Bron: Regimentsboek
Inleiding
Het begrip vredesoperaties is veelomvattend. Een van de aspecten is dat dit soort operaties normaal gesproken zijn geautoriseerd door een internationale organisatie (bijvoorbeeld de Verenigde Naties). Een militaire troepenmacht die wordt ontplooid zal dus bijna altijd een internationale samenstelling hebben. Een ander aspect is dat militaire vredesoperaties kunnen worden onderscheiden in een drietal hoofdvormen. Ten eerste zijn er de vredeshandhavende operaties (peacekeeping). Deze zijn gericht op het indammen, verminderen of oplossen van een gewapend conflict door tussenkomst van een derde onpartijdige militaire macht. De ontplooiing van een vredesmacht moet de (politieke) instemming van de strijdende partijen hebben. Ten tweede zijn er vredesafdwingende operaties (peace enforcing). Hierbij wordt met militaire macht ingegrepen in een gewapend conflict met het doel de vijandelijkheden tot een eind te brengen. Veelal zal dit optreden plaatsvinden zonder dat (alle) partijen hiermee instemmen. Ten derde kennen we post-conflict vredeopbouwende operaties (peace building). Hierbij wordt met instemming van de partijen een onpartijdige militaire macht ontplooid om een hernieuwd oplaaien van het gewapende conflict te voorkomen en de overgang naar een genormaliseerde toestand mogelijk te maken. Het soort operatie bepaalt in belangrijke mate wat van de deelnemende eenheden wordt verwacht. Zo zal een vredesafdwingende operatie per definitie gevechtsacties omvatten, bij de twee andere soorten is dit minder vanzelfsprekend. Een ander aspect is dat de militaire mogelijkheden en beperkingen worden vastgelegd in het mandaat dat de autoriserende organisatie afgeeft. Daarnaast kunnen ook de deelnemende landen voorwaarden stellen aan de inzet van hun eenheden. Het is dan ook meteen duidelijk dat dit soort operaties vaak erg complex is.
Nederland is zeer internationaal georiënteerd en beschikt over een moderne krijgsmacht. Het is dan ook logisch dat Nederlandse troepen veelvuldig deelnemen aan internationale militaire missies. Sinds 1945 zijn Nederlandse militairen ingezet in totaal meer dan 50 missies; soms met individuele waarnemers, soms met complete bataljons; soms voor een paar maanden, soms gedurende vele jaren; soms in Europa en soms in de verste uithoeken van de wereld. Ook militairen van ons regiment hebben veelvuldig aan velerlei vredesoperaties deelgenomen. Het is ondoenlijk om al deze individuele uitzendingen en ervaringen de revue te laten passeren. In deze kroniek beperken we ons dan ook tot het beschrijven van de operaties waaraan eenheden van ons regiment hebben deelgenomen. Per missie wordt een korte toelichting gegeven over de achtergrond van de missie, de duur en de bijdragen van Nederland in het algemeen en ons regiment in het bijzonder.
Stabilization Force (SFOR) Bosnië

Na een burgeroorlog van vijf jaren stemden in 1995 de presidenten van Kroatië, Servië en Bosnië in met een overeenkomst die officieel het ‘General Framework Agreement for Peace in Bosnia and Herzegovina’ (GFAP) heet, maar beter bekend staat als de ‘Dayton’ akkoorden. Deze overeenkomst kwam tot stand onder grote internationale druk. Na sanctionering door de Veiligheidsraad op 15 december 1995 ontplooide de NATO een troepenmacht van 60.000 militairen binnen de grenzen van de republiek Bosnië-Herzegovina. De missie begon onder de naam ‘Implementation Force’ en moest toezien op het staakt het vuren en de afbakening van de ‘Inter-Entity Boundary Line’ tussen de Servische en Moslim-Kroatische gebieden, met aan weerzijde de zogeheten ‘Zone of Separation’. Na een jaar, toen duidelijk was dat de openlijke gewelddadigheden waren beëindigd, werd de missie herzien en afgeslankt en ging verder als ‘Stabilization Force’. De missie werd beëindigd in 2004.
Nederland had in de jaren voor 1995 al eenheden geleverd aan de ‘United Nations Protection Force’(UNPRFOR) in voormalig Joegoslavië en was bekend met het operatie gebied. Voor SFOR leverde Nederland een gemechaniseerde taakgroep gegroepeerd rond een gemechaniseerd bataljon en later werden ook tankbataljons ingezet als kern van de taakgroep. De sector van de Nederlandse bataljonstaakgroep lag in het centrum van republiek Bosnië-Herzegovina, waarbij het noordelijk deel van het vak deel uitmaakte van de Servische entiteit en het zuiden in het Moslim-Kroatische deel lag. Het was een gebied met veel spanningen, maar mede dankzij de inzet de Nederlandse troepen bleef de rust gehandhaafd.
Eenheden van ons regiment namen deel aan zes SFOR missies.
SFOR 2 (11 jun 1997-6 dec 1997) A-esk 103 Verkbat ob 42 Tkbat RHPO
SFOR 3 (6 dec 1997- 23 mei 1998) B-esk 103 Verkbat ob 11 Tkbat RHvS
SFOR 11 (4 nov 2001-5 mei 2002) 41 BVE ob 42 Painfbat RLJ
SFOR 12 (5 mei 2002- 3 nov 2002) 43 BVE ob 42 Tkbat RHPO
SFOR 14 (4 mei 2003 – 3 nov 2003) 42 BVE ob 11Tkbat RHvS
SFOR 16 (28 apr 2004- 28 okt 2004) 41 BVE ob MNBG
Daarnaast zijn Nederlandse militairen geplaatst geweest in het hoofdkwartier van SFOR in Sarajevo en in het hoofdkwartier van de Multi National Division in Banja Luka.In totaal leverde Nederland 22.660 militairen aan IFOR en SFOR. Tijdens de uitvoering van hun taken kwamen in totaal acht Nederlandse militairen om het leven.

A-Eskadron 103 Verkenningsbataljon SFOR-2
In 1996 krijgt het, als eerste verkenningseskadron volledig met beroepsmilitairen gevulde, A-eskadron van 103 Verkenningsbataljon te horen dat het eskadron zal worden uitgezonden als het A-Team van 42 (NL)Mechbat voor de rotatie SFOR-2 in het voormalig Joegoslavië. Het eskadron werd daarvoor versterkt met extra logistieke capaciteit; een tankpeloton (2e pel B-Esk 42 Tkbat); een geniepeloton (van 13 Pagncie); een Engels Forward Observation Team (Royal Marines Commando Brigade) en vanwege de verkiezingen gedurende een tweetal periodes een extra peloton van 45 Mariniers (van 11 INFcie). In het totaal een sterkte van 229 militairen.
Deze gevarieerde samenstelling van het eskadron had ook een zeer diverse stroom van bezoekers tot gevolg. Vaak was dat lastig, maar soms bleek bezoek ook nuttig. Zo Ook het bezoek van de toenmalige Plaatsvervangend Bevelhebber der Landstrijdkrachten de generaal-majoor der cavalerie Blomjous. Aangekomen op de pelotonsbase wist de kok nog een extraatje bij de lunch te serveren; een bakje patat. De PBLS informeerde bij de kok hoe het kwam dat de friet niet meer warm was waarop de getergde kok aangaf dat het bakken voor zoveel mensen met een huis tuin en keuken friteuse niet meeviel. Een paas weken laten arriveerde er een gigantisch pakket bij het eskadron met daarbij een kaartje van de generaal-majoor Blomjous: “voor de pelotonspost”. De inhoud was een horeca frituurinstallatie. De plaatsing ervan op de pelotonsbase had wel tot gevolg dat de elektra er spontaan mee stopte en een wat zwaardere aggregaat die kant op moest.
Een ander opmerkelijk bezoek was van iemand van de marine die eigenlijk niet kon vertellen wat hij kwam doen maar met duidelijke interesse keek naar het bord ‘Boreel Base. Later werd duidelijk dat dit een marineofficier was, de kapitein-luitenant ter zee arts Jaap Boreel. Hij was op verkenning voor een speciale missie om oorlogsmisdadigers te arresteren en was verrast een ‘Boreel’ eenheid aan te treffen. Daarna is hij nog erg vaak op bezoek gekomen bij tal van bijeenkomsten van ons regiment. Inmiddels heeft hij het zelfs gebracht tot regimentsarts!

42 BVE, SFOR 14
Het 42 Brigade Verkennings Eskadron werd vanaf 6 januari 2003 versterkt met een pantserinfanteriepeloton van 17Painfbat en een tankpeloton van 11Tkbat om tijdens de rotatie SFOR-14 in Bosnië het A-team 11(NL)Mechbat te gaan vormen. Het A-team had een eigen basis in Novi Travnik. Dit kwam het zelfstandige karakter van het optreden van 42BVE zeer ten goede.
De belangrijkste operaties waren de zogeheten ‘Harvest’ (oogst) operaties. Bij deze operaties werden in samenwerking met de civiele autoriteiten wapens en munitie opgehaald bij burgers. Na dit in het eigen operatiegebied al te hebben gedaan in steden als Vitez, Novi Travnik, en Jajce, werd in september een vergelijkbare operatie uitgevoerd in het operatiegebied van de Britten. De operatie leverde in drie weken tijd zo’n 120 ton aan wapentuig en munitie op, onder meer luchtdoelgeschut dat volledig inzetbaar was. Behalve deze ‘Harvest’ operaties werd ook veel aandacht geschonken aan verbetering van de leefomstandigheden van de burgerbevolking. Het A-team werd meerdere malen gevraagd voor ondersteuning van en ‘crowd and riot control’ tijdens diverse uiteenlopende evenementen zoals het stierenvechten in Vlasinje, en zelfs een miss verkiezing en een autorally in Jajce. Maar er waren ook vervelende incidenten. Het eerste betrof de beschuldiging dat er twee meisjes zouden zijn ontvoerd door militairen van het team en dat deze op de basis zouden worden vastgehouden. Enkele weken later werden de twee gezond en wel in Sarajevo aangetroffen, maar het gerucht had de relatie tussen burgers en het A-team wel geschaad. Het tweede incident betrof de dood van een kind als gevolg van het ontploffen van een geweergranaat. Het A-team haalde zelfs de Bosnische nationale nieuwsuitzending vanwege de beschuldiging dat deze geweergranaat van het team afkomstig zou zijn geweest. Ook een patrouille die, helaas tevergeefs, eerste hulp had verleend na het horen van de ontploffing werd beschuldigd door de familie van het slachtoffer. Inzet van het Nederlands openbaar ministerie in samenwerking met de Bosnische justitie en politie bewees dat de beschuldigingen onjuist waren, maar de relatie met de bewoners van dat dorpje was permanent beschadigd.
Per saldo was de vooraf als rustig bestempelde missie een zeer drukke periode met heel veel en zeer uiteenlopende professionele uitdagingen.
United Nations Peacekeeping Force in Cyprus (UNFICYP) Cyprus

In de Britse kroon kolonie Cyprus waren er na WO II veelvuldig onregelmatigheden tussen het Britse leger, de Griekse inwoners en de Turks minderheid op het eiland. In 1959 werd Cyprus onafhankelijk met als leider Aartsbisschop Makarios. Het staatshoofd was niet bij machte de ongeregeldheden tussen de Griekse en Turkse bevolkingsgroepen tot een einde te brengen. In 1963 braken openlijke gevechten uit tussen de twee bevolkingsgroepen. Dit leidde ertoe dan in 1964 een VN vredesmacht op het eiland werd gestationeerd om de vijandige bevolkingsgroepen uit elkaar te houden. Het streven van een grote groep Griekse inwoners om aansluiting te zoeken bij Griekenland leidde in 1974 tot een invasie door Turkse troepen en de Turkse militaire bezetting van het noordelijk gedeelte van het eiland, waar het grootste deel van Turkse minderheid woonde. De VN-vredesmacht van 6500 militairen bleek niet in staat om de feitelijke territoriale scheiding op het eiland ongedaan te maken. Uiteindelijk ontstond een demarcatielijn die tot op de dag van vandaag voort duurt.
Deze status quo wordt nog steeds bewaakt door een VN troepenmacht al is de sterkte daarvan in 1993 teruggebracht tot 350 militairen voor het bewaken van de demarcatielijn. In 1998 bood de Nederlandse regering aan om voor drie jaar een eenheid van compagniesgrootte bij te dragen aan UNFICIP. De uitvoering betrof vooral het bemannen van observatieposten en patrouillegang. Gedurende de drie jaar dat deze missie duurde werd ook een eenheid van ons regiment uitgezonden.
UNFICYP 4 (5 dec 1999 – 7 juni 2000) A Esk 103 Verkbat
In totaal hebben 606 Nederlandse militairen aan deze missie deelgenomen..

Een luitenant in de puree.
In 1999 nam 103 verkenningsbataljon deel aan UNFICYP, een VN interpositie missie op het eiland Cyprus. Zij leverden onder andere een peloton aan de Mobile Force Reserve (MFR). De MFR was een multinationale eenheid van compagnies grootte. De pelotons bestonden uit Argentijnen, Britten, Joegoslaven, Nederlanders en Oostenrijkers. De MFR was de vrije reserve van het hoofdkwartier en waren om die reden ook gestationeerd nabij de staf van het hoofdkwartier op het voormalige vliegveld van Nicosia. Ze werden door de gehele bufferzone ingezet en hadden naast de beveiliging van het vliegveld en anti stropers patrouilles ook een ‘crowd and riot control ‘taak.
Op een gegeven dag komt er een melding binnen op het hoofdkwartier van de Mobile Force Reserve, kortweg MFR, dat we terug gaan van twintig minuten ‘notice to move’ naar vijf. We doen onze scherfvesten om, helmen op, en de schilden en wapenstokken worden in de Tactica pantserwagens geslingerd. Dan wordt het wachten.
Om de tijd te verdrijven gooien we kleine stenen naar allerlei objecten. ‘Time for some moving target practice,’ roept opeens Puck, één van de Britse korporaals die onder mijn peloton valt, ‘Start running Cash.’ Ik denk dat hij een grapje maakt, maar soldaat Cashmore twijfelt niet en begint te rennen als het aftellen van Puck de zes bereikt. Hij wordt achtervolgd door een regen van stenen. ‘ No worries sir, he wears a helmet and his body armor, he won’t die.’ Zegt Puck geruststellend. Ik twijfel wat te doen, maar zie dan ik tot mijn opluchting de Company Sergeant Major in zijn pick-up aan komen scheuren. ‘Why don’t you respond?’ Klinkt de stem van de CSM door het stof dat de witte Pick-up heeft doen opwaaien. ‘You guys have to move out. Now!’
We aarzelen geen seconde. ‘MFR, move, move, move, move, move!’ De soldaten laten de stenen op de grond vallen, draaien zich om springen in de voertuigen die vervolgens zo hard als ze kunnen over voormalige vliegveld racen naar het afgelegen veld waar we opgewacht worden door een groep demonstranten die er alles aan doen om de door ons opgebouwde VN-OP zero onder de voet te lopen.
De manschappen die achter in de voertuigen zitten, zien niks, maar door de voorruit zie ik een menigte van een man of veertig. Veertig man in Ajax, Liverpool en Feyenoord shirts boven hun desert camo broeken. Het is een oefening. In hun enthousiasme vergeet de vijand dat het een oefening is, en ze trappen en slaan zich een weg naar de bufferzone die achter de OP ligt. Het eerste peloton dat wij moeten versterken, heeft zich schrap gezet. ‘MFR, hold the line.’ Schreeuwt de Britse pelotonscommandant. ‘Damnit, hold that line!’
We komen net op tijd en de ‘demonstranten’ hebben ons ook gezien. Net voordat ik uitstijg, loopt een groepje hooligans terug naar een paar stapels blauwe kratten. Het is vanaf hier onmogelijk om te zien wat erin zit, maar de demonstranten proppen hun broek en jaszakken er vol mee.
‘Paf!’ de eerste aardappel spat op mijn helm uiteen. Een tweede raakt me vol op mijn scherfvest. Dan zak ik in elkaar, even is het alsof iemand zojuist mijn rechterbeen heeft afgehakt. Vloekend kom ik overeind en loop, zo goed en zo kwaad als het gaat, naar de achterkant van het voertuigen om de deuren voor de kerels open te gooien. Terwijl een paar mud aardappelen ons om de oren vliegt, rukken we achter onze schilden op naar voren en lossen het 1e peloton af.
Er geduwd, getrapt en getrokken, maar we wijken niet totdat ik uit het niets de korporaal van Klaveren (die bij de demonstranten hoort) met een soort vliegende karatetrap door de linie zie heen breken. ‘Rodge!’ schreeuw ik naar de Corporal Rogers. ‘I’m on it sir!’ voordat Van Klaveren door heeft wat er aan de hand is, ligt hij op zijn rug in het stof waar Rodge hem een paar fikse tikken verkoopt. ‘I’ll remember your face!’ schreeuwt hij uit.
Pas als de helikopter land om de procedure van het afvoeren van een gewonde te oefenen, is de oefening voorbij. Alsof er nooit wat gebeurd is, vertrekken Oostenrijkers, Joegoslaven, Britten, Argentijnen, Nederlanders en de relschoppers naar de bar voor een biertje. Sindsdien heb ik helemaal niets meer met aardappelen.
International Security Assistance Force (ISAF) Afghanistan.

Op 11 september 2001 werden grote aanslag gepleegd in de Verenigde Staten waarbij in totaal twee vliegtuigen zich in de ‘Twin Towers’ van het World Trade Center in New York boorden en een derde vliegtuig neerkwam op het ministerie van defensie, het ‘Pentagon’ in Washington. Een vierde vliegtuig met als doel het Capitool in Washington stortte onderweg neer nadat de passagiers de kapers aanvielen. De verantwoordelijkheid voor deze aanslagen werd opgeëist door de islamitische terreur groep Al Qaida onder leiding van Osama Bin Laden. De thuisbasis van deze organisatie was gevestigd in Afghanistan dat werd geregeerd door het Taliban regime. Dit regime weigerde de verdachte daders uit te leveren. Naar aanleiding van deze weigering werd Afghanistan op 7 oktober 2001 aangevallen door troepen van een coalitie van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Frankrijk en de Noordelijke Alliantie van Afghaanse verzetsstrijders tegen de Taliban. In deze operatie ‘Enduring Freedom’ werd het Taliban regime vrij snel verslagen, maar Bin Laden wist te ontsnappen.
Vervolgens werd een nieuwe Afghaanse regering geïnstalleerd onder leiding van Hamid Karzai en werd een nieuwe grondwet opgesteld. Meer dan vijf miljoen vluchtelingen keerden terug naar hun woonplaats. Na de vernietiging van hun bolwerken in Afghanistan proberen de verdreven strijders van de Taliban al jarenlang het nieuwe bewind omver te werpen vanuit hun bases in Pakistan. Hierdoor bleven de gevechtshandelingen veel langer duren dan aanvankelijk was voorzien. Om de noodzakelijke stabilisering van Afghanistan te ondersteunen werd nog in 2001 onder auspiciën van de NAVO de ‘International Security Assistance Force’ in het leven geroepen en in het land ontplooid. De missie werd beëindigd in 2014, waarna een kleinere missie werd opgetuigd voor advies en assistentie aan de Afghaanse veiligheidstroepen, ‘Resolute Support’.
Nederland heeft vanaf 2002 met troepen deelgenomen aan ISAF. Onder deze militairen bevonden zich vele individuele regimentsgenoten. Aanvankelijk richtte de aandacht zich op het noorden van het land waarbij werd opgetreden in Duits verband. Daar werd in 2005 werd 43 Brigade Verkenningseskadron (43 BVE) als eerste RHB-eenheid ingezet in Afghanistan. 43 BVE kreeg namelijk toen de opdracht om de beveiligingseenheid, ‘Force Protection’ (FP) van het Nederlandse Provinciale Reconstructie Team (PRT) in Pol e-Kohmri in Noord Afghanistan te vormen. De PRT taak zelf, werd uitgevoerd door een eenheid van de Koninklijke Luchtmacht. De beveiligingseenheid van 43 BVE bestond uit ongeveer 55 militairen. Tijdens deze operatie is tot twee maal toe gevechtscontact geweest.
De tweede inzet van RHB werd eveneens door 43 BVE uitgevoerd. Wederom was het een FP-taak. Dit maal niet van een PRT-eenheid, maar van een SF-eenheid en in het zuiden van Afghanistan. Task Force Orange was de Nederlandse bijdrage aan de Amerikaanse Operatie ‘Enduring Freedom’ en 43 BVE leverde hiertoe een FP-eenheid van ongeveer 30 man van 2005 tot 2006. Tijdens deze periode werd onder meer deelgenomen aan lange afstandspatrouilles in het Suleiman-gebergte (dat de grens vormt tussen Afghanistan en Pakistan) en woestijn ten zuiden van Kandahar. Ook werd deelgenomen aan een operationele verkenning vanuit Kandahar naar Uruzgan, die TF Orange uitvoerde als ondersteuning van het Nederlandse planningsproces van de ontplooiing van Task Force Uruzgan (TFU). 43 BVE had de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van deze belangrijke verkenningsmissie.
In 2005 viel het politieke besluit om een meer substantiële taak door Nederland te laten uitvoeren in de zuidelijk Afghaanse provincie Uruzgan. In 2006 werd daar de eerste Nederlandse ‘Task Force Uruzgan’ (TFU) ontplooid met een sterkte die varieerde tussen de 1200 en de 1400 militairen. Hun hoofdopdracht was bevorderen van stabiliteit en veiligheid onder meer door het scheppen van voorwaarden voor bestuurlijke- en economische opbouw in Uruzgan.
De TFU bestond uit een aantal (zes) componenten. Allereerst een eigen ‘Task Force’ staf. Ten tweede de ‘Battle Group’ (BG) die vooral was gericht op het scheppen en in stand houden van de noodzakelijke veiligheid in het gebied. De BG betrof een infanterie bataljon, aangevuld met gevechtssteun en verzorgingssteun eenheden. De derde component was een Provinciaal Reconstructie Team (PRT) dat zich vooral richtte op de bevordering van de lokale sociale en economische ontwikkeling. De vierde component was een ‘Operational Mentoring and Liaison Team’ (OMLT) dat Afghaanse militaire eenheden ondersteunde en begeleidde. Ieder lid van het OMLT werd gekoppeld aan een sleutelfunctionaris in een Afghaanse bataljon. Zij gingen met de eenheid te velde, maar adviseerden ook tijdens de trainingsfase van de operationele cyclus. De komst van nagenoeg een complete brigade van de ‘Afghan National Army’ (ANA) maakte dat de Nederlandse OMLT organisatie in 2007 uitgroeide tot 65 personen onder leiding van een kolonel. Voorts beschikte de TFU nog over een Logistiek Steun Detachement voor de verzorging van het personeel en het materieel van de eenheid(LSD) Tot slot omvatte de TFU ook nog een inlichtingen detachement. Eenheden van ons regiment waren meestal een onderdeel van de inlichtingen component. De lijst met gevechtsacties is ook lang en illustreert dat onze eenheden ook vaak met geweldsincidenten te maken kreeg.
De TFU ontplooide op twee locaties: Tarin Kowt en Deh Rawood. Het grootste deel lag in Kamp Holland in Tarin Kowt, de provinciale hoofdstad van Uruzgan. Zestig kilometer naar het westen lag de plaats Deh Rahwood, waar het tweede kamp ‘Camp Hadrian’ was. Deze geografische spreiding betekende veel heen en weer rijden en vliegen. Vanzelfsprekend dat het beveiligen van de verplaatsingen aan het verkenningselement werd toegewezen. In het najaar van 2007 leverde 43 BVE uit Havelte het bataljonsverkenningspeloton van BG 4. Dit verkenningspeloton heeft in de uitzending 17 gevechtsacties uitgevoerd, onder indirect vuur gelegen of te maken gehad met IED’s. Voor het optreden van regimentsleden tijdens deze acties zijn meerdere gevechtsinsignes toegewezen. De ernst van de vijandelijke dreiging werd nog eens goed duidelijk op 3 november 2007. Op die noodlottige dag reed bij Deh Rafshan een verkenningsvoertuig van het verkenningspeloton op een IED. Hierbij sneuvelde de korporaal der eerste klasse Ronald Groen en raakten twee regimentsgenoten zwaar gewond (schedelbasisfractuur en aangezichtsschade). Beide gewonden mochten hiervoor een Draag Insigne Gewonden (DIG) ontvangen.
De troepen van de TFU werden elke vier maanden afgelost. In totaal zijn er 12 rotaties geweest. Bij elke rotatie was een inlichtingen module van RHB ingedeeld. Eerst afkomstig van 103 ISTAR bataljon later van het Joint ISTAR Command. Deze module bestond uit een commandogroep, een logistiek peloton, een ‘All Sources Information Center’ (ASIC) van 106 Inlichtingen Eskadron, een detachement van 105 ‘Field Human Intelligence’(FHT) Eskadron een detachement van 102 Elektronische Oorlogvoering (EOV) Eskadron alsmede een verkenningsdetachement van 103 of 104 JISTAR Verkenning Eskadron (eenheid Call Sign ‘6.9’). Daarnaast heeft RHB twee maal deel uitgemaakt van de BG en heeft RHB nog eens vijf rotaties OMLT gerealiseerd.
Daarnaast heeft RHB twee maal deel uitgemaakt van de BG en heeft RHB nog eens vijf rotaties OMLT gerealiseerd.
TFU 1 (1 augustus – 28 november 2006) JISTAR module
TFU 2 (28 november 2006 – 31 maart 2007) JISTAR module
TFU 3 (31 maart – 6 augustus 2007) JISTAR module
TFU 4 (6 augustus – 2 december 2007) JISTAR module + 42 BVE versterkt met een Verkpel 43 BVE ob BG
TFU 5 (2 december – 29 maart 2008) JISTAR module + OMLT van 43 BVE
TFU 6 (29 maart – 1 augustus 2008) JISTAR module + OMLT van 43 BVE
TFU 7 (1 augustus 2008 – 25 november 2008) JISTAR module + OMLT van 43 BVE
TFU 8 (25 november 2008 – 30 maart 2009) JISTAR module + Verkpel 42 BVE ob BG
TFU 9 (30 maart 2009 – 28 juli 2009) JISTAR module
TFU 10 (28 juli 2009 – 25 november 2009) JISTAR module + OMLT van 43 BVE
TFU 11 (25 november 2009 – 28 maart 2010) JISTAR module + OMLT van 42 BVE
TFU 12 (28 maart 2010 – 1 augustus 2010) JISTAR module
In 2011 en 2012 leverde 104 JVE bijdragen aan de ‘Force Protection’ in Kabul.
Nederlandse militairen waren ook geplaatst in het hoofdkwartier van ISAF in Kabul en de commandopost van het ‘Regional Command South West’ in Kandahar. De ISAF missie werd beëindigd in 2014. In totaal namen ruim 17.000 Nederlandse militairen deel aan de ISAF missie; 25 van hen sneuvelden, waaronder de Kpl1 Groen van 43 BVE.
Onderscheidingen.
In totaal werden 160 leden van ons regiment gerechtigd het gevechtsinsigne te dragen.
Drie man kregen het Kruis van Verdienste toegekend, te weten de Wmr1 Hammink, Wmr Wiesken en Kpl1 Heilig.
Voorts kregen vijf man een buitenlandse onderscheiding toegekend, te weten: de ‘Army Commendation Medal’ en de Infantry Combat Badge aan de Elnt Conradie, de Wmr1 Mombarg, de Wmr1 Bricen en de Kpl Lubbers;de ‘USA Army Meritorious Medal’ aan de Maj Kampen.
Uitzending en Kunst
Militaire operaties hebben vaak tot de verbeelding gesproken en er zijn dan ook tal van kunst uitingen over dit veelzijdige onderwerp. Het gaat om schilderijen, standbeelden, muziekstukken, literatuur en poëzie. In ons Museum Nederlandse Cavalerie op de Bernhardkazerne in Amersfoort zijn daarvan tal van voorbeelden tentoongesteld. Ook in de huidige tijd worden kunstenaars geïnspireerd door militaire operaties. In 2009 werd in Utrecht een overzichtstentoonstelling gehouden over beeldende kunst en vredesmissies. Daar werd onder meer een Afghanistan servies gepresenteerd. Maar er zijn ook andere kunstuitingen. Zo heeft onze regimentsgenoot Majoor Niels Roelen een roman geschreven gebaseerd op zijn ervaringen in Afghanistan.
RHB in Afghanistan.
De vredesmissie in Afghanistan neemt een bijzondere plaats is. Ten eerste omdat gedurende de hele looptijd van deze missie eenheden en individuele militairen van ons regiment betrokken zijn geweest. Het tweede uitzonderlijke kenmerk betreft de aard van de operatie. Het was voor het eerst sinds ‘Indië’ dat we betrokken waren bij gevechtsoperaties! Vanuit dit perspectief is het alleszins te rechtvaardigen om wat langer stil te staan bij wat we daar hebben gedaan.
42 BVE uit Oirschot is meerdere keren ingezet in Uruzgan. Van augustus 2007 tot december 2007 werd het complete eskadron, versterkte met een peloton van het Garde Regiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI) als samengestelde gevechtseenheid aangehecht bij Battle Group (BG) 4 en ingezet in Uruzgan. Tijdens dezelfde periode leverde 43 BVE uit Havelte het bataljonsverkenningspeloton, dus RHB was ruimschoots vertegenwoordigd binnen BG 4. De taak van een gevechtseenheid is het uitvoeren van een groot scala van militaire activiteiten gericht op het stabiliseren van de situatie in een missiegebied. Het voornaamste doel van deze taak was het wegnemen van de invloed van opstandelingen. Dit gebeurde door het verschaffen van veiligheid door aanwezigheid, het opbouwen van lokale veiligheidsstructuren, het bevorderen en beschermen van vrijheid van handelen in zowel fysieke als mentale zin en het ondersteunen van bestendige ontwikkeling en bestuur.
De commandogroep van 42 BVE fungeerde als Compagniesstaf van de C-Cie. Deze compagnie heeft deelgenomen aan omvangrijke gevechtsacties in de omgeving van Deh Rawod, Chora en Tarin Kowt. Zo nam 42 BVE (als C-Cie BG4) deel aan Operatie ‘Spin Gahr’ welke plaatsvond van eind oktober tot medio november 2007. Doel van deze operatie was het vergroten van de veiligheid en ontwikkeling in het gebied tussen Tarin Kowt en Chora. Hierbij werden wapenopslagplaatsen gevonden met onder meer mortieren, munitie, 107mm raketten en ‘Improvised Explosive Device’ (IED)’s. De lijst met gevechtsacties waaraan de staf en de pelotons hebben deelgenomen is lang en illustreert dat de eenheid vaak in geweldsincidenten betrokken is geweest.
Enige voorbeelden van gevechtsacties van 42 BVE.
Op 4 september 2007 was één van de verkenningspelotons (ingezet als infanteriepeloton!) van 42 BVE op patrouille toen het steunpunt Chutu om 18.13 uur door de Taliban werd aangevallen met klein kaliber wapens. Het verkenningspeloton van 42 BVE verplaatste zich snel naar steunpunt Chutu en bracht razendsnel 81mm mortiervuur uit. Omstreeks 20.00 uur leidde de patrouille artillerievuur met lichtgranaten van de Panzer Houwitser (PzH) om een Taliban mortierpositie te onderdrukken. Nadat de Taliban vervolgens het vuur heropende vanuit een huis (quala) betrok het verkenningspeloton twee hoger gelegen vuurposities en werd volledig artillerievuur aangevraagd op de posities van de Taliban. Nadat dit artillerievuur was afgegeven, stopte het schieten van de Taliban. Een ander te hulp schietend infanteriepeloton kon de bedreigde positie nabij steunpunt Chutu niet bereiken omdat er een geïmproviseerd explosief op de route werd gevonden. Het verkenningspeloton van 42 BVE bleef daarom de hele nacht in zijn vuurpositie.
Op 9 september 2007 was het weer raak. Een verkenningspeloton van 42 BVE kwam om 09.40 uur in de buurt van steunpunt Dizak Ferry in een gevechtscontact, ‘Troops In Contact’ (TIC) terecht. Hierbij schoot de Taliban met zowel klein kaliber wapens, als met ‘Rocket Propelled Grenade’ (RPG’s) en mortieren. Ook werden door de Taliban sluipschutters ingezet. Het verkenningspeloton beantwoordde het vuur met gelijksoortige wapensystemen en vroeg ook artillerievuur van de PzH aan. Na een tijdje arriveerden ook twee Apaches helikopters die ongeveer 20 schoten 30mm afvuurden. Onder deze vuurovermacht gaf de Taliban het op. De quala van waaruit het snipervuur kwam, was verwoest en de vijandelijke schutters waarschijnlijk om het leven gekomen. Om 13.18 was het gevecht beëindigd in het voordeel van onze huzaren.
Op 29 september kwam het weer tot gevechten. De A-cie van BG 4, met hierin een verkenningspeloton van 42 BVE raakte betrokken in een vuurgevecht. Een patrouille van deze compagnie werd namelijk rond 08.00 uur aangevallen door tien gewapende Taliban strijders. De patrouille schoot terug met 81mm mortieren en 25mm boordkanonnen. Ook werd luchtsteun aangevraagd. Terwijl de Taliban doorvocht, doorzocht een eenheid van het Afghaanse leger (ANA) een quala onder dekkingsvuur van eigen eenheden. De ANA vond in dit huis een detonator, draad en drugs. Een coalitievliegtuig (F-15) wierp twee 500 lbs bommen af. Ongeveer twee uur na de eerste vijandelijke aanval raakte de YPR van het verkenningspeloton van 42 BVE beschadigd en kon niet verder verplaatsen. De eenheid bleef bij het voertuig en een infanteriepeloton ging in een vuurpositiepositie. De reactiemacht, ‘Quick Reaction Force’ (QRF)) werd ingezet om de berging van het gevechtsvoertuig te ondersteunen. De Taliban bleef schieten, onder meer met een 107mm raket op de positie van het verkenningspeloton, waardoor de berging niet zonder risico was. Om 16.00 uur werden zowel het verkenningspeloton 42 BVE als het bataljonsverkenningspeloton (behorende tot 43 BVE, maar ingedeeld als bataljonsverkenningspeloton van BG 4 Regiment Stoottroepen Prins Bernhard) onder vuur genomen door 82mm raketten toen de YPR naar een veiligere omgeving werd vervoerd. Rond 18.00 uur was het gevecht ten einde.
In de periode van december 2007 tot maart 2008 kreeg 43 BVE de taak om een Operational Mentoring & Liaison Team (OMLT) te leveren voor het derde bataljon (Kandak) van de 4e brigade van het Afghaanse leger (ANA). De OMLT-taak hield in om door middel van opleiding, training en begeleiding onder operationele omstandigheden de gevechtseffectiviteit van de ANA te verhogen. Een dergelijk OMLT bestond uit ongeveer 25 man. OMLT inzet betekende in de praktijk vooral het overbruggen van culturele verschillen en (gezamenlijk) deelnemen aan gevechten. Ook de onderdelen van de ANA werden immers frequent ingezet in gevechten met de tegenstander (de Taliban). De ANA eenheden gingen, zeker in de latere periode van de TFU, voorop in de strijd tegen de Taliban. Aanvankelijk was de voorbereiding, ondersteuning en beveiliging van het ANA optreden minder goed geregeld dan aan Nederlandse zijde, waardoor de leden van de OMLT significante veiligheidsrisico’s liepen. Na de eerste periode leverde 43 BVE nog twee rotaties voor de OMLT, van april tot september 2008 en van augustus 2009 tot november 2009.
Het personeel van 43 BVE nam in deze periode, als onderdeel van een ingezette ANA eenheid, deel aan de zware gevechten om Deh Rawood, o.a. aan de Operaties ‘Kapcha As’ en ‘Phatan Ghar’. Bij de uitvoering van ‘Kapcha As’ is gedurende de middag van 12 januari 2008 en daaropvolgend nacht lange tijd zwaar gevochten. Daarbij werd het OMLT team op meerdere assen ingezet in combinatie met ANA pelotons, ingedeeld bij Battle Group 5 (BG5). Vrij vroeg in de operatie sneuvelden twee Nederlandse militairen. In die nacht zijn door eigen vuur nog eens twee Afghaanse militairen om het leven gekomen en is een Nederlandse militair ernstig gewond geraakt. Hierbij is zeer moedig opgetreden door de huzaren van 43 BVE doordat zij de gewonden uit de vuurlinie hebben gehaald. Deze moedige inzet van leden van het 43 BVE is beloond met twee Kruizen van Verdiensten aan de Wachtmeesters 1 Hammink en Wiesken. De zwaarte van de gevechten bleek ook uit de uitreiking van een aantal Draag Insigne Gewonde (DIG), waaronder enkele voor PTSS.
In de periode december 2008 tot maart 2009. werd een peloton van 42 BVE als bataljonsverkenningspeloton ingezet bij BG 8. Het peloton nam van 26 december 2008 tot 2 januari 2009 deel aan een speciale inlichtingen- en verkennings-opdracht, Operatie ‘Salakar’ en werd hiertoe (samen met een regulier infanteriepeloton van BG8) toegevoegd aan de ISTAR module TFE 8. Deze Operatie werd uitgevoerd om een optimaal inlichtingenbeeld te verkrijgen voor de hierop volgende grotere TFU-Operatie ‘Tura Ghar’. Deze operatie vond plaats van 7 januari tot 18 januari 2009 en was bedoeld om de opstandelingen uit de Baluchi-vallei te verjagen. Hierdoor werd voor hen een belangrijke doorgang naar Tarin Kowt en Chora afgesneden. Tegelijkertijd werden zo de communicatielijnen voor ISAF, ANA en de Afghaanse bevolking in de vallei hersteld en werden de randvoorwaarden voor ontwikkelingen op het gebied van infrastructuur geschapen. Ook aan deze operatie nam het verkenningspeloton van 42BVE deel, maar nu weer in BG 8-verband. Het verkenningspeloton van 42 BVE was direct bij de gevechten betrokken, maar leed geen verliezen of materiele schade.
In de periode van december 2009 tot maart 2010 heeft 42 BVE nog een OMLT geleverd. Wederom voor het 3e Kandak van de 4e brigade ANA.
Gevechtsactie van 43 BVE
De ochtend van zaterdag 12 januari 2008 stond in het teken van ons optreden als OMLT , samen met onze Afghaanse collega’s van de 4 Kandak en twee compagnieën van 44 (NLD)BG/TFU, in de operatie Kapcha As in de omgeving van Deh Rawood. Inmiddels was het duidelijk dat het dorp stevig in handen was van de Taliban. De OMF/Taliban zouden zich niet zonder slag of stoot weg laten jagen, dus zou wel eens een stevig gevecht kunnen gaan worden. Dit bleek ook zo te zijn.
Op de heuvel aan de noordzijde van de rivier, werden door 44 BG posities ingenomen met zicht op het dorp. Vanaf hier ontplooiden eenheden zich verder met voertuigen of te voet. De ANA eenheden, met ons als OMLT, verdeelde zich over de A en C-compagnie (cie) en passeerden als eerste de brug. Het ANA team bij de A-cie werd kort daarna onder vuur genomen vanaf diverse quala’s. De C-OMLT besloot een aanval in te zetten om zo de vijand te verjagen. De Wmr1 Hammink leidde deze aanval. Het werd een klassieke aanval waarbij met vuur en beweging naar voren werd gegaan. Deze gevechten duurden uren en werd door de ANA en OMLT schouder aan schouder met de 44 BG uitgevoerd. Bij het naderende duister werd besloten in een overmeesterde quala te consolideren en daar de opstelling voor de nacht te kiezen.
Gedurende deze pikdonkere nacht bleef de Taliban ons actief bestoken. In één uit de reeks heftige vuurgevechten ontstond verwarring waarin helaas blue-on-blue plaatsvond. In de sector waar het OMLT voor verantwoordelijk was, sneuvelden twee ANA militairen, Abdal Qodos en Boman Haider, en raakten een aantal Nederlandse militairen gewond waarvan de Kpl Marc van de Kuilen van de C cie zeer ernstig. De Wmr Wiesken (OMLT) haalde hem onder vuur van het dak, terwijl hij bleef leiding geven aan het ANA-personeel in zijn post en zo de situatie goed onder controle hield. Bij van de Kuilen werden twee knevels aangelegd door de OMLT-medic. Een heftige keuze met een onomkeerbaar gevolg! (Hij zou beide benen verliezen) Tegelijkertijd werd de beveiliging hersteld waarbij het ANA uitstekend samenwerkte met het OMLT.
Gedurende deze gevechten waren er verderop twee gewonden gevallen bij de C-cie 44BG. Het OMLT dat daarbij verbleef, kroop onder vuur naar hun locatie, echter dit mocht niet meer baten en de gewonden hebben het niet overleefd.
Eindelijk werd het langzamerhand weer licht. De operatie werd afgebroken en onder vijandelijk vuur keerden we weer terug naar het kamp. De nodige emoties voerden begrijpelijkerwijs de boventoon. Het was een heftige ervaring voor allen, maar waarbij als een paal boven water stond dat de ANA samen met het OMLT een voortreffelijke bijdrage had geleverd. Ze gingen voorop in de strijd en waren er op de momenten dat het er om ging.
Inlichtingen eenheden





Behalve als verkenningseenheid, OMLT of gevechtseenheid werd personeel van RHB ook binnen inlichtingeneenheid ingezet. Het personeel van 103 ISTAR bataljon RHB (later het Joint ISTAR Commando) vormde de kern van de inlichtingencapaciteit van de TFU. Leden van ons regiment hebben gedurende de gehele periode, 2006 tot 2010, de hoofdrol gespeeld bij het formeren en de inzet van de inlichtingensensoren van de TFU. De ISTAR modules bestonden afwisselend uit verkenningsdetachementen van 103 en 104 Verkenningseskadron (elke keer circa 20 militairen), aangevuld met analisten, operateurs en specialisten van ons 106 Inlichtingen Eskadron, 105 Field Humint Eskadron en het Stafstaf Eskadron JISTAR. Ook in leidinggevende posities binnen de inlichtingenstructuur van de TFU in Uruzgan en van het ‘Regional Command South (RCS)in Kandahar waren regelmatig RHB-ers gestationeerd.
Het inlichtingenpersoneel in Uruzgan maakte deel uit van de G2-sectie of waren ingedeeld bij de Intelligence, Surveillance, Targeting, Acquisition and Reconnaissance (ISTAR) module. Deze ISTAR module was een sub-eenheid van de TFU, maar de G2 bepaalde in praktijk vaak haar inzet, gebaseerd op het inlichtingen-verzamelplan. Voor de inlichtingeneenheden van RHB was de inzet bij de TFU een zeer belangrijke periode. Voor het eerst werden de sensoren namelijk in het ISTAR-concept samenhangend ingezet. Het ISTAR concept gaat uit van een multi-sensor inzet, waarbij de combinatie van sensortechnieken een grote meerwaarde oplevert. Zeker als de verzamelde sensorsdata vervolgens door een All Sources Intelligence Cell (ASIC) grondig worden geanalyseerd. De ISTAR-eenheid slaagde er steeds beter in kennis te verkrijgen over de complexe verhoudingen in de provincie Uruzgan. Inzicht gaat dus verder dan kennis. Dit inzicht in de operationele omgeving wordt ook wel ‘Situational Understanding’ genoemd.
Vooral in de periode 2007 – 2009 vond een aanzienlijk intensivering plaats in de inlichtingen ondersteuning. Door het introduceren van het zogenaamde ‘Joint Collection & Fusion Concept’ (JCFC) werkten MIVD en JISTARC elementen nauw samen, waarbij ook Australische en (later) Franse inlichtingen elementen aansloten. Bovendien werd een grote stap gezet naar effectieve ‘targeting’ operaties in coalitieverband, waarbij Taliban groeperingen of hun leiding onschadelijk werden gemaakt. Dit verminderde aanzienlijk de operationele risico’s voor de TFU als geheel en haar partners, waaronder de Afghaanse bevolking. De ISTAR module heeft daarnaast meerdere malen complete inlichtingenoperaties uitgevoerd, waarmee voorwaarden werden gecreëerd voor volgende grotere gevechtsoperaties. De inlichtingenoperaties werden centraal gepland en decentraal uitgevoerd, waarbij in samenhang en onderling gecoördineerd, zowel de eigen JISTARC sensoren, nationale sensoren (MIVD) en internationale sensoren (van partners en van hogere ISAF niveaus) werden ingezet ten behoeve van de ondersteuning van het planningsproces en operationele uitvoering van gevechtsoperaties van de TFU. De inlichtingenoperaties werden niet ‘op afstand’ uitgevoerd, maar vergden vaak fysiek (nabij) contact met bevolking en/of gewapende strijders. Ook voor inlichtingeneenheden van RHB brachten dit soort operaties dus fysieke risico’s met zich mee.
De huzaren van de ISTAR modules hebben zich ook fysiek onderscheiden. In januari en februari 2007 was de TFU bijvoorbeeld op basis van inlichtingen van ISTAR Module TFU-2, in staat een belangrijke Talibanleider met zijn gevolg te arresteren. Op basis van de ter plaatse buit gemaakte documenten werd vervolgens ook een wapenopslagplaats gevonden. Bij de arrestatie van de Talibanstrijders/-leider en de ter plaatse meteen optreden op basis van de aangetroffen informatie en goederen was personeel van de ISTAR module fysiek betrokken. Ook is tijdens een zelfmoordactie met een IED op 19 januari 2007 werd fysieke moed betoond doordat de korporaal der eerste klasse Jaap Heilig, ‘medic’ bij 104 JVE, hulp verleende aan gewonden. Hierbij stak hij meerdere malen onder vijandelijk vuur open terrein over. Ook heeft de kpl1 Heilig de inzet van de medische helikopter gecoördineerd, omdat de bevelvoerend officier gewond was. Voor zijn dappere optreden is de kpl1 Heilig onderscheiden met het Kruis van Verdienste.
Ook de verkenners van 103 JVE (behorende tot ISTAR Module TFU 4) zijn in de periode juli t/m dec 2007 op verschillende manieren ingezet. Enerzijds samen met het Afghaanse leger en anderzijds als onderdeel van de ISTAR module. Zo zijn onder meer kleine verkenningsploegen toebedeeld aan eenheden van de ANA en hebben zij gezamenlijk routes door de Baluchi-vallei verkend. Ook is door ISTAR Module TFE 4 de Ghurka-eenheid tijdens operatie ‘Spin Ghar’ ondersteund met Elektronische Oorlogs Voering (EOV)- capaciteit, beveiligd door verkenners. Op basis van de hierdoor verkregen inlichtingen was de Ghurka-eenheid onder meer in staat de tegenstander met zware wapens onder vuur te nemen en te verslaan. Tijdens deze inlichtingen- en verkenningstaken was er regelmatig gevechtscontact. Hierbij hebben verkenners regelmatig onder vuur gelegen van Taliban en éénmaal zelfs een RPG-hit op een voertuig (MB softtop) gehad. In het totaal is er meer dan tien keer één of meerdere RPG’s van korte afstand op de verkenners van 103 JVE afgevuurd.
De periode maart tot juli 2008 werd gekenmerkt de nasleep van de gevechten rond Chora en Deh Rawod. Tijdens deze periode werd door de ISTAR Module TFE 6 onderscheidend opgetreden door de inlichtingenpositie significant te vergroten richting Deh Rahsan. Diverse malen zijn konvooien richting Kandahar begeleid met verkenners- en inlichtingencapaciteit van de module TFE 6. Op 30 maart 2008 kwam het bij Sar Regin tot zware gevechten met onder meer RPG-vuur en reed een Fennek van het verkenningsdetachement op een IED. Hierbij vielen 3 gewonden onder de huzaren. Ook op 12 en 13 juli kwam het bij konvooibegeleiding op de route Oregon weer tot gevechtscontact met Taliban strijders.
Een sprekend voorbeeld van een langdurig en grootschalig gevecht waar eenheden van RHB bij betrokken zijn geweest vond plaats op 12 en 13 juli 2008, tijdens een konvooioperatie. De BG was belast met het escorteren van een brandstofkonvooi vanuit Kandahar naar FOB Ripley, in de omgeving van Tarin Kowt. Deze opdracht werd uitgevoerd door verschillende eenheden waaronder het verkenningspeloton van de ISTAR module. Ook reed er ANA mee als beveiligende component. Op ongeveer 1/3 van de route, bij FOB Frontenac lag een vallei met twee kleine dorpen, Katansang en Bowraganah. Deze vallei met heuvels, bochten en veel reliëf werd gezien als de ‘hot spot’ waar eventuele gevechtscontacten konden plaatsvinden. Op de heenweg is het verkenningspeloton in deze buurt beschoten met onder meer 82 mm mortieren. Ook op de terugweg is het raak. Gedurende twee uur kregen alle elementen van het konvooi te maken met aanvallen van de ‘Opposing Military Forces (OMF), ook met zware ‘Duska’ mitrailleurs. Via afgeluisterde zogeheten ‘ICOM-chat’ was te horen hoe de OMF meldde dat het voorbijkomende konvooi werd aangevallen. Na verloop van tijd kregen de eigen troepen de overhand en vervolgde het konvooi de reis verder richting FOB Frontenac en Kandahar. De volgende dag, 13 juli 2008, vertrok het konvooi voor de volgende etappe, met onder meer 13 trekker-opleggercombinatie met elk 40.000 liter brandstof. Het ISTAR verkenningspeloton was wederom het verkennende deel van het konvooi. Uit inlichtingen en ‘ICOM-chat’ werd duidelijk dat er voorbij FOB Frontenac mogelijk weer een hinderlaag lag. De IED-dreiging was op de gehele route matig en het konvooi moest onderweg meerdere malen stoppen omdat er op kritische punten naar mogelijke IED’s te zoeken. Deze zijn tijdens deze konvooioperatie niet gevonden. Op de terugweg van Kandahar is de complete eenheid weer in een hinderlaag gereden, dit keer met een lengte van 10-15 km. Het konvooi is op meerdere plaatsen aangevallen met ani-tank wapens, mortieren en handvuurwapens. Diverse tankauto’s in het konvooi werden getroffen met als gevolg dat de kostbare diesel in stralen uit de tank liep. Onder dekking van Fenneks zijn de gaten provisorisch gedicht met tentharingen en potloden, die normaliter werden uitgedeeld aan de lokale bevolking, en. De zwaarte van deze TIC’s kan worden geïllustreerd worden aan de hand van enorme munitieverbruik op 12 en 13 juli 2008.
De huzaren van ISTAR Module TFU 7 deden ook van zich spreken, door onder gevaarlijke omstandigheden complete inlichtingenoperaties uit te voeren. Bij een van deze operaties vond op de eerste dag al een stevig gevecht plaats waarbij de eenheid werd aangevallen met RPG- en geweervuur. Voor deze actie zijn aan leden van ons regiment gevechtsinsignes uitgereikt. Tijdens de periode van de ISTAR Module TFU 7 is op basis van hun inlichtingen door BG8 de Baluchi-vallei veiliggesteld. Bij deze operaties hebben leden van de ISTAR module veelvuldig te maken gekregen met ‘small arms fire’ (bijvoorbeeld op 29 december 2008 en 9 januari 2009) en IED’s (op11 januari 2009). Operateurs van 105 Field Humint Eskadron (FHE) gingen ook mee met de manoeuvre eenheden om bij invallen in quala’s de gevangenen direct aan een ondervraging te velde te kunnen onderwerpen.
In mei 2009 nam ISTAR Module TFE 9 deel aan de Operatie ‘Mani Ghar’. Deze operatie vond plaats in het westelijk Deh Rahsan gebied in Uruzgan en had tot doel een permanente aanwezigheid van ISAF en de Afghaanse overheid te creëren en de veiligheid te verbeteren. De streek vormde bovendien een verbinding tussen de bevolkingscentra Tarin Kowt en Chora. Tijdens de operatie was er nauwelijks tegenstand. Wel werden bij diverse huiszoekingen op basis van inlichtingenaanwijzingen meerdere opslagplaatsen gevonden van wapens, munitie, drugs, communicatieapparatuur en onderdelen voor IED’s gevonden. TFE 9 nam ook deel aan de operatie ‘Bowhun Ghar’ in juni 2009, een inlichtingenoperatie gericht op het gebied Chenerak.
Op 3 en 4 juli 2009 vond een grote konvooi-operatie plaats tussen Tarin-Kowt en Kandahar. ISTAR elementen van RHB fungeerden als spits. Hoewel enig vijandcontact weliswaar was voorspeld, werd het konvooi verrast in een meervoudige hinderlaag, in combinatie met een grote hoeveelheid en zware IED’s. Het gevecht dat volgde duurde lang en er vielen meerdere gewonden. Tijdens deze operatie reed een Bushmaster van ISTAR Module TFE 9 op een IED, waarbij twee gewonden vielen (waaronder plaatsvervangend commandant van de ISTAR module). Zij hebben hiervoor, naast het gevechtsinsigne, tevens een DIG toegekend gekregen.
Een persoonlijk verslag van een IED aanval.
“De ‘Romeo’ (roepnaam voor de commandant) meldt dat we gaan verplaatsen. Snel pak ik mijn tankcap en gooi hem via het luik boven op het dek. Pak de Minimi van de bank en wil samen met de Minimi door het luik naar buiten gaan.
Bfffsssss…….
Stof, licht, pijn en ik vraag me af; ‘Waar ben ik?’ … ‘Ik lig, dit klopt niet, er is iets mis! Waar zijn de anderen? Waar is mijn wapen?’ WAPEN…Donker, zwart….
Boven mijn hoofd zie ik Wmr Martijn (de voertuig commandant). Hij zit naast mij geknield, praat vriendelijk tegen mij over thuis en verlof. Luchtig probeer ik antwoord te geven en mee te praten. Ik begrijp ergens dat het zijn taak is om mij aan de praat te houden. Roy, één van de medics van ons peloton, is druk met iets bezig bij m’n buik en benen, hij vloekt af en toe. Het wordt weer donker, onrust, mijn naam…
De luitenant, staat boven aan de greppel en vraagt naar mijn registratie nummer, ik geef hem zo energiek mogelijk antwoord, ik wil me niet laten kennen. Ik zie dat hij MEDIVAC papieren invult. Er komen andere mensen bij die ik niet ken, gelukkig blijft wachtmeester Martijn in de buurt.
MIJN RUG!! Licht lawaai? Wat is er nu! Ik was bewusteloos. Uit mijn ooghoeken zie ik een helikopter staan met draaiende wieken. Ik heb ongelofelijke pijnen aan m’n rug, wat doen ze nu met me? Ik word naar de helikopter gedragen en de heli crew pakt mij aan. Ik val weer weg.
Als ik mijn ogen open doe zie ik traanplaten met afbladderende groene verf, er is enorm lawaai en mijn rug doet nog steeds ongelofelijk veel pijn. Nu zie ik dat ik in een helikopter lig en dat we vliegen. Ik denk: ‘Nu zal het wel goed komen’. Later die dag kom ik bij in Kandahar.
Pas veel later besef ik dat ik, samen met Kpl1 Bouman, slachtoffer ben van een IED attack.”
Al met al hebben alle eenheden van ons regiment het zwaar te verduren gehad bij hun uitzendingen naar Afghanistan, Uruzgan. Dat er uiteindelijk maar één lid van ons regiment is gesneuveld en dat het aantal gewonden beperkt is gebleven zegt iets over de professionaliteit en de kameraadschap bij de ‘Borellies’. Ondanks een onbevredigend einde van de operatie hebben we toch genoeg om terecht trots op te zijn.
De inzet van de eenheden van het regiments is ook formeel gewaardeerd. Op 11 september 2019 is het koninklijk besluit genomen waarbij aan de opschriften in de standaard van het Regiment Huzaren van Boreel wordt toegevoegd het opschrift «Uruzgan 2006-2010» in verband met zijn inlichtingen- en manoeuvretaak door de inzet van ISTAR-modules, verkenningspelotons en een infanteriecompagnie. De volledige tekst is hierna opgenomen.
Resolute Support (RS) Afghanistan

Na beëindiging van de ISAF missie heeft de NAVO in 2015 een andere missie in Afghanistan ontplooid die was gericht op het ondersteunen van de verdere opbouw van het Afghaanse leger en politie. Het oogmerk was deze onderdelen verder op te leiden en te trainen, zodat deze op langere termijn zelfstandig de orde en veiligheid in het land konden waarborgen. Immers, een goed getrainde krijgsmacht en nationale politie vormen belangrijke bouwstenen voor een goed functionerende democratische rechtsstaat.
Er zijn in totaal vier regionale commando’s ingesteld: ‘Train Advise Assist Command North, East, South en West’. De inzet van Nederlandse troepen vond plaats in het door de Duitse Bundeswehr geleide TAAC-N. De Nederlandse bijdrage aan de operatie Resolute Support is beperkt gebleven. Het betrof behalve kleinere bijdragen van de Koninklijke Landmacht voornamelijk personeel van politie en Koninklijke Marechaussee.
Van november 2016 – juli 2017 was 43 BVE uitgezonden als (één van de) ‘Multi National Force Protection Company’ in Mazar-e-Sharif.

Onze Multinational Force Protection Company (MNFPCOY) bestond uit vier pelotons en de compagniesstaf. Het eerste peloton bestond uit militairen uit Hongarije het tweede uit Kroaten, het derde uit Kroaten en Montenegrijnen en het vierde peloton was Nederlands. Het Nederlandse peloton en de compagniesstaf waren afkomstig van 43 BVE. Nog voordat we formeel onze taak op ons hadden genomen was het raak. Een aanslag met een autobom legt een groot deel van het Duitse consulaat in de stad Mazar-e-Sharif in de as, gelukkig zonder slachtoffers aan Duitse zijde. Op verzoek van de Duitse collega’s hebben we onmiddellijk gesteund met het beveiligen van de omgeving van het consulaat. In de periode daarna worden patrouilles uitgevoerd in de stad ter beveiliging van de belangrijkste locaties van politie en overheid. Ook worden er meerdere periodes beveiligd op Camp Shaheen, een Afghaanse kazerne waar de staf van 209th Corps gevestigd is. Ook op Camp Pamir in Kunduz (waar vanwege de afstand met helikopters heengevlogen wordt) worden een aantal beveiligingen uitgevoerd. Een tweede groot incident doet zich voor in april 2017 met een grote aanslag op Camp Shaheen. Gelukkig blijft het deel waar de mensen van de MNFPCOY verblijven, en waar onze opvolgers reeds zijn aangekomen, buiten schot. Maar nadat de opstandelingen zijn teruggeslagen door Afghaanse veiligheidstroepen blijkt de ravage op het kamp groot en zijn onder de Afghaanse militairen (veelal jonge rekruten) veel slachtoffers te betreuren. Het is een sombere afsluiting van een drukke en enerverende uitzending, waarbij gelukkig bij ons geen slachtoffers zijn gevallen. In de periode van mei tot juli 2017 keren we successievelijk terug naar Nederland en komt – in ieder geval voorlopig – een einde aan de inzet van Boreel in Afghanistan.
De Nederlandse bijdrage aan deze missie is nog niet beëindigd. Het is dus goed mogelijk dat meer eenheden van Boreel nog zullen worden uitgezonden. Tot 2019 hebben in totaal aan deze missie ongeveer 1200 Nederlandse militairen deelgenomen.
Anti-piraterijoperatie Ocean Shield / Atalanta, Golf van Aden (CTF508)

Een zeer belangrijke scheepvaartroute, loopt via het Suezkanaal, door de Rode Zee en de Golf van Aden naar de Indische Oceaan. Aan de noordzijde van de Golf van Aden ligt Yemen en aan de zuidkust ligt Somalië. In dit zeegebied vond op grote schaal piraterij plaats. Hierdoor werd deze scheepvaartroute in feite onbruikbaar waardoor grote economische verliezen werden geleden. Dit was voor een aantal landen aanleiding de handen ineen te slaan om deze belangrijke route weer begaanbaar te maken. De gezamenlijke inspanning is in overeenstemming met resolutie 2020van de VN-Veiligheidsraad uit november 2011, waarin staat dat alles wat mogelijk is gedaan moet worden om piraterij tegen te gaan in de territoriale wateren van Somalië. Onder auspiciën van de VN lanceerde de NAVO de operatie ‘Ocean Shield’ om het zeegebied rond de Golf van Aden te beveiligen. Een van de deelnemende entiteiten was de Europese Unie: de operatie Atalanta. Het commandocentrum bevond zich in het Engelse Northwood.
De operatie zou oorspronkelijk een jaar duren, maar is meerdere malen verlengd uiteindelijk tot eind 2016. De gezamenlijke marinepatrouille bestond uit schepen van België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Nederland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden en Noorwegen. Daarnaast waren er ook andere bijdragen van onder meer Bulgarije, Montenegro, Colombia, Oekraïne en Nieuw-Zeeland. De Nederlandse schepen pakten een aantal keren piraten op en eenmaal, in 2010, werd een schip. de MS Taipan, bevrijd uit handen van piraten.
De bijdragen van ons regiment bestond uit een maritieme module van het JISTAR commando: ‘ISTAR Support Element to Standard Naval Maritime Group’ Deze module bestond uiteen commandogroep van 103 JVE, analisten van 106 Inlichtingen Eskadron, een detachement van 102 EOV Eskadron een detachement van de 107 Arial Systems Batterij uitgerust met de ‘Scan Eagle’ en een specialist van 105 Field Humint Eskadron ter ondersteuning van de ‘boarding teams’. De module werd speciaal voor deze operatie samengesteld en telde 18 militairen. Een standaard JISTAR module inbegrepen logistieke ondersteuning telt gemiddeld circa 120 militiaren.
De inzet vond twee keer plaats.
7 augustus 2012 – 9 december 2012 aan boord Zr Ms Rotterdam
4 augustus 2013 – 6 december 2013 aan boord Zr Ms Johan de Witt

Boreel op zee
In de tweede helft van 2012, tijdens de NAVO antipiraterij missie ‘Ocean Shield, zette het Joint ISTAR Commando (JISTARC) een maritieme ISTAR-module aan boord van Zr. Ms. Rotterdam in. Een bijzondere gebeurtenis, omdat voor het eerst in de geschiedenis van de krijgsmacht een ISTAR-module van het JISTARC van de Koninklijke Landmacht, tijdens een maritieme missie van de Koninklijke Marine, operationeel werd ingezet op een schip.
De maritieme ISTAR-module aan boord van Zr. Ms. Rotterdam maakte, deel uit van de J2-organisatie ‘Taskforce Barracuda’ (TFB), een onderdeel van de ‘Maritime Special Operations Task Unit’ (MARSOTU). Samen met de sectie J2 – TFB vormde de module de ‘Special Operations Intelligence Cell’ (SOIC).
De opdracht luidde dat de ‘commandant van de maritieme ISTAR-module ondersteunt de aansturing van de samenwerkende inlichtingenentiteiten’. Dat bood niet echt houvast, waarop de commandant van de ISTAR module zijn eigen besluitvormingsproces heeft doorlopen en de volgende opdracht aan zijn module heeft geformuleerd: ’In the period between 11 July 2012 and 1 November 2012, NLD ISTAR Support Element (Maritime) collects data to produce intelligence to gain – at least – situational knowledge on piracy in designated areas within the Joint Operations Area (JOA) in order to assist J2-TFB in advising commander MARSOTU in successfully deploying his troops for counter-piracy operations at sea.’ Deze formulering is vervolgens goedgekeurd door de commandant TFB.
Met ruim twintig geproduceerde inlichtingen rapporten, droeg de maritieme ISTAR-module significant bij aan creëren van ‘Situational Knowledge and Understanding’ van het Somalische piratennetwerk. Hiermee verschafte de module waardevolle inzichten die, niet alleen door Taskforce Barracuda, maar ook op het NATO marine hoofdkwartier in het Britse Northwood werden gebruikt.
Al met al zijn tijdens deze missie, mede door de producten van de maritieme ISTAR-module, 19 piraten gevangen genomen.
United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

In 2012 waren er in de republiek Mali verschillende bewegingen van opstandelingen actief. In het noorden waren dat uit Libië verdreven Toearegs, aanhangers van de voormalige dictator Qadafi en de rebellen die streven naar onafhankelijkheid van de provincie Azawad. Dan is er nog een islamistische groepering die streeft naar de invoering van de Sharia, een lokale tak van Al Qaida en nog een aantal andere kleinere strijdgroepen. In 2012 autoriseerde de VN een interventie in het land door een troepenmacht van de organisatie voor economische samenwerking in West-Afrika (ECOWAS). Nadat de situatie in 2013 weer enigszins was gestabiliseerd werd besloten de vredesmacht van ECOWAS te doen opvolgen door een VN missie, MINUSMA. Het hoofdkwartier is gevestigd in de hoofdstad Bamako. Het belangrijkste operatiegebied ligt in het noord oosten van Mali rond de stad Gao.
De Nederlandse militaire bijdrage aan deze missie bestond uit lange afstand verkenners, inlichtingen personeel en politietrainers. Aanvankelijk met een sterkte van circa 400 militairen, later verminderd tot circa 250. In mei 2019 is de Nederlandse deelname beëindigd.
Ons regiment leverde een van de drie ‘Intelligence, Surveillance and Renaissance companies’ (ISR Coy) van de misse. Bij de inzet van eenheden van ons regiment is gebruik gemaakt van de ervaringen die waren opgedaan in onder meer Irak en Afghanistan. Nederland nam in 2014 met zes andere landen het initiatief om de inlichtingenondersteuning aan de VN-missie in Mali te verbeteren. Dit initiatief resulteerde in het All Sources Information Fusion Unit (ASIFU) concept. Dit concept is ontwikkeld door de Noren en de Nederlanders naar aanleiding van de ervaringen in Afghanistan. Het idee achter dit concept is dat vooral vooruitzien van wezenlijk belang is. Gefundeerde en plausibele hypotheses over wat mogelijk kan gebeuren komen echter niet vanzelf tot stand. Hiervoor moet een robuust inlichtingensysteem worden opgezet waarmee bedreigingen tijdig kunnen worden voorkomen en kansen kunnen worden uitgebuit. De inlichtingenbehoefte moet dus leidend zijn in de militaire operaties. Met behulp van gevarieerde sensoren moeten zaken vanuit een breed perspectief in beschouwing worden genomen; zowel militair als politiek, economisch, sociaal, cultureel, infrastructureel, inlichtingen en informatie. Met behulp van deze benadering wordt geen enkel aspect (of combinatie van aspecten) overgeslagen bij de analyse van bepaalde kwesties. Hierdoor worden commandanten van eenheden beter in de gelegenheid gesteld om te variëren in de aanpak van problemen en hoeft niet altijd voor de harde militaire ‘kinetische aanpak’ te worden gekozen. Het wordt dus theoretisch gemakkelijker om zachte krachten in te zetten. Met name in een multidimensionale benadering die MINUSMA en VN-missies in het algemeen voorstaan is deze benadering dus cruciaal. De fysieke omstandigheden waaronder werd opgetreden waren zwaar, zwaarder dan in Afghanistan. Zowel het terrein als de temperatuur en de droogte eisten hun tol van mensen en materiaal. De Fennek hield zich overigens uitstekend en regelmatig werden de Fenneks ook gebruikt om andere vastgereden voertuigen de bergen. Daarnaast was het door de pantsering, het lage silhouet en het geluidsarme optreden het een uitstekend middel om ‘indruk’ te maken op strijdende partijen, die immers nog vaak in merkwaardige verzameling pick-up trucks rondreden.


Eenheden van het regiment hebben aan nagenoeg alle rotaties deelgenomen.
Minusma 1 (14 april 2014 – 11 september 2014) ‘Special Operations Land Task Group’ (SOLTG) JISTAR module
Minusma 2 (27 augustus 2014 – 5 maart 2015) (SOLTG) JISTAR module
Minusma 3 (8 december 2014 – 27 april 2015) (SOLTG) JISTAR module
Minusma 4 (26 januari 2015 – 6 augustus 2015) (SOLTG) JISTAR module + 104 JVE
Minusma 5 (11 augustus 2015 – 25 februari 2016) (SOLTG) JISTAR module
Minusma 6 (25 januari 2016 – 15 juni 2016) (SOLTG) JISTAR module + 42 BVE
MInusma 7 (19 april 2016 – 8 september 2016) (SOLTG) JISTAR module + 43 BVE
Minusma 8 (25 juli 2016 – 9 februari 2017) (SOLTG) JISTAR module + 11 BVE
Minusma 9 (2 december 2016 – 4 mei 2017) ‘Long Range Reconnaissance Patrol Task Group’ (LRRPTG) JISTAR module
Minusma 10 (11 april 2017 – 31 augustus 2017) (LRRPTG) JISTAR module + 11 BVE
Minusma 11 (2 april 2017 – 21 september 2017) (LRRPTG) JISTAR module + 42 BVE
Minusma 12 (27 december 2017 – 3 mei 2018) (LRRPTG) JISTAR module +104JVE, 11 BVE
Minusma 13 (23 juni 2018 – 13 september 2018) (LRRPTG) JISTAR module
Minusma 14 (21 augustus 2018 – 15 januari 2019) (LRRPTG) JISTAR module
Minusma 15 (2 januari 2019 – 10 mei 2019, einde missie) (LRRPTG) JISTAR module
In totaal hebben van ons regiment ruim 200 militairen aan deze missie deelgenomen.

104 JVE, SOLTG 4: een nieuw tactisch concept
In het operatiegebied van de Nederlandse ISRCoy in Mali was de Tilemsi vallei een belangrijk gebied, omdat in deze vallei de ‘main supply route’(MSR)richting het noorden van Mali ligt en er zich veel strijdende partijen relatief dicht bij elkaar ophielden. Op deze MSRhadden MINUSMA eenheden regelmatig te maken met aanslagen die de bevoorrading richting het noorden ernstig belemmerden. De strijdende partijen in het gebied waren daarnaast in afwachting van het ‘Demobilisation, Disarmament and Reintegration proces’(DDR proces), wat onderdeel was van het vredesakkoord. Dit DDR proces moest de strijdende partijen de kans geven om de wapens neer te leggen en weer te reïntegreren in de samenleving. Dit proces liep in de eerste helft van 2016 echter ernstige vertraging op en het was onbekend hoe de strijdende partijen hier op zouden reageren. Om een beter beeld te krijgen over de problematiek in de Tilemsi vallei werd een meerdaagse multi-sensor operatie opgetuigd richting de Tilemsi vallei, genaamd operatie VIPERA AD FUNDUM. Deze operatie was ontworpen door het Nederlandse inlichtingen detachement.
De kracht van de operatie was het samenvoegen van de verschillende sensoren (eenheden) van de Nederlandse ISRcoy, met ieder zijn specialisme, zodat op verschillende manieren informatie verzameld kon worden. Aan de operatie namen onder meer deel verkenners van 104 JISTARC Verkenningseskadron (104 JVE) , een Duits en Nederlands CIMIC team en het HUMINT team uit Estland. De ScanEagle vloog gedurende drie dagen ter ondersteuning van de operatie op de grond en genereerden beelden die de sensoren op de grond gebruikte voor het uitvoeren van de operatie. Het geheel werd aangestuurd door een vooruitgeschoven commandopost. Om de communicatie met de thuisbasis, Kamp Castor, te waarborgen werd gebruik gemaakt van satellietradio’s, omdat het bereik van de reguliere radio’s ontoereikend was.
De verschillende sensoren die deelnamen aan de operatie hadden per dorp vooraf een specifieke aangewezen “target audience”ofwel doelgroep die viel binnen het specialisme van de sensor. Zo richtte de CIMIC teams zich bijvoorbeeld op de dorpsoudsten en de verkenners van 104 JVE op de gewapende groeperingen en milities. Op deze manier konden gelijktijdig met verschillende belangrijke spelers en groeperingen contact worden gelegd. Daarna werd de informatie over elkaar gelegd een geintegreerd beeld te krijgen van de situatie in een dorp of regio. Deze methode werd gedurende meerdere dagen toegepast in acht verschillende dorpen in de Tilemsi vallei. Verkregen informatie werd diezelfde avond nog door middel van de satallietradio naar Kamp Castor verzonden. De daaraanwezige de analisten konden zo ‘meelezen’ en waar nodig de informatiebehoefte bijstellen. Met de aangeleverde informatie kon de ISRcoy een duidelijk beeld krijgen van de perceptie van het vredesproces door zowel de lokale bevolking als de strijdgroepen. Deze informatie werd door de ISRcoy gebundeld in inlichtingenrapportages ten behoeve van andere MINUSMA eenheden en toekomstige activteiten. De operatie verliep zeer goed en de multi-sensor methode werd sindsdien toegepast waar mogelijk. Een mooi voorbeeld van innovatief inlichtingenoptreden.

Boreel in de woestijn, een impressie.
In de 4 maanden dat de missie duurde, bleek het terrein en weer een enorme uitdaging. Alle lessen over terreinstudie en rijvaardigheid werden door schade en schande opnieuw geleerd. Ook het weer lijkt zijn best te doen om ons te vertragen en ontmoedigen. Wanneer juli aanbreekt, blaast er een harde wind over de Sahel woestijn, die een enorme muur van stof voor zich uit duwt. Een uniek en bijzonder schouwspel, maar een stoppende hindernis voor ons. In deze condities zien we slechts enkele meters voor ons uit en moeten we in een ‘tactical freeze’, temeer omdat de ‘medevac’ in zulk weer niet kan opereren.
Daarna begint het seizoen van de regen. Op vele fronten blijkt dit natuurverschijnsel grote veranderingen te brengen. De bewoners verhuizen naar de wadi’s om daar de komende maanden te leven en hun vee te laten grazen in de groene oases die ontspringen rondom rivierstromen en meertjes. De regen speelt ons ook parten. Dat merken we doordat de rivierbedding die we enkele dagen geleden overstaken, op de terugweg is veranderd in een onneembare hindernis. Onze wielen zakken diep weg in de modder en zelfs de terreinvaardige Fennek is niet in staat om over te steken. Lierend en slepend haalt iedereen elkaar uit de zuigende bruine smurrie om vervolgens de operatie zo goed als mogelijk voort te zetten.
Halverwege de missie lijkt de vijandelijke dreiging ook toe te nemen. We worden enkele malen geconfronteerd met beschietingen. Sommigen worden haastig uitgevoerd zonder dat we contact kunnen aangaan, andere incidenten blijken een ‘fout’ te zijn van onze vrienden van het Malinese leger. Ook de beschietingen op de VN-kampen nemen toe. De strijdgroepen maken daarbij gebruik van mortieren, raketten en klein kaliber wapens.
Veel van de belemmerende omstandigheden komen samen wanneer tijdens een van onze missies een Bushmaster op een ingegraven IED rijdt en de linker voorzijde van het voertuig ernstig beschadigd raakt. Hoewel er alleen lichtgewonden zijn, is de kolonne niet meer in staat verder te rijden en strand vijf dagen in de woestijn. Een QRF die hulp komt bieden wordt onderweg aangevallen door een ‘Suicide Vehicle Borne IED’(SVBIED). Deze probeert de QRF te naderen, maar de wacht reageert alert en opent direct het vuur. De zelfmoord terrorist blaast zichzelf op. Gelukkig zijn er slechts enkele lichtgewonden. De QRF weet de gestrande colonne te bereiken. Na de berging van het getroffen voertuig keren we met horten en stoten terug naar onze basis. Op dat moment is onze missie nog niet eens halverwege.
Operation Inherent Resolve in Irak

42 BVE (januari – mei 2022)
Een voor vertrek op zich al een unieke missie; samen met 33 Natres collega’s gaat 42 BVE de beveiliging van Erbil Airport uitvoeren.
