Door Kolonel Hans van Dalen, Regimentscommandant Huzaren van Boreel

Ter gelegenheid van de 80-jarige viering van de bevrijding van Nederland door de geallieerden, plaats ik een aantal artikelen over de bevrijdingsperiode 1944-1945 met relevantie voor tank- of verkennersoptreden. Dit keer de nauwelijks bekende tankslag bij Meijel en Asten. Een laatste offensief van de Duitsers op Nederlandse grondgebied.[1]
Inleiding
In de periode na het gedeeltelijk mislukken van Operatie Market Garden ondernamen de geallieerden pogingen om de corridor uit te breiden. In oostelijke richting wilde men de Maas bereiken, wat in het noorden ook lukte, maar in het zuiden via de Peel vooralsnog niet. De (tank)slag bij Overloon mislukte en er trad een korte rustperiode aan het Peelfront in. In het westen was men succesvoller. Met veel moeite en verliezen werd met landoptreden via Ossendrecht en Woensdrecht en amfibische landingen bij Vlissingen en West Kapelle, Zeeland bevrijd en de haven van Antwerpen ontsloten. Min of meer tegelijkertijd werd vanaf 20 oktober door middel van Operation Pheasant Midden- en West-Brabant bevrijd en de Duitse bezetter in snel tempo teruggedreven over de Maas. Maar niet nadat alle grote bruggen over de Maas waren opgeblazen.

De rust aan het Peelfront was bedrieglijk. Het frontgedeelte tussen Hunsel (ten zuiden van Weert) en IJsselstein was de verantwoordelijkheid van de Amerikaanse 7th Armored Division (Armd.Div.). Deze divisie had eerder een zware tijd gehad bij Overloon. De frontsector was dun bezet omdat de Amerikanen vertrouwden op de hinderniswaarde van (Peel)moerassen en diverse afwateringskanalen.[2] De Duitse opperbevelhebber van Legergroep B, veldmaarschalk Walter Model, was op de hoogte van de zwakke Amerikaanse frontbezetting in deze sector en besloot hier een offensief te starten om zo te proberen de druk van Operation Pheasant op het Duitse 15e Leger in het noordwesten van Brabant te verminderen. Op 25 oktober kreeg Model toestemming van Oberbefehlshaber West, veldmaarschalk Von Rundstedt, die wel duidelijk maakte dat het een aanval ‘mit begrenztem Ziel’ moest zijn. Het dorp Asten was het aanvalsdoel. Daarna moest de aanval worden afgebroken.
Model kreeg voor zijn afleidingsoffensief het ervaren 47e Panzer Korps ter beschikking, bestaande uit de 9e Panzer Division (9e Pz.Div.), net terug van het recente offensief ten noorden van Nijmegen (tankslag bij Elst) en de 15e Panzergrenadier Division (15e Pz.Gren.Div.) Beide divisies waren redelijk op sterkte, zodat er een Duitse strijdmacht van ongeveer 25.000 man, 22 Panther-tanks en tientallen Sturmgeschütze (gemechaniseerd antitank geschut) als aanvalsmacht ter beschikking stond. De Duitse zijde van de frontlijn werd bezet door de Kampfgruppe van de 344e Infanterie Division (344. Inf.Div.), die vanaf Overloon eerst naar Venray en toen naar de sector bij Meijel was verplaatst. Ze had de frontsector overgenomen van de 7e Fallschirmjäger Regiment (Fsch.Reg.7). In Venray (ongeveer 20 km ten noorden van Meijel) lagen nog de restanten van de 107e Panzer Brigade. Deze brigade was eerder ingezet bij de strijd tegen de corridor van Market Garden en bij de slag om Overloon en vormde een soort reserve voor de 344e Infanterie Division. Hun geschiedschrijving zegt hierover[3]:
‘Die Reste der Brigade verteidigden ab 25. September um Gemert/Overloon/Oploo einen dünn besetzten Brückenkopf auf dem Westufer der Maas. Sie fochten zuletst, bis Anfang November 1944, in verlustreichen Abwehrkämpfen am Reichswald und in einem Brückenkopf um Venlo.’
Verder had de 344e Divisie nog de beschikking over twee luchtverdedigingsbatterijen (‘Flak’) en het Fallschirmjäger Lehrregiment onder leiding van Oberst Hermann.[4]
27 oktober: Duitsers verrassen de geallieerden
Aan waarschuwingen van plaatselijke verzetsstrijders, dat er mogelijk een Duitse aanval op komst was, werd door de Amerikanen geen aandacht geschonken. Op 25 en 26 oktober namen de Duitse aanvalstroepen hun posities in. Op 27 oktober begon de aanval. Gebruikmakend van nachtelijke dikke mist opende de Duitse artillerie om 06.15 uur het vuur op de geallieerde stellingen. De artilleriebeschieting duurde 40 minuten waarna Duitse infanterie op drijfzakken aan weerzijden van Meijel de Noordervaart en het Kanaal van Deurne overstaken. De 9e Pz.Div., onder leiding van generaal-majoor Harald Freiherr von Elverfeldt, viel op twee assen aan. Hun Divisionsgeschichte zegt hierover[5]: ‘
Zu Beginn der letzten 8 Kriegsmonate wurden der 9e Pz.Div. im September 1944 zwei unerläβliche, sofortige Sperrmaβnahmen beim LXXXI. AK sowie die Durchführung von zwei schnelle Gegenslägen vor der Front des II. SS-PzKorps bzw. Beim XXXXVII. PzKorps übertragen. GFM Model durch Angriff mit begrenztem Ziel seine Offensiv gedachte Abwehr zu demonstrieren.’
Direct noord van Meijel stak Panzergrenadier Regiment 10 (Pz.Gren.Rgt. 10) en het Panzer Aufklärungs Battallion (Pz.A.A. 9) over. Verder naar het noorden, tegenover het gehucht Heitrak, stak Pz.Gren.Rgt. 11 over. Meijel werd al snel veroverd, waarna 9e Pz.Div. twee bruggen begon te slaan, één op de hoofdweg van Beringen naar Meijel en een tweede als vervanging van de Roggelsche brug ten zuiden van Meijel. Om 11.00 uur rolden al de eerste Duitse versterkingen over de bruggen. Dit waren de tanks van II./Pz.Rgt. 33, het tankregiment van de 9e Pz.Div. Aan de geallieerde zijde bood het 87e Cavalry Reconnaissance Squadron verwoed weerstand, maar nadat zes van hun negen lichte Stuart tanks waren vernietigd, stortte hun tegenstand in.

Een lokale bewoner[6]:
‘Een dag om nooit te vergeten. We hadden rustig geslapen tot circa 6 uur in den morgen, opeens schrikken we door een geweldig lawaai. Gierend vliegen ineens de granaten over, mitrailleurs knetteren, pantservuisten en allerlei tuig knalt en spektakelt dat hooren en zien vergaat. Half gekleed de kelder in. […] Onder zwaar vuur van beide kanten rijden massa’s Duitsche wagens weer Meijel in. Wie had dat nou kunnen denken […]. Wat een dag, we zijn frontlijn geworden.’
Ook op de noordelijke Duitse aanvalsas had de 9e Pz.Div. succes. Ook hier was de verdediging door het Duitse 11e Pz.Gren.Rgt.[7] doorbroken en staken rond 11.00 uur de eerste pantserwagens het kanaal over via een snel geslagen brug. Het oord Heitrak werd pas aan het einde van de middag binnengedrongen. De trage opmars was niet naar de zin van generaal-majoor Von Elverfeldt, die de Duitse regimentscommandant van zijn functie onthief.
De Amerikaanse divisiecommandant van de 7e Armored Division (7e Arm.Div.), generaal Silvester, reageerde snel. Hij realiseerde zich het belang van de twee hoofdwegen vanuit Meijel en zetten hier zijn divisie reserve, Combat Command Reserve (CCR) op in. De weg direct richting westen van Meijel via Heusden naar Asten werd in de ochtend snel geblokkeerd door de hoofdmacht van CCR, genoemd naar hun commandant Task Force Chappuis. De weg richting noorden van Meijel via Heitrak naar Hutten en Liessel werd door twee eskadrons Sherman tanks een compagnie infanterie versperd. Deze laatste groep stond onder leiding van luitenant-kolonel Wemple en werd daarom Task Force Wemple genoemd.

Terwijl TF Wemple de Duitse opmars naar het noorden vertraagde, begon de hoofdmacht van de CCR om 14.00 uur een tegenaanval over de weg van Asten naar Meijel. Deze tegenaanval stuitte op de Duitse aanval richting Asten die ongeveer tegelijkertijd werd ingezet vanuit Meijel richting Asten. Ongeveer een kilometer buiten Meijel werd de strijd uitgevochten. Duitsers drongen de Amerikanen langzaam terug, maar TF Chappuis wist met de nodige moeite verderop toch stand te houden.
De zware strijd ten westen van Meijel was niet de enige uitdaging van divisiecommandant, generaal-majoor Silvester. In zuiden was een nieuwe dreiging ontstaan doordat Duitse parachutisten van het 7e Fallschirmjäger Regiment[8] in de ochtend de Noordervaart bij Ospel waren overgestoken en de twee dorpjes Waaskamp en Winnerstraat hadden veroverd. Veel verder waren ze echter door het Amerikaanse verzet niet gekomen, mede doordat tijdig een lokale reserve van CCA, o.l.v. luitenant-kolonel Nelson was ingezet (TF Nelson). In het noorden verdedigde CCB bij Griendtsveen.
Een tweede probleem ontstond in het noorden, toen elementen van de 15e Pz.Gren.Div onder leiding van kolonel Deckert, bij Hoge Brug in de strijd werden geworden om de aanval van de 9e Pz.Div. te versterken. Op 27 oktober omstreeks 23.00 uur viel deze divisie met Pz.Gren.Rgt. 105 van Hoge Brug in de richting Hutten aan. Haar opdracht was Liessel te nemen. De vakgrens met de 9e Pz.Div. liep even ten zuiden van de weg Hoge Brug-Hutten in noordwestelijke richting. Het bovenliggende Britse 8e Legerkorps ondernam nu actie. De legerkorpscommandant, generaal O’Connor, stuurde een afdeling artillerie naar de 7e Armd.Div. en liet een element van de Britse 11e Armoured Division de CCB in Griendtsveen aflossen. De CCB van de 7e Armd.Div. verplaatste vervolgens onmiddellijk naar het zuiden en arriveerde in de nacht in de buurt van Liessel.

28 oktober: De voortzetting van de Duitse aanval
De volgende dag, 28 oktober, vielen beide partijen aan. De Duitsers vanuit het bruggenhoofd bij Meijel en Heitrak naar het oosten en noorden en de geallieerden vanuit het noorden en westen naar Meijel. In het noorden liep het fout voor de geallieerden. De aanval van CCB op Heitrak werd afgeslagen door de Duitsers waarbij 13 van de 17 tanks verloren gingen. Ook de andere aanval van CCB op de oversteek bij Hoge Brug werd met zware verliezen afgeslagen. Erger nog: een Duitse tegenaanval dreef een wig tussen de twee aanvallen van CCB. CCR, TF Chappius had ook geen succes met haar aanval. Ook hier hadden de Duitsers meer succes, vooral door de aanval van Pz.A.A. 9 en het eerste bataljon van Pz.Gren.Rgt. 10, die enkele kilometers terreinwinst boekten. Uiteindelijk wist majoor Frazier, commandant van het 48e Armoured Infantry Batallion hen met ondersteuning van een aantal M-10 tankdestroyers te stoppen.

Ter ondersteuning van de aanval bij Meijel overschreden gevechtseenheden van de 344. Infanterie Division meer naar het zuiden bij Nederweert de Noordervaart en namen de stellingen van het 7. Fschj.Reg. over. Waaskamp en Winnerstraat werden zonder al te grote moeilijkheden genomen. Door de toenemende Amerikaanse tegenstand van CCA (TF Nelson) kon hier verder weinig voortgang meer worden geboekt. Op 28 oktober viel na zware gevechten Ospel wel in Duitse handen. Een zeldzame Duitse luchtaanval op het hoofdkwartier van het 2e Britse leger in Helmond deed paniek uitbreken. De angst dat de Duitsers zouden doorbreken naar Helmond was reëel.
Over het verloop van de strijd op 28 oktober rapporteerde de OB West aan het OKW: “
‘Der Angriff des rom. 47. Pz.Korps gewann gegen sich verstarkenden Feindwiderstand nur langsam Boden. Er wird unter Einsatz der gesamten 15.Pz.Gren.Div. mit den bisherigen Zielen Liesel und Asten am 29.10. fortgesetzt… Gegen 15.00 Uhr Feinderneut südostw. Liesel mit 15 Panzern zum Gegenangriff angetreten, erzielte einen Einbruch. Eigener gep. Gegenstoss angesetzt. Nordwestl. Meijel Pz.A.A. 9 und l. Batl Pz.Gren.Rgt. 10 bei Einbruch der Dunkelheit zum Angriff angetreten. Kampfe noch im Gange.’
Montgomery greep nu in. Hij dirigeerde op 28 oktober rond het middaguur de 227e Brigade van de Schotse 15. Inf. Div. (Scots Guards) naar Asten. De rest van de divisie moest de dag erna onmiddellijk volgen, net zoals de complete Britse 6e Guards Tank Brigade.[9] Aan het einde van de dag werd de situatie echter zo ernstig ingeschat dat de 6e Guard Tank Brigade een spoedverplaatsing moest uitvoeren zodat die in de nacht van 28 op 29 oktober, samen met de 227e Brigade, al in de omgeving van Asten arriveerde.
29 oktober: De Schotten en Engelsen lossen de Amerikanen af
In de nacht van 28 op 29 oktober ging de 227e Brigade rond Asten in stelling. Bij dagaanbreken ontdekte men dat de eigen artillerie per abuis twee kilometer vóór de eigen infanterie stelling had gekozen. Meer naar het noorden bij Liessel, waar CCB vocht, was het de hele nacht van 28 op 29 oktober onrustig geweest. Duitse aanvallende eenheden hadden in de nachtelijke uren uitgangstellingen betrokken om bij dagaanbreken opnieuw aan te vallen. Gebruikmakend van modderige binnenwegen drongen de Duitsers om 08.40 uur met tanks en pantservoertuigen Liessel binnen. De hoofdmacht van CCB lag tussen Liessel en Heitrak en was afgesneden. Desondanks wist CCB zich de hele dag te handhaven. In de middag was er een tankslag bij Hutten, waarbij beide partijen tanks verloren. Aan het einde van de middag kreeg CCB bevel zich terug te trekken naar het noorden, net zoals de overige eenheden van de 7. Armd.Div. Nadat in de loop van 29 oktober ook de 44e en 46e Schotse Brigade arriveerden, losten die de Amerikanen af aan het front. De gehavende 7e Armd.Div. werd naar een verzamelgebied bij Weert en Nederweert verplaatst. Alleen hun CCA (TF Nelson) was nog achtergebleven in het zuiden bij Ospel.

De 227e Schotse Brigade lag nog bij Asten en rukte na het vallen van de nacht nog enkele kilometers op richting Meijel. Maar deze eenheid kon niet te ver oprukken, omdat de Duitsers bij Liessel eenvoudig naar Asten zouden kunnen oprukken en de Schotten zouden dan ingesloten zitten. Deze moesten eerst worden ‘opgeruimd.’ Ten hoogte van de ‘Witte Bergen’ aan de weg van Asten naar Meijel groeven de drie bataljons van de 227e Schotse Brigade zich in. Er werden daarna plannen gemaakt om Liessel terug te veroveren. Dit zou moeten gebeuren door twee bataljons van de 44e Schotse Brigade. Deze twee bataljons lagen bij Leensel en Rinkveld langs de weg tussen Asten en Liessel. De iets later arriverende 46e Schotse Brigade ging in stelling aan weerszijde van de weg Deurne-Liessel. In de nacht van 29 op 30 oktober arriveerden meer geallieerde eenheden, namelijk de ‘Grenadier Guards’ en ‘Coldstream Guards’, twee tankbataljons van de Britse 6e ‘Guards Tank Brigade.’
Aan Duitse zijde was men niet ontevreden. De doelstelling van de aanval van het 47e Pz.Krps. was geslaagd. Er was een groot bruggenhoofd en Liessel was veroverd, zodat Asten van twee kanten kon worden aangevallen. Model wilde verder gaan en vroeg Oberbefehlshaber West Von Runstedt om versterkingen. Tot zijn verbazing kreeg hij die niet en ontving hij om 11.15 uur zelfs het bevel om de aanval af te breken. Model protesteerde heftig en kreeg bij Von Rundstedt gedaan dat hij de aanval nog een dag langer mocht voortzetten.
30 oktober: De Duitsers proberen nog een keer Asten te veroveren.
Op 30 oktober vielen de Duitsers bij dag aanbreken Asten aan vanuit Liessel. De aanval door de 15e Pz.Gren.Div. werd ingezet vanaf de omgeving van het plaatselijke kasteel (buurtschap Slot) maar liep al snel vast in het vuur van de Schotse bataljon ‘Glasgow Highlanders’. Om 10.00 uur begon een zwaardere aanval, ondersteund met Panzer IV tanks en ‘Sturmgeschütze’. De Duitsers omtrokken de Schotten via de meer zuidelijk gelegen Dennendijkse bossen en de doorbraak naar Asten leek een kwestie van tijd. Rond het middaguur arriveerde echter een eskadron tanks van de ‘Grenadier Guards.’ Met hun Churchill tanks en gesteund door twee compagnieën van het bataljon ‘Royal Scots’ werden de Duitsers weer uit de bossen verdreven. De Duitse aanval was vastgelopen. De Britse geschiedschrijving van de Guards Amoured Division klopt zichzelf op de borst door te schrijven[10]:
‘VIII Corps had met difficult going and strong opposition in its efforts to clear the West bank of the Maas. A good deal of ground had already been gained, but a strong counter-attack had been made at Meijel, in the repelling of which the battalions of the 6th Guards Tank Brigade had greatly distinguished themselves.’
Intussen had de Amerikaanse commandant van de 12e Legergroep, generaal Omar Bradley, de commandant van de Amerikaanse 7e Armd.Div., Silvester, ontslagen. Hij vond hem te passief en niet geschikt voor moderne beweeglijke oorlogvoering. De nieuwe divisiecommandant werd generaal Hasbrouck. De Schotse 46e Brigade probeerde op 30 oktober het momentum van de teruggeslagen Duitse aanval uit te buiten door te proberen Liessel terug te veroveren. Een bataljon drong door tot aan de kerk, maar verder kwamen ze niet. De Duitsers ondernamen zelfs aan het einde van de middag nog een felle tegenaanval. De Schotse 227e Brigade had in de middensector zuid van Asten een rustiger dag. De Duitse 9e Pz.Div. was na het mislukken van de aanval van de vorige dag niet in staat een nieuwe aanval op te zetten.

31 oktober: de geallieerde tegenaanval begint
Op 31 oktober begon de Schotse tegenaanval. Gehinderd door zware mist viel de 46e Brigade, gesteund door eenheden van de 44e Brigade, Liessel aan. De aanval begon om 08.30 uur, waarbij twee bataljons het dorp aanvielen en één bataljon meer naar het oosten de aanval ondersteunde. De Duitsers in Liessel gaven het niet snel op en boden hevig weerstand, maar om 13.00 uur was het dorp geheel in Schotse handen. Het Schotse bataljon wat in het oosten de aanval moest ondersteunen was opgerukt door het open terrein tussen Liessel en het Kanaal van Deurne. Door flankerend vuur van twee compagnieën van het Duitse 24e Fallschirmjäger Regiment en zwaar mortiervuur, leden de Schotten zware verliezen en moesten zich ingraven in het open veld.
Eén bataljon zette de aanval in Liessel door en viel om 15.00 uur vanuit Liessel aan in zuidelijke richting. Bij het buurtschap Slot versperden twee Sturmgeschütze hen de weg. Pas toen een Schotse officier met een antitankwapen (Piat) een Sturmgeschütz uitschakelde en de tweede door een Churchill tank werd vernietigd kon het buurtschap worden veroverd. De Schotten groeven zich vervolgens ten zuiden van het buurtschap in.
De 227e Brigade bij Heusden en de Witte Bergen vielen ook aan en drukten de eenheden van de 9e Pz.Div. in oostelijke richting terug. Ook in het zuiden, bij Ospel, werd aangevallen. Hier veroverde TF Nelson van de Amerikaanse 7e Armd.Div. terrein op de Duitsers en verkleinden het bruggenhoofd aanzienlijk.
Aan Duitse zijde schatte men dat op 27, 28 en 29 oktober 85 Amerikaanse tanks buiten gevecht waren gesteld en waren tevreden over de bereikte doelen. In de nacht van 30 op 31 oktober ging het 47e Panzerkorps daarom tot de verdediging over. De Duitsers begonnen hun gepantserde eenheden terug te trekken. Als eerste werd op 31 oktober de 15e Pz.Gren.Div. uit de strijd genomen. Vervolgens brak de 9e Pz.Div. in de nacht van 1 op 2 november het gevecht af. Hun stellingen werden overgenomen door het Duitse 24e Fallschirmjäger Regiment, die zich dus nu verplaatste naar het Duitse bruggenhoofd. Wel was een Sturmgeschütz eenheid van de 9e Pz.Div. ter ondersteuning in het bruggenhoofd bij Meijel achtergebleven.
1 tot 4 november: de aanval op Meijel
Op 1 november 1944 begon de aanval op Meijel. Eerst moest nog de Duitse weerstand van de dag ervoor bij de Hoge brug worden opgeruimd. Deze aanval werd uitgevoerd door twee bataljons met tankondersteuning. De aanval stootte echter in het luchtledige, want de Duitsers hadden zich al in de nacht teruggetrokken richting Heitrak en zich in het bruggenhoofd rondom Meijel geconcentreerd. Een aantal Britse Churchill tanks had zich vastgereden in de Peelmodder. In de omgeving van het buurschap Slot was tevens aangevallen in zuidelijke richting. Ook hier hadden de Duitsers zich teruggetrokken richting Heitrak. In de middag loste de Schotse 44e Brigade de vermoeide Schotse 46e Brigade af. De 44e Schotse Brigade zou de aanval op Meijel moeten uitvoeren, waarbij buurtschap Moostdijk (ten noorden van Meijel) het aanvalsdoel voor de volgende dag zou zijn.

Op 2 november werd de aanval voortgezet. Wederom gehinderd door mist, vielen twee Schotse bataljons, gesteund door vijf Churchill tanks Heitrak aan. Een uur later was het dorp veroverd. Twee verse Schotse bataljons doorschreden voorwaarts en zetten de aanval voort. Neerkant werd in de middag veroverd en ook Moostdijk viel kort daarna. Toen vanuit Moostdijk de aanval werd voortgezet richting Meijel zelf, reden een Churchill tank en een verkenningsvoertuig in een mijnenveld en werden vernield. Omtrekkende bewegingen van Schotse infanterie liepen vast in hevig Duitse vuur. De aanval werd gestaakt. Op 2 november boekte TF Nelson (van de 7e Armd.Div.) op de zuidflank nog enig succes en veroverde op 3 november Horik.

Montgomery was intussen tot het inzicht gekomen dat de Peel-enclave aan de westzijde van de Maas eerst opgeruimd moest worden. Doordat de aanvallen ten noorden van Breda goede voortgang maakten, konden beschikbare reserves dus voor een groter offensief naar de Peel worden gedirigeerd. Dit grote offensief zou op 12 november moeten beginnen. Dit haalde de stoom uit de lopende Schotse tegenaanval. Op 3 november werden nog enige verkenningen uitgevoerd op het ingekrompen Duitse bruggenhoofd rond Meijel. Ook werd geprobeerd een doorgang door het mijnenveld te maken. Het lukte om een doorgang te maken met Churchill Flail tanks, maar niet nadat nog steeds in het bruggenhoofd verblijvende Sturmgeschütze van de 9e Pz.Div. drie Churchills en twee Flails hadden uitgeschakeld. Een plan van de Schotse divisiecommandant Cockburn om stijf langs het Kanaal van Deurne via het Vieruiterstenbos met tanks te proberen het mijnenveld en de Duitse omgeving te omtrekken, liet men vallen vanwege de flankdreiging. Onder meer vanaf de oostoever van het Kanaal van Deurne.
Op 5 november voerde men hetzelfde plan echter uit, waarbij de oostflank werd gedekt met rookgranaten van de artillerie. Een tankeskadron Churchill tanks met begeleidende infanterie ging voorwaarts. De eerste tank liep op een mijn, maar de rest bereikte ongehinderd het Vieruiterstenbos. Helaas reed het eskadron hier in een niet onderkend moeras waarin ook nog mijnen lagen. Duits antitankgeschut opende het vuur vanaf de oostzijde van het Kanaal van Deurne en het tankeskadron leed zware verliezen. Slechts vier Churchill tanks keerden terug naar de Britse linies, waarvan er maar twee onbeschadigd waren. Een tweede eskadron dat iets meer naar het westen aanviel, had evenmin succes. Dit eskadron verloor vijf tanks door mijnen. De begeleidende Schotse infanterie veroverde nog wel ‘De Schans’ iets ten noorden van het (Vieruiterstenbos) maar daar bleef het bij. De mislukking van deze Schotse aanval op Meijel van het noorden zette ook de aanval van TF Nelson vanuit het zuiden op Meijel stop. Alle eenheden van de 7e Armd.Div. werden nu teruggetrokken en afgelost door een tweede Schotse eenheid, de 51e Highland Division.[11] Er werden geen verdere pogingen gedaan om Meijel te veroveren. Alle ogen waren gericht op het komende grote offensief.
Operatie Nutcracker
In tegenstelling tot de vorige keer (slag bij Overloon), zou nu het geallieerde offensief vanuit het zuiden komen. Er werden twee legerkorpsen (12e en het 8e legerkorps) ingezet met zeven divisies. Lange colonnes met geallieerde troepen ploegden zich in regenachtig weer door de Peel modder. Pas op 14 november waren alle eenheden klaar en kon het offensief beginnen. De Duitse generaal Von Obstfelder (de nieuwe legerkorpscommandant van de 47e Legerkorps) zich dit al aankomen en had zijn twee bruggenhoofden bij Meijel en Gospel in de nacht van 12 op 13 november laten ontruimen.
Het 12e Legerkorps begon het offensief met de Schotse 51e en 53e Divisie tegen het vallen van de avond op 14 november bij Nederweert, ten zuiden van Meijel. De rubberboten werden door tanks door de Peel modder naar het kanaal gesleept, waarna de Schotse infanterie overstak. Vlammenwerpertanks werden ingezet om de Duitse weerstand aan de oostzijde van het kanaal te breken. Ook werd kunstmatig licht gecreëerd door de onderkant van de wolken met schijnwerpers te verlichten. De Duitsers trokken zich naar het noorden terug en probeerden bij Heythuizen stand te houden. Aangevoerde Duitse gepantserde reserve-eenheden (Panzerjägerabteilung 741 en Sturmgeschützbrigade 902) voerden zonder succes tegenaanvallen uit bij Heythuizen. De Duitse Fallschirmjäger trokken zich daarop op 16 nov verder terug achter het Uitwateringskanaal. Intussen hadden verkenningspatrouilles van de Schotse 15e Divisie Meijel verlaten gevonden en de puinhopen van het dorp bezet. Achter het Uitwateringskanaal had de Kampfgruppe van de Duitse 344e Infanterie Division, omgedoopt in Division zur Besondere Verwending 606, geprobeerd een verdediging op te zetten.
In de nacht van 16 op 17 november bestormde een eenheid van de Schotse 51e Highland Division achter de resten van de kapotte Roggelsche brug en vermeesterde een klein bruggenhoofd aan de oostzijde van het Uitwateringskanaal. De Duitsers legden de gehele dag het bruggenhoofd onder zwaar artillerievuur. Rond het middaguur vielen twee compagnieën Fallschirmjäger, ondersteund door de Sturmgeschützbrigade 902 het Schotse bruggenhoofd vanuit het noorden (omgeving Beringen) aan. Met geallieerd artillerievuur werd deze aanval om 14.00 uur afgeslagen. In de nacht van 17 op 18 november werd het bruggenhoofd door de Schotten verder versterkt. Onder meer met de tanks van de 33ste Tank Brigade.
Op 18 november staken verder zuid ook eenheden van de 53e Welsh Division het Uitwateringskanaal over en werd er uitgebroken vanuit de bruggenhoofden. Panningen en Beringen werden bevrijd, net zoals Kessel en Helden. Op 19 november liep de voortzetting van de aanval echter vast in de Peelse modder. Wel werd in de bossen tussen Helden en Baarlo contact gemaakt met Nederlandse verzetsstrijders die daar al dagen verbleven en zelfs 25 Duitse krijgsgevangenen hadden gemaakt. Deze ‘bospartizanen’ werden enkele dagen later in de Nederlandse Stoottroepen opgenomen.
Het einde

De Duitsers konden even ademhalen. Maar niet lang, want op 20 november begon ook het noordelijke 8e Legerkorps haar offensief. Op deze dag nam de Schotse 15e Divisie in het middengedeelte de aanval van de 51e Highland Division over en bevrijdde Helenaveen. De Duitse 180e Infanterie Division werd vrij gemakkelijk teruggedreven naar Sevenum. Op 22 november sloten nog twee geallieerde divisies zich bij het offensief aan. De Britse 11e Armoured Division veroverde Amerika en Meterik en de Britse 3e Infanterie Division veroverde Wanssum en Meerlo. De aanvallen in het midden en noorden, deden ook het front in het zuiden weer in beweging komen. Hier werden Baarlo en Maasbree veroverd. De divisiegeschiedenis van de 11e Armoured Division schrijft hierover[12]:
“Order were received from 8 Corps on November 15th. Our D-Day depended on the progress made by 12 Corps when the latter reached the line from Beringe to Panningen….159 Infantery Brigade Group, who carried out this operation.. in fact only used their infantry battalions.. The route led over the 15th Scottish Division’s bridge at Hoogebrug, through Helenaveen, also in Scottish hands, to a concentration area two miles south of America. Outflanked to the south by 15th Scottish, the Germans had withdrawn. The task of our infantry, therefore, although most uncomfortable, was not as difficult as it might have been. For the engineers, however, there was even more trouble in store than had been foreseen. The Griendstveen road proved quite unable to stand up to the heavy vehicles which had been produced to make is usable. The mobile Bailely was an early casualty, while one of the Churchill tanks slipped sideways off the causeway and took much of the causeway with it. The road was impassable to heavy traffic within the first two hours and to attempt to recover the assault vehicle would probably have prolonged its impassability indefinitely. The use of assault bridges was abandoned, the causeway was built around the Churhill tank and the craters and spanned with ordinary Baileys. This took time and by the end of the first day the road was still not open, nor was the railway, where numerous mines were removed and craters filled.”

Het Duitse front stond op instorten. Nog één verdedigingslinie resteerde, de Grote Molenbeek. Een laatste Duitse reserve-eenheid werd aangevoerd door generaal Von Obstfelder, de Sturmgeschützbrigade 244, die eerder in West Brabant had gevochten: de Kampfgruppe Chill. Aan deze strijdmacht werd ook het 6e Fallschirmjäger Regiment gekoppeld. Het front kwam op 24 november weer tot stilstand.
Op 25 en 26e november werd met hernieuwde kracht aangevallen en op vele plaatsen de Maas bereikt. Er resteerden slechts drie kleine Duitse bruggenhoofden, bij Broekhuizen en Geijsteren en een sterkere bij Blerick. De Duitse bruggenhoofden bij Broekhuizen en Geijsteren waren gevormd rond kastelen. Hoewel sterk verdedigd, werden in de hierop volgende dagen (29 en 30 november) de kastelen en hun verdedigers met zwaar geschut vernietigd en daarna met infanterie bestormd. De geallieerden leden naar verhouding wel zware verliezen bij de bestorming van deze twee Duitse bruggenhoofden. Over de aanval op Broekhuizen schrijft de 11th Armoured Division[13]:
“To eliminate this enemy strongpoint 3 Mons, supported by 15/19 H and two troops of flail tanks, launched an attack on the 30th and succeeded in capturing both the fort and the village. The enemy forces, however, a company of paratroops, supported by unexpectedly heavy defensive fire from across the river, resisted most obstinately in their positions, which were well protected by mines, and 3 Mons suffered heavy casualties – 10 officers and 130 men, including the CO, the second CO from this battalion to be killed in three months. Bold tactics by 15/19 H, however, turned the scale, and 112 enemy prisoners were captured.”
Het goed verdedigde bruggenhoofd bij Blerick werd op 1 december voorzichter, maar wel georganiseerder aangevallen door de Schotse 15e Division en systematisch verkleind. Op 2 december was geheel Blerick bevrijd. Alle bruggen over de Maas waren intussen opgeblazen door de Duitsers.

Beschouwing
Het Duitse tegenoffensief bij Meijel was een significante gebeurtenis. Hoewel de Britse geschiedschrijving de problemen vaak minimaliseren en de rol van de Amerikaanse 7e Armd.Div. zelfs wegschrijven, ondervonden de Britten wel degelijk grote problemen door het Duitse offensief en was aanvoering van meerdere divisies nodig om de Duitse dreiging ongedaan te maken. Grootste problemen waren naast de Duitse gevechtskracht vooral het weer en het terrein. Zware regenval veranderde de Peel in een moddermoeras en bemoeilijkte het optreden buiten de wegen. Grondnevels vormden een extra handicap. De Duitsers hadden bij de verdediging van hun veroverde bruggenhoofd op zeer ruime schaal gebruik gemaakt van antipersoneels- en antitankmijnen, zodat voor iedere aanval eerst doorgangen in de mijnenvelden moesten worden gemaakt. Aangezien de Duitsers hun mijnenvelden met mitrailleurs en antitankgeschut onder vuur hielden, was het ruimen van de mijnen geen eenvoudige zaak. De gevechten bij Meijel waren onoverzichtelijk en bestonden uit een lange aaneenschakeling van gevechtsacties. Kleine groepjes soldaten die, gesteund door een of twee tanks, zich behoedzaam voortbewogen. Veel tijd werd verloren doordat de tanks in de modder bleven steken. The Guards Armoured Division schrijft over deze omstandigheden[14]:
“The positions were very unpleasant; consequently movement during the day was reduced to a minimum. However, the farms had comfortable cellars and most companies were able to rest under cover during the day. The trouble lay in the nights which were very dark at this time and some thirteen hours long, and sentries had to rely on their ears and on a variety of mines, boobytraps and trip flares, erected by successive units during their occupation of the position… The opposition came from paratroops, who conducted extensive patrolling and who were supported by comparatively heavy artillery and mortar-fire. Quite a few casualties werd occasioned by this…”

Over de werkelijk door beide partijen geleden verliezen zijn weinig betrouwbare gegevens bekend. De Amerikaanse 7e Armd.Div. rapporteerde in oktober 125 gesneuvelden, 734 gewonden en 364 vermisten. Aan voertuigen gingen 28 lichte tanks, 52 zware tanks en 101 andere voertuigen verloren. Hierbij dient wel in beschouwing te worden genomen dat een deel van de verliezen tijdens de aanval bij Overloon werd geleden. November kwam de 7e Armd.Div. op 88 doden, 225 gewonden en 31 vermisten te staan. Aangezien in deze maand behalve bij Meijel niet direct aan gevechtsacties werd deelgenomen, moeten deze verliezen hoofdzakelijk aan de strijd bij Meijel te wijten zijn geweest. De 7e Armd.Div. heeft daar de zwaarste klappen gekregen, maar zij ving ook de kracht van de Duitse tegenaanval op. De verliezen van de Schotse 15e Division, de Duitse 9e Pz.Div en de Duitse 15e Pz.Gren.Div. zullen iets geringer zijn geweest. De 7e Armd.Div. speelde dus een belangrijke rol. De Amerikanen mag misschien worden verweten dat zij zich aanvankelijk door de Duitsers hebben laten verrassen, maar toen zij zich eenmaal van de eerste schrik hadden hersteld, namen zij zeer krachtige maatregelen en stopten het Duitse offensief. De Duitse tegenaanval bij Meijel was geen uitzondering. Gedurende de gehele terugtocht van het Duitse leger naar de Westwall zijn dergelijke lokale offensieven uitgevoerd. Desondanks lieten bij Meijel de geallieerden zich verrassen. Het onderschatten van de kracht van de tegenstander was daarvan de voornaamste oorzaak. Onderschatting speelt ook tegenwoordig een belangrijke rol, gezien de Russische onderschatting van het weerstandsvermogen van het Oekraïense leger en de onderschatting van Hamas door de Israëlische veiligheidsdiensten.
______________________________________________________________________
[1] De twee belangrijkste bronnen voor dit artikel zijn het uitstekende boek van Jack Didden en Maarten Swarts, Einddoel Maas, 1984, De Gooise Uitgeverij, Weesp en het Militaire Spectator Artikel van (wijlen) lkol drs. J. W. M. Schulten, MS 1982-0005-01-0008.
[2] Op aandringen van Montgomery had Eisenhower op 22 september 1944 besloten om de vakgrens tussen de 12 (US) Army Group en de 21 (BR) Army Group naar het noorden te verleggen. Dat betekende dat de Peel tot het Amerikaanse operatiegebied ging behoren. Met de verovering ervan werd het XIX (US) Corps belast, dat op de flank van de First (US) Army opereerde. Op 30 september 1944 ging de 7 (US) Armored Division bij Overloon tot de aanval over. Op 6 oktober 1944 liep de Amerikaanse aanval bij Overloon hopeloos vast. De Amerikanen werden door de 3 (BR) Infantry Division afgelost en kregen een beveiligende taak toegewezen langs het Kanaal van Deurne, de Noordervaart en het Kanaal van Wessem naar Nederweert; in dat verband werd het 87e Cavalry Reconnaissance Squadron belast met de beveiliging van het gebied rondom Meijel.
[3] Rolf Stoves, Die Gepanzerten und Motorisierten Deutschen Grossverbände, 1935-1945, Podzun-Pallas, Verlag, 1986, Bad Nauheim
[4] Oorspronkelijk behoorde dit regiment tot de 6e Fallschirmjäger Division
[5] Carl Hans Hermann, Die 9 Panzer Division 1939-1945, Podzun Pallas Verlag, Dorheim
[6] Uit oorlogsdagboek G. van den Hoogenhof
[7] II./Pz.Gren.Rgt. 11 op de rechter- en I./Pz.Gren.Rgt. 11 op de linkerflank.
[8] Hun stellingen in het bruggenhoofd bij Ospel zouden later door 344e Inf.Div. worden overgenomen
[9] Dit was een tankbrigade van de Guards Amored Division. Dit was een Britse tankeenheid die in 1940 snel werd gevormd uit tot cavaleristen omgevormde garde infanterie eenheden. Direct na het einde van de oorlog mochten de guardisten hun tanks weer opgeven en terugkeren naar hun ‘garde’ taken.
[10] Capt The Earl of Rosse and Col E.R. Hill, The Story of the Guards Armoured Division, 1941-1945, Butler and Tanner publishers, London, 1956
[11] Na bij de strijd om Aken te zijn betrokken geweest, zou de 7 (US) Armored Division ten slotte grote roem vergaren tijdens het Duitse Ardennenoffensief door een zeer groot aandeel te leveren bij de strijd om St. Vith.
[12] Taurus Pursuant, A History of 11th Armoured Division, printed by BAOR, blz 73
[13] Taurus Pursuant, A History of 11th Armoured Division, printed by BAOR, blz 75
[14] Capt The Earl of Rosse and Col E.R. Hill, The Story of the Guards Armoured Division, 1941-1945, Butler and Tanner publishers, London, 1956