruiterij telde nu slechts 3000 man. Steeds meer ging het met het leger bergafwaarts en vooral na de dood van prins Willem II gingen eenheid en regelmaat geheel verloren. Toen echter de aspiraties van de nieuwe jonge Franse koning Lodewijk XIV duidelijker werden en vooral de Republiek onder druk stond, besloten de Staten – uiteraard te laat – om de krijgsmacht te vergroten. In 1671 was de legersterkte weer opgevoerd tot 37.000 man infanterie met echter nog maar 2600 ruiters.
In 1671 werden zeven nieuwe regimenten cavalerie opgericht, waarmee het totaal op zeventien kwam, maar de regimenten waren gemiddeld slechts 150 ruiters sterk. In het rampjaar 1672 werden nog twaalf regimenten opgericht (elk met zes compagnieën van 80 paarden), waarvan twee regimenten dragonders. Dragonders waren niet geharnast en hadden als bewapening een infanterie-musket in plaats van een karabijn. Zij hadden lichtere, goedkopere paarden die zij aanvankelijk alleen in oorlogstijd verstrekt kregen. Eén van die dragonderregimenten was het Regiment Dragonders Coerland, genoemd naar de eerste kolonel, Frederik Casimir, hertog van Coerland tot Lijfland en Senegalen. In 1673 was het leger gegroeid tot 90.000 man, waarvan 8.000 man ruiterij en 1500 dragonders. In 1688 en 1693 werden er tijdens de Negenjarige Oorlog nog twee regimenten dragonders opgericht, waardoor er zelfs rond de 10.000 ruiters ter beschikking stonden. De Vrede van Rijswijk maakte aan deze oorlog een einde, maar de vrede zou niet lang duren. Tijdens de hierop volgende Spaanse successieoorlog (aanvang in 1702) speelde de Staatse cavalerie tijdens de gewonnen slagen tegen het Frans leger in Ramillies (1706), Oudenaarde (1708) en Malplaquet (1709) een belangrijke rol. Na de Vrede van Utrecht in 1713 besloten de Staten-Generaal tot een aanzienlijke vermindering van het leger. De ruiterij kromp naar 3633 ruiters en 2148 dragonders te voet. Deze dragonders zouden eerst in geval van oorlog bereden worden gemaakt.
In verband met de Oostenrijkse successie oorlog (waar de Republiek aanvankelijk buiten bleef) vonden uitbreidingen plaats, maar na de Vrede van Aken werd er opnieuw bezuinigd. Daarna bleef de organisatie van de cavalerie relatief ongewijzigd, met uitzondering van introductie van regimenten huzaren.
Huzaren doen hun intrede
In 1695 kwamen voor het eerst huzaren naar voren. Koning-stadhouder Willem III benoemde namelijk in dat jaar, Jean-Baptiste le Gros, luitenant der dragonders, tot kapitein van een compagnie huzaren. Tijdens het beleg van Namen verwierf deze eenheid een goede naam, maar werd toch na de Vrede van Rijswijk in 1697 weer afgedankt. De taak van de huzaren lag niet, zoals die van de ruiterij en de dragonders, op het slagveld. Hun terrein was dat van de ‘kleine oorlog’: ze waren zeer geschikt om konvooien en fourageurs te overvallen. Of het bij verrassing onder de voet lopen van kleine vijandelijke veldversterkingen. Door hun ongebruikelijke wijze van optreden was het voor de reguliere cavalerie vrijwel onmogelijk om met hen in gevecht te raken. Als ze werden aangevallen verspreidden ze zich in galop, om zich vervolgens verderop te hergroeperen. Voor de ruiterij, die gewoonlijk chargeerde in stap of hoogstens in draf, was daar geen beginnen aan.
In 1705 kwam er een nieuw eskadron huzaren in Staatse dienst. Commandant van dit eskadron was de Oostenrijkse luitenant-kolonel Gabor Bellaritz de Bellay. Het eskadron bestond uit drie compagnieën en was ongeveer 250 man sterk. Dit eskadron raakte op 31 augustus 1706 nabij Doornik (nu Tournai) in gevecht met het Franse Regiment huzaren van Saint-Geniès. Op 27 september 1707 verleende de Raad van State Bellaritz commissie om het eskadron uit te breiden tot ene regiment. Eind 1709 keerde Bellaritz met zijn regiment weer terug in Oostenrijkse dienst.

In 1740 brak weer een grote Europese oorlog uit, de zogenaamde Oostenrijkse successie oorlog. De Republiek probeerde zich jarenlang uit deze oorlog te houden, wat ook lang lukte. In 1743 zag ze zich echter gedwongen om toch Oostenrijk bij te staan. In de Oostenrijkse Nederlanden lagen Oostenrijkse, Staatse en Engelse troepen, die echter na tal van nederlagen tegen de Franse legers in 1745 vrijwel het gehele grondgebied der Oostenrijkse Nederlanden moesten ontruimen. De Staatse troepen trokken zich terug naar ’s Hertogenbosch. Tijdens deze ontwikkelingen kwam het Regiment Huzaren van Grégoire Graaf van Frangipani (bestaande uit Kroaten) op 6 juni 1745 in Staatse dienst. Het regiment was van Beieren overgenomen. Hun belangrijkste taak was om op te treden tegen op Nederlands grondgebied foeragerende Franse troepen. Aan het einde van de oorlog werd het huzarenregiment van Frangipani op 10 februari 1748 ontslagen. Op dezelfde datum kreeg Jean Francois de Collignon, die al vanaf 1 december 1745 majoor was bij het Regiment Frangipani, opdracht op een nieuw regiment huzaren te formeren. Hij werd bevorderd tot luitenant-kolonel. Uit zijn oude regiment selecteerde hij bruikbare huzaren, waarmee hij de eerste twee compagnieën voor zijn nieuwe regiment formeerde. Reeds na zes weken kregen Collignon en zijn nieuwe majoor Nicolaas Lukner ontslagverlof en op 26 maart 1748 kreeg het regiment een nieuwe naam: Regiment Huzaren van Staat. Het Regiment kreeg echter wel een nieuwe kolonel, namelijk Michiel de Zigrai. Samen met een (nieuwe) luitenant-kolonel en twee majoors.
Afbouw van de cavalerie
Na de afloop van de diverse oorlogen aan het begin van de 18e eeuw waaraan de Republiek deelnam, liet men de sterkte van de regimenten teruglopen tot twee eskadrons á twee compagnieën. Bij de dood van een kolonel werd zijn regiment samengevoegd met een ander regiment, dat dan weer uit vier eskadrons bestond. Er bleven naast de Garde Dragonders, Gardes te Paard nog zes regimenten cavalerie (Eegiment Hessen-Phillipstall, Regiment van der Duyn, Regiment Bentinck, Regiment Karabiniers Oranje Friesland, Regiment van Tuyll van Serooskerken en Regiment Hoeufft van Oyen) en twee regimenten dragonders (Regiment Dragonders Bylandt en Regiment Dragonders Hessen Cassel) over. Het huzaren regiment was een eenling in de organisatie en werd in 1753 opgeheven. Naast de genoemde regimenten was er ook nog een eskadron Gardes du Corps.
Oorlogs- en revolutiedreiging
In 1784 dreigde een nieuwe oorlog tussen de Republiek en haar vroegere bondgenoot Oostenrijk. De Raad van State, besloot in overleg met stadhouder Willem V om opnieuw huzaren als lichte troepen te werven. De opdracht hiervoor werd op 11 november 1784 gegeven aan Frederik III, Rijngraaf van Salm Kyrburg. De werving vond plaats in Duitsland, met toestemming van de Koning van Pruisen. De eenheid van Legioen Rijngraaf van Salm genoemd. Tot het legioen behoorde vier eskadrons huzaren, elke bestaande uit twee compagnieën. In 1785 werd het legioen naar Staats-Vlaanderen gestuurd, het huidige Zeeuws Vlaanderen. Na afloop van de oorlog, besloten de Staten-Generaal in juli 1786, ondanks de bezwaren van de Raad van State en de provincie Holland, tot afschaffing van het legioen. Holland besloot toen om het legioen uit eigen middelen te betalen en op 9 september 1786 legden de troepen te Heusden, waar zij toen in garnizoen waren, de eed van trouw aan de Staten van Holland af. De eenheid zou onderdeel worden van de Hollandse burgeroorlog tussen de Patriotten en Oranjegezinden, o.a. door gevechten rond de vesting Utrecht. Het legioen kreeg in deze periode de naam Korps Huzaren op Holland en werd (nadat Rijngraaf Salm het opperbevel had gekregen over alle patriottische troepen in de stelling Utrecht) gecommandeerd door Lodewijk Baron van der Borch. Luitenant-kolonel werd Conrad baron van Düring, die als sinds de oprichting majoor in het korps was geweest. De nieuwe majoor werd Gerardus graaf van Leiningen. Na de patriottische nederlaag vluchtte Rijngraaf van Salm naar Parijs en werd de betrouwbaarste elementen als Korps Huzaren op Holland opgenomen in het Staatse leger. Het Legioen Huzaren Rijngraaf van Salm en Korps Huzaren van Holland zijn de eerste twee stamregimenten van het latere Regiment Huzaren van Boreel.
De Franse machtsovername in 1795
In 1795 werden de garderegimenten opgeheven. Uit de beide dragonderregimenten Hessen-Kassel en Bylandt ontstond het Regiment Dragonders van de Bataafse republiek, stamregiment van het latere Regiment Huzaren Prins Alexander. De Regimenten Cavalerie Van der Duyn en Bentinck werden gevoegd bij het Regiment Hessen-Philipsthallen daaruit ontstond het 1e Regiment Zware Cavalerie, stamregiment van het latere Regiment Huzaren van Sytzama. Het Regiment Hoeufft van Oyen en het Regiment Tuyll van Serooskerken werden bij het Regiment Karabiniers Oranje-Friesland gevoegd en hieruit ontstond het 2e Regiment Zware Cavalerie, het stamregiment van het latere Regiment Huzaren Prins van Oranje. Het Regiment Huzaren op Holland was overgegaan in Huzaren van Heeckeren. Bij dit Regiment Huzaren van Heeckeren werd het weinig bruikbare personeel van een tweede huzaren regiment in oprichting gevoegd, het Regiment Timmerman. Hieruit ontstond het Regiment Huzaren van de Bataafse Republiek, een derde stamregiment van het latere Regiment Huzaren van Boreel.
Bijlage A: Opsomming van alle regimenten Staatse cavalerie van 1594 tot 1795 en hun commanderende kolonels
Een compleet overzicht van alle vanen, regimenten en hun bevelvoerende officieren in de periode 1572-2024 is te vinden op deze website waaronder ons Regiment Huzaren van Boreel.
BIJLAGE A
Opsomming van alle regimenten Staatse cavalerie van 1594 tot 1795 en hun commanderende kolonels
Onder staande lijst is een opsomming van alle regimenten Staatse cavalerie die bestaan hebben tussen 1594 en 1572. De lijst is chronologisch samengesteld op basis van de oprichtingsdatum. De regimenten hadden geen nummer maar werden gewoonlijk vernoemd naar hun commanderende kolonels. Met letters worden deze commanderende kolonels achtereenvolgens vermeld. De nummers op de lijst komen overeen met de bijgevoegde grafiek die oprichtingsjaar, opheffingsjaar of samenvoeging weergeeft.

| 1 | ||
| In 1625 | Gardes te Paard van Zijne Hoogheid | |
| In 1647 | Gardes te Paard van de Staten van Holland | |
| In 1673 | gewoon regiment ruiterij | |
| A | 21-05-1594 | Frederik Hendrik, graaf van Nassau |
| B | 02-07-1625 | Herman Otto, graaf van Limburg Stirum |
| C | 19-05-1626 | Willem Frederik, graaf van Limburg Stirum |
| D | 18-12-1635 | Henri de Berhinghen, heer van Arminvilliers |
| E | 14-11-1644 | Christiaan Albrecht, graaf van Dohna |
| F | 23-03-1669 | Adam van der Duyn van ’s Gravemoer |
| G | 01-01-1694 | Zenno Diederik Gansneb gezegd Tengnagel |
| H | 24-04-1707 | Nicolaas van der Duyn van ’s Gravemoer |
| 24-03-1716 | Gevoegd bij het Regiment Erbach (zie 42) | |
| 2 | ||
| In 1640 | Gardes du Corps van Prins Willem II | |
| In 1660 | Gardes te Paard van de Staten van Zeeland | |
| In 1665 | Gardes te Paard van Zijne Hoogheid (Majesteit) | |
| In 1705 | gewoon regiment ruiterij | |
| A | 30-04-1599 | Jean François de la Salle (ritmeester) |
| B | 28-07-1614 | Ferdinand, vrijheer van Sedlnitzky, (ritmeester) |
| C | 24-05-1617 | Barthold van Starckenborgh (ritmeester) |
| D | 24-03-1640 | Willem II, prins van Oranje |
| E | 1647 | Henry Fleury Culan, heer van Buat (ritmeester) |
| F | 04-12-1666 | Casper van Lijnden |
| G | 1672 | Hendrik van Nassau-La Leck, heer van Ouwerkerk |
| H | 19-02-1705 | Willem Maurits, graaf van Nassau-Ouwerkerk |
| I | 25-05-1753 | Willem Hendrik, graaf van Nassau-Beverweerd |
| J | 10-01-1763 | Marinus Stavenisse Pous |
| K | 29-03-1763 | Willem van der Beke |
| L | 22-04-1794 | Berend Hendrik Bentinck tot Buckhorst |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het 1e Regiment Zware Cavalerie | |
| 3 | ||
| A | 05-01-1635 | Johan Maurits, graaf van Nassau |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 4 | ||
| A | 26-01-1635 | Jacques de Beaumont |
| B | 06-04-1641 | Antoni van Haersolte |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 5 | ||
| A | 26-01-1635 | Philippe Caumont, markies de la Force |
| B | 15-12-1645 | Joachim de St.-George, heer van Verneuil |
| C | 23-02-1667 | George Frederik, graaf van Waldeck-Pyrmont |
| D | 14-01-1693 | Ernst Frederik, Hertog van Saksen Heilburg |
| In 1725 | Gevoegd bij het Regiment Bentheim (zie 24) | |
| 6 | ||
| A | 26-01-1635 | Pierre du Four, heer van Metz |
| B | 02-04-1641 | Hernik Charles de la Trémouille, hertog van Thourars, Prins van Talmont |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 7 | ||
| A | 26-01-1635 | Herman Otto, graaf van Limburg Stirum |
| B | 31-10-1644 | Jacob van Wassenaer-Obdam |
| C | 21-07-1665 | Ludolf van Steenhuyzen |
| D | 11-06-1672 | Francois van Schagen, heer van Sliedrecht en Heenvliet |
| E | 1677 | Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk |
| F | 03-10-1683 | Matthias Hoefft van Oyen |
| G | 14-05-1691 | Johan Zeger van Rechteren |
| H | 25-03-1701 | Johan Reinhard van Hoornbergh |
| In 1705 | Opgeheven | |
| 8 | ||
| A | 26-10-1635 | Jacob van Randwijck, heer van Gameren |
| B | 08-01-1642 | George Frederik, graaf van Nassau |
| C | 19-11-1674 | Louis Mario de la Feuillade de la Guette |
| D | 27-02-1677 | Frederik Willem van de Borch, heer van Langetrier en Dermoult |
| E | 21-04-1692 | Frederik Jacob, prins van Hessen-Homburg |
| F | 31-12-1746 | Jan, baron van Lintelo |
| 25-09-1749 | Opgeheven | |
| 9 | ||
| A | 26-01-1635 | Willem van Reydt gezegd Bruchem |
| B | 28-10-1641 | Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk |
| C | 16-07-1663 | Arent van Wassenaer-Duyvenvoorde |
| D | 27-03-1666 | Maurits Lodewijk I van Nassau-la Leck |
| E | 24-04-1683 | Everhard Samuel van Lintelo |
| F | 13-06-1684 | Gijsbert Ruijsch |
| G | 14-01-1689 | Floris Karel van Beyeren Schagen |
| H | 26-05-1699 | Lubbert van Ecyk |
| I | 11-06-1706 | Mattheus Hoeufft van Oyen |
| J | 1720 | Frederik Rudolf, baron van Rechteren |
| K | 06-07-1742 | Hendrik Hop |
| L | 08-12-1761 | Carel August Emanuel, graaf van Rechteren |
| M | 28-01-1783 | Gerrit van Hoop |
| N | 26-08-1791 | Johan Philip Hoeufft van Oyen |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het 2e Regiment Zware Cavalerie | |
| 10 | ||
| A | 26-01-1635 | Frederik Magnus, rijngraaf van Salm |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 11 | ||
| A | 26-01-1635 | Thomas van Stakenbroek |
| B | 31-10-1644 | Lamoraal van der Noot |
| C | 21-11-1644 | Willem II, prins van Oranje |
| D | 19-10-1648 | Johan van Welderen |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 12 | ||
| A | 26-01-1635 | Frederik Maurits de la Tour d’Auvergne |
| B | 24-10-1641 | François de la Place, burggraaf Machault |
| C | 04-05-1665 | Godart van Reede, heer van Ginkel, 1e graaf van Athlone |
| D | 07-03-1703 | Johan Hendrik van Isendoorn à Bloys, heer van Cannenburg |
| E | 25-07-1703 | Wolter Gerard van Nijvenheim, baron van Neukirchen, heer van Driesbergen |
| F | 29-01-1709 | Reinhard, baron van Reede, heer van Ginkel en Lievendaal |
| G | 20-10-1747 | Frederik Johan van Isendoorn à Bloys, heer van Cannenburg |
| In 1760 | Gevoegd bij het Regiment van Eck van Nergena (zie 21) | |
| 13 | ||
| A | 26-01-1635 | Vincent van IJsselstein |
| B | 28-12-1663 | Eusebius Borchard Beninck |
| C | 28-04-1666 | Simon van Haersolte |
| D | 17-09-1673 | Wulfert van Brederode |
| E | 01-07-1679 | Willem Frederik van Nassau-Zuylenstein |
| F | 31-07-1708 | Lodewijk Ernst van Pritzelwitz |
| 24-03-1716 | Gevoegd bij het Regiment van Cralingen (zie 32) | |
| 14 | ||
| A | 03-02-1645 | Hermen Frederik, graaf van Berg |
| B | 18-04-1669 | Jean Barton Bret, markies de Montbas |
| C | 26-04-1672 | Jacob van Wassenaer-Obdam |
| D | 20-12-1715 | Carel Willem, baron van Pallandt |
| 04-03-1716 | Gevoegd bij het Regiment Nassau-la Leck (zie 40) | |
| 15 | ||
| A | 02-10-1665 | Maurits, graaf van Solms |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 16 | ||
| A | 02-10-1665 | Josef van Catzler |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 17 | ||
| A | 19-10-1665 | Zeger van Rechteren, heer van Almelo |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 18 | ||
| A | 19-10-1665 | George Frederik, vrijheer van Schwartzenberg en Hohenlansenberg |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 19 | ||
| A | 19-10-1665 | Boudewijn van Soutelande |
| In 1668 | Opgeheven | |
| 20 | ||
| In 1673 | Regiment Nassau Friesland | |
| In 1702 | Regiment Oranje Friesland | |
| In 1752 | Regiment Karabiniers Oranje Friesland | |
| A | 24-04-1668 | Ernst Willem van Haren |
| B | 21-11-1673 | Douwe van Grovestins |
| C | 20-12-1673 | Hendrik Casimir, prins van Nassau |
| D | 28-03-1696 | Johan Willem Friso, prins van Oranje-Nassau (tot 1702 vorst van Nassau) |
| E | 1711 | Willem IV, prins van Oranje-Nassau |
| F | 1751 | Willem V, prins van Oranje-Nassau |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het 2e Regiment Zware Cavalerie | |
| 21 | ||
| A | 19-03-1671 | Zeger van Rechteren, heer van Almelo |
| B | 20-03-1674 | Johan Albrecht, graaf van Schellart |
| C | 03-10-1683 | Frederik Willem, baron de Heyden |
| D | 23-09-1690 | Hendrik van Ittersum tot Nieuwenhuys |
| E | 04-09-1696 | Frederik Christiaan van Reede, baron Aughrim, 2e graaf van Athlone |
| F | 26-10-1719 | Dirk van Lijnden van den Park |
| G | 20-10-1735 | Luther Hendrik Walraven van Keppel |
| H | 05-05-1740 | Godart van Lijnden van Blitterswijk |
| I | 30-03-1747 | Dirk van Eck van Nergena |
| J | 20-05-1777 | Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het 2e Regiment Zware Cavalerie | |
| 22 | ||
| A | 19-03-1671 | Boudewijn van Soutelande |
| In 1672 | Opgeheven | |
| 23 | ||
| A | 19-03-1671 | Ignatius Kingma |
| In 1672 | Opgeheven | |
| 24 | ||
| A | 19-03-1671 | Frederik Hendrik van den Boetzelaer, heer van Langerak |
| B | 18-08-1674 | Wolf Christoffel Truchess, baron van Waldburg |
| C | 24-05-1680 | Claude Frederik ’t Serclaes, graaf van Tilly |
| D | 15-06-1723 | Statius Filip, graaf van Bentheim |
| E | 23-07-1734 | François Carel, baron van Lijnden |
| F | 21-07-1741 | Isaac, 1e Sans de Sandouville |
| G | 28-12-1745 | Willem, paltsgraaf van Birkenveld |
| H | 25-12-1760 | Otto Johan Willem du Faget van Assendelft, heer van Heinenoord |
| I | 09-03-1763 | Jan Willem de Famars |
| J | 28-09-1785 | Willem, landgraaf van Hessen-Philipsthal |
| 01-07-1895 | Ingelijfd bij het 1e Regiment Zware Cavalerie | |
| 25 | ||
| A | 19-03-1671 | Walraven, graaf van Nassau-Saarbrücken |
| B | 11-06-1672 | Willem, graaf van Lippe |
| C | 03-04-1679 | Walrad, graaf van Nassau-Saarbrücken |
| D | 21-10-1702 | Johan Karel van Eck |
| E | 26-11-1719 | Johan Bernhard Alexander, baron van Drymborn |
| F | 17-11-1724 | Gijsbert Hermen Hendrik, baron van Drymborn |
| G | 14-03-1738 | Adriaan van Son |
| H | 15-07-1740 | Paulus Huybert Buys |
| In 1752 | Gevoegd bij het Regiment Hessen-Philipsthal (zie 28) | |
| 26 | ||
| A | 19-03-1671 | Daniel d’Osorry |
| In 1672 | Opgeheven | |
| 27 | ||
| A | 08-02-1672 | Frederik Magnus, rijngraaf van Salm |
| B | 24-10-1672 | Johan Theobold Metzger van Weybnom |
| C | 13-06-1684 | Johan de Hybert, heer van Noordgouwe en Everoord |
| D | 12-04-1701 | Hendrik Frederik Paul de Rammingen |
| E | 23-01-1708 | Gerard Borchard, graaf van Rechteren |
| F | 09-04-1739 | Servaes Moenen |
| G | 29-11-1741 | Carel Albrecht, graaf van Rechteren |
| In 1745 | Gevoegd bij het Regiment Nassau-Ouwerkerk (zie 2) | |
| 28 | ||
| A | 08-02-1672 | Josef van Catzler |
| B | 21-11-1673 | Johan Joost van Croonenburg |
| C | 09-09-1677 | Frans Caspar Casimir, vrijheer van Hardunck |
| D | 03-01-1684 | Hendrik Bentinck, heer van Diepenheim |
| E | 27-02-1691 | Nicolaas de Dompré |
| F | 28-03-1710 | Frederik, erfprins van Hessen-Cassel |
| G | 29-10-1721 | Willem, prins van Hessen-Philipsthal |
| H | 13-05-1761 | Paulus Huybert Buys |
| I | 08-03-1775 | Anthony Frederik van Stöcken |
| J | 17-08-1789 | Adam François van der Duyn van ‘s Gravenmoer |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het 1e Regiment Zware Cavalerie | |
| 29 | ||
| A | 08-02-1672 | Johan George, vrijheer van Schwartzenberg en Hohenlansberg |
| B | 24-07-1675 | Jarich van Burum |
| In 1679 | Opgeheven | |
| 30 | ||
| A | 08-02-1672 | Filip Jacob van Brempt |
| B | 01-04-1672 | Filip Emminghuysen van Eppe |
| C | 1683 | Otto, graaf van der Lippe |
| D | 18-02-1690 | Robert van Ittersum |
| E | 14-09-1692 | Otto Frederik van Vittinghof |
| F | 17-03-1728 | Rutger Sweer van Haersolte |
| G | 15-06-1744 | Carel August Emanuel, graaf van Rechteren |
| In 1752 | Gevoegd bij het Regiment van Hop (zie 9) | |
| 31 | ||
| A | 08-02-1672 | Ernst van Stoltzenberg |
| B | 08-01-1673 | Johan Reinhard van Hoornbergh |
| C | 17-04-1677 | Johan Willem van Holtzappel |
| D | 06-10-1688 | George, baron de Riedesel (in Engeland: Erik Gustaaf, graaf Steinbeck) |
| E | 1698 | Gerard Pijper |
| F | 23-04-1698 | Frederik Ulrich, graaf van Oost-Friesland |
| G | 28-03-1710 | Frederik Rudolf, baron van Rechteren |
| 24-03-1716 | Gevoegd bij het Regiment Hoeufft van Oyen (zie 9) | |
| 32 | ||
| A | 08-02-1672 | Alexander van Welle |
| B | 15-10-1675 | Willem Roeleman, vrijheer Quadt Soppenbroek |
| C | 15-12-1688 | Paul Didier de Boncour |
| D | 06-05-1701 | Johan du Faget van Assendelft, heer van Cralingen |
| E | 14-03-1732 | Philip Didier de Boncour |
| F | 13-09-1747 | Jacob Schultz van Hagen |
| G | 14-11-1748 | Otto Johan Willem du Faget van Assendelft, heer van Heinenoord |
| In 1750 | Gevoegd bij het Regiment Birkenfeld (zie 24) | |
| 33 | ||
| A | 08-02-1672 | Lodewijk Christiaan, graaf van Wittgenstein |
| B | 03-08-1676 | Albert Ferdinand, graaf van Berlo |
| C | 11-12-1690 | Frederik Ferdinand, baron van Steyn |
| D | 17-03-1695 | Johan Reinhard van Hoornbergh |
| 25-03-1701 | Gevoegd bij het Regiment Hoornbergh (zie 7) | |
| 34 | ||
| A | 08-02-1672 | Adriaan Gustaaf, graaf van Flodorff |
| B | 01-05-1699 | Johan de Rhoo |
| C | 24-09-1704 | Johan Bernhard Alexander, baron van Drymborn |
| 24-03-1716 | Gevoegd bij het Regiment van Eck (zie 25) | |
| 35 | ||
| A | 08-02-1672 | Armand Caumount, markies de la Force |
| B | 21-11-1697 | Armand Caumont, markies de Maduran |
| 20-07-1702 | Verdeeld over het Regiment Hoornbergh (zie 7), Regiment Tengnagel (zie 1) en Cralingen (zie 32) | |
| 36 | ||
| Dragonders | ||
| In 1676 | Regiment Gardes Dragonders | |
| A | 08-02-1672 | Frederik Casimir, hertog van Coerland |
| B | 1676 | Willem III, prins van Oranje |
| C | 16-09-1702 | Willem, prins van Hessen-Cassel |
| D | 29-09-1747 | Arnold Joost van der Duyb van Maasdam |
| E | 11-10-1785 | Diederik Willem, baron van Verschuer |
| 01-07-1795 | Opgeheven | |
| 37 | ||
| A | 28-03-1672 | Frederik Casimir, hertog van Coerland |
| B | 04-05-1676 | Karel Jacob, prins van Coerland |
| C | 01-01-1677 | Herman Franck |
| D | 24-12-1681 | Bogislaf Sigismund Schack |
| 20-07-1702 | Verdeeld over het Regiment Hoornbergh (zie 7), Regiment Tengnagel (zie 1) en Cralingen (zie 32) | |
| 38 | ||
| Dragonders | ||
| A | 13-04-1672 | Christiaan Brandt |
| B | 01-03-1680 | Christoffel Erhard van der Gröben |
| C | 02-02-1688 | Ernst Christoffel van Marwitz |
| D | 23-06-1693 | Christoffel Schlippenbach |
| E | 31-12-1715 | Philips Willem van der Duyn |
| F | 19-07-1737 | Casimir Abraham, graaf van Schlippenbach |
| G | 04-04-1750 | Maurits Willem van Ditfourth |
| In 1752 | Verdeeld over Regiment Massou (zie 41) en Regiment Trips (zie 48) | |
| 39 | ||
| Regiment Gardes te Paard | ||
| A | 16-08-1672 | Karel Florentijn, rijngraaf van Salm |
| B | 05-06-1674 | Hans Willem Bentinck |
| C | 07-08-1701 | Henry de Massue, markies de Ruvigny, graaf van Calway |
| D | 20-02-1711 | Reinhard Vincent, baron van Hompesch |
| E | 13-03-1733 | Adam Adriaan van der Duyn |
| F | 16-07-1734 | Statius Philip, graaf van Bentheim |
| G | 1753 | Vincent Willem, graaf van Hompesch |
| H | 1765 | Karel Christiaan, prins van Nassau-Weilburg |
| I | 1784 | Willem George Frederik, prins van Oranje-Nassau |
| 01-07-1795 | Opgeheven | |
| 40 | ||
| A | 09-10-1688 | Nicolaas van der Duyn van Rijswijk |
| B | 25-03-1698 | Maurits Lodewijk II van Nassau-La Leck |
| C | 10-03-1741 | Arnold Otto |
| D | 06-07-1749 | Meynard Schagen |
| E | 11-10-1749 | Willem Hendrik van Nassau-Beverweerd |
| In 1752 | Gevoegd bij het Regiment Nassau-Ouwerkerk (zie 2) | |
| 41 | ||
| Dragonders | ||
| A | 25-10-1688 | Albert Ferdinand, graaf van Berlo |
| B | 10-08-1689 | George Frederik, graaf van Waldeck-Pyrmont |
| C | 01-01-1693 | Daniel Wolf van Dopf |
| D | 18-11-1718 | Jacques de Chalmot du Portail |
| E | 13-07-1736 | Frederik Leonard van Heylman |
| F | 09-07-1742 | Gerlach Cornelis Johannis van Massou |
| G | 1760 | Maurits Willem van Ditfourth |
| H | 11-05-1768 | Frederik, prins van Hessen-Cassel |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het Regiment Dragonders | |
| 42 | ||
| A | 19-11-1688 | Hartman Frederik van Erffa |
| B | 01-01-1690 | Ernst, hertog van Saksen-Heilburg |
| C | 12-07-1692 | Filips Lodewijk, graaf van Erbach |
| D | 1720 | Nicolaas van der Duyn van ‘s Gravenmoer |
| E | 16-07-1735 | Otto Frederik Schack |
| In 1738 | Gevoegd bij het Regiment van Son (zie 25) | |
| 43 | ||
| Karabiniers | ||
| A | 23-11-1688 | Frederik Adolf, graaf van der Lippe |
| B | 21-11-1694 | Arnold Joost, baron van Keppel, graaf van Albemarle |
| C | 18-11-1718 | Barent Jan, baron van Lijnden |
| D | 16-07-1728 | Zaris van der Gronden |
| E | 16-09-1735 | Mattheus Hoeufft van Oyen |
| In 1752 | Gevoegd bij het Regiment Oranje Friesland (zie 20) | |
| 44 | ||
| A | 02-12-1688 | Veit Heinrich Truchsess van Westhausen |
| B | 25-02-1689 | Filips, landgraaf van Darmstadt |
| C | 20-10-1694 | Hans Adolf, hertog van Holstein-Ploen |
| In 1697 | Opgeheven | |
| 45 | ||
| A | 02-12-1688 | Frederik Karel, prins van Wurtemberg |
| B | 1689 | Hendrik Frederik, prins van Wurtemberg |
| 21-04-1713 | Uit Staatse dienst en terug naar Wurtemberg | |
| 46 | ||
| A | 29-05-1693 | Nicolaas François, baron de Chauvirey |
| B | 28-11-1697 | Alexander de Bay |
| C | 19-04-1701 | Denis François Urbain Joseph de Retz de Briscula de Chanclos |
| 24-03-1716 | Gevoegd bij het Regiment Saksen-Heilburg (zie 5) | |
| 47 | ||
| A | 01-06-1693 | François Louis de Monflin |
| In 1697 | Opgeheven | |
| 48 | ||
| Dragonders | ||
| A | 08-07-1693 | Claude François, baron de Mattha |
| B | 18-12-1711 | Carel Lodewijk van Wassenaer |
| C | 18-07-1733 | Johan Alexander, baron de Mattha en Distroff |
| D | 04-03-1748 | Adolf, baron Trips de Berg |
| E | 24-05-1768 | Otto Sigismund Carel, graaf van Bylandt |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het Regiment Dragonders | |
| 49 | ||
| A | 06-08-1693 | Philippe Joseph, baron de Grisperre |
| B | 20-06-1698 | Jan, graaf van Nysle |
| C | 08-05-1704 | Pierre, graaf van Nysle |
| D | 04-04-1705 | François de la Tour d’Auvergne |
| E | 22-08-1710 | George Sigismund de Georgin |
| 22-09-1714 | Verdeeld over Regiment Tilly (zie 24) en Regiment van Eck (zie 25) | |
| 50 | ||
| A | 04-05-1701 | Frans Menne van Eminga |
| B | 19-06-1706 | Vincent van Glinstra |
| In 1714 | Opgeheven | |
| 51 | ||
| A | 04-05-1701 | Frederik Sirtema van Grovestins |
| In 1714 | Opgeheven | |
| 52 | ||
| A | 06-08-1701 | Hans Jurrien de Baldwin |
| B | 16-03-1710 | Dirk Helmich van Voorst |
| In 1715 | Opgeheven | |
| 53 | ||
| Huzaren | ||
| A | 11-11-1784 | Frederik Johan Otto, rijngraaf van Salm |
| B | 1787 | G.E., baron van During (als luitenant-kolonel) |
| C | 1790 | Christiaan Rijnold, graaf van Bylandt |
| D | 1793 | Reinhard Borschard Willem, baron van Heeckeren van Molencaten |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het Regiment Huzaren | |
| 54 | ||
| Huzaren | ||
| A | 10-1787 | Adriaan van der Hoop (als luitenant) |
| 1793 | Adriaan van der Hoop (als majoor) | |
| B | 1794 | P.J. Timmerman |
| 01-07-1795 | Ingelijfd bij het Regiment Huzaren | |